Diva Jessye Norman heerst in Grote Zaal

Een liedrecital van Jessye Norman is een fenomeen. Anders dan andere artiesten in de serie Grote Solisten wordt zij in het programma aangekondigd met uitsluitend haar naam. Vermelden dat Norman sopraan is, ruikt naar heiligschennis. Hoezeer Norman nog altijd geniet van haar status en als geen ander gestalte geeft aan het begrip `diva', bleek gisteravond in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Getooid met de fameuze zwarte tulband en gehuld in overweldigend zwart, dicteerde zij het verloop van het concert. Geen lied begon voordat er een langdurige en niet mis te verstane gewijde stilte had geklonken, geen hoest weerklonk als zij de zaal met een furieuze blik tot stilte maande.

Muziek-inhoudelijk bleek bij vlagen ook de vocale kwaliteit die haar deze koninklijke status verschafte. Maar grilligheden voeren bij Norman de boventoon. En even moeiteloos als zij betoverde in sommige werkelijk ongehoord zwoele, warme en fluweelzachte passages, trof zij een moment daarna frasenlang een hoogte die een gulle kwarttoon onder de gewenste frequentie lag, en dus leidde tot een schurende intonatiekloof met pianist Mark Markham.

In de liederen van Richard Strauss die voor de pauze klonken, bleek dat Markham vermoedelijk met zorg werd geselecteerd. De ritmische vrijheden die Norman zich veroorloofde trachtte hij zonder blikken of blozen te verpakken als interpretatief onderbouwde ideeën. Maar bij Norman komt eerst de stem en dan pas de interpretatie, zodat het uitlichten van bepaalde woorden meer samenhing met vocaal gemak dan met grondige analyse van de gezongen tekst. Hoge noten klonken vrijwel per definitie hard, en slordigheden in de uitspraak bevestigden slechts de constatering dat Norman eerst zichzelf, dan pas de componist een sokkel gunt.

En toch is ondanks zulke extremen Jessye Norman een fascinerend fenomeen. Welke andere sopraan zou een fan aantrekken die tijdens een van Normans talrijke adempauzes backstage smekend de naam van de diva de zaal in roept? Overigens bleek deze fan ook zelf niet wars van sterallures. Zij beklom na haar extatische exclamatie het podium, nam onder een grinnikend applaus van het resterend publiek plaats achter de vleugel en werd vervolgens afgevoerd.

Ook in de liederen van Duke Ellington, waarin Norman werd begeleid door het Franciscus strijkkwartet, bas en drums, heersten kunst en kitsch gezusterlijk naast elkaar. Maar zo mooi als Norman neuriede in de als toegift gebrachte negrospiritual, hoor je het maar zelden. Het oertalent dat Norman bracht waar zij is heeft haar doen zwichten voor inhoudelijk verval, maar waar haar muzikaliteit het won van onzuiverheden en missers, herleefde even het begrip van haar sterstatus.

Concert: Jessye Norman, m.m.v. Mark Markham (piano), Franciscus Kwartet, Tim Nobel (contrabas) en Lucas van Merwijk (drums). Liederen van Strauss, Chausson en Ellington. Gehoord: 7/7 Concertgebouw Amsterdam.