Dilemma blijft onopgelost in Malinese opera Fura

Het heeft in de Afrikaanse voorstelling vele mooie namen, de besnijdenis van vrouwen. De `zuivering door het ijzer' heet het, of `de beproeving door het ijzer'. Een vrouw zou, zowel in het huwelijk als in de maatschappij, pas meetellen wanneer ze eenmaal besneden is. Voortreffelijke echtgenote is ze dan, een vrouw die zich kan weren.

Sinds het afgelopen weekeinde reist door Nederland het Wereld Muziek Theater Festival. Vanuit landen als Indonesië, Afrika, Oeganda en India komen er voorstellingen vol zang, dans en muziek naar Nederland. De opvoering uit de Afrikaanse staat Mali heet Fura, dat `het ritueel' betekent. Het heeft een duidelijk, zowel in maatschappelijk als cultureel opzicht belangrijk, onderwerp: de besnijdenis van jonge meisjes op het moment dat ofwel het dorpshoofd ofwel hun vader ervan overtuigd is dat het moet gebeuren. Is het wreed? Biedt de traditie de beschuttende vleugel van het vertrouwen? Of is de traditie, ook gewoonterecht geheten, eigenlijk een ander woord voor gruwelijke kwaadaardigheid?

De voorstelling Fura door het uit Mali afkomstige muziektheatergezelschap Opera Bambara brengt het omstreden onderwerp als thema. In prachtig, virtuoos taalgebruik wordt desalniettemin het onderwerp ook niet aangesneden. De uitvoering is overweldigend mooi, naar aankleding, muziek en acteertalent. Op de achtergrond houdt zich een onweerstaanbaar goed spelend muziekensemble op, met viool, slagwerk en zang. De ritmiek nodigt uit tot swingen, de melodische kwaliteiten vliegen soepel over het ritmewerk heen. Op de voorgrond, alsof we werkelijk in een door maanlicht beschenen open ruimte in een Malinees dorp zijn, treden de acteurs op. Allereerst is daar de verteller, Zani Diabaté, die het dilemma uitlegt; hij is trouwens de verantwoordelijke voor de tekst. In beeldende taal gaat het over `de zon van vroeger die licht gaf' en over de `vandaag verduisterde zon'. Die zon van eertijds verbeeldt de traditie, de grootste kracht achter de samenleving. Die traditie eist dat het jonge meisje Funé, gespeeld door Djené Ba Diakité, zich laat besnijden. Zij verzet zich ertegen, dat gebeurt in het vierde en meest spannende bedrijf. Haar woorden van verzet, haar weigerende houding, haar felheid zijn voortreffelijk gespeeld. De tweede echtgenote van haar vader valt haar bij: zij is onvruchtbaar geworden door die besnijdenis. Het is naar West-Europese maatstaven gezien onthutsend wat dit spook van de besnijdenis oproept. Weigert het meisje, dan is zij de smet op de familie. Ze zal niet in staat zijn zich in de toekomst te verweren tegen de eisen van het leven, ze zal een slechte moeder en echtgenote zijn, ze is kortom een moderne huilebalk.

De uitbeelding van dit dilemma vond ik meer dan intrigerend. Het is de zelfstandige denkkracht van het meisje tegenover de oeroude wetten van het dorp, stad tegenover platteland, nieuw tegen oud. Het drama wordt versterkt doordat de argumenten vóór op bizarre wijze meer kracht krijgen dan de woorden tégen. Het meisje is tegen, als enige: andere meisjes vertellen haar over de zuiverheid van de ingreep, over de trots die ze eraan ontlenen want ze worden opgenomen in de dorpsgemeenschap. Funé staat erg alleen. Ik vind het moeilijk uit te maken, want de dramaturgie van Mali ken ik niet: ik had uiteindelijk de indruk dat zij het onderspit moest delven. Haar woorden werden steeds schriller en minder overtuigend; ze moest het afleggen tegen de barokke kracht der argumentatie van de diep in de traditie gewortelde dorpsgenoten. Die laatsten beschikten over het mooiste taalgebruik, met hun beroep op waarden van vroeger, terwijl Funé slechts kon zeggen dat ze de ingreep door het ijzer niet wil. Bovendien, zo getuigt ze, brengt dat ijzer aids voort. Maar haar moeder heeft nooit van aids gehoord. Ondertussen wordt in de smidse het ijzer heet gemaakt.

En ineens: de voorstelling eindigt in een wervelende, extatische orgie van muziek en dans. De trommen klinken opzwepend. Funé danst mee. Heeft ze toegestemd in de besnijdenis? Of heeft het dorp zich met haar beslissing verenigd? Het slot blijft ongewis en onduidelijk; Funé is van het voortoneel verdwenen. Een eenduidig antwoord van het conflict is niet gegeven, en dat is spijtig. Zij gaat op in die laatste dans alsof ze, zoals de tekst geeft, `opgaat in de geheimen van de dorpsgemeenschap'. Hoe vol fysieke en extatische energie de voorstelling ook is, ik miste de oplossing van het dilemma. Mijn westerse denken miste een keuze. Waarom dat niet gebeurt, is raadselachtig. In Mali is Fura beroemd. Ik denk vooral als voorstelling pro en contra. Dus als gespreksonderwep. Maar een openbaar verzet tegen besnijdenis is het helaas niet; daarvoor verdween Funé, ondanks haar acteertalent, uiteindelijk te veel naar de achtergrond.

Wereld Muziek Theater Festival: Fura door Opera Bambara uit Mali. Spelers: Nassoun, Djené Ba Dicko, Fanta Bereté e.a.; regie: Abdoulaye Diarra. Gezien 7/3 Stadsschouwburg Eindhoven. Tournee t/m 24/3. Inl.: (020) 6060950.