De mooiste overwinning

Stampvoetend stond ze aan de rand van de tafel. Boos, zo leek het. Alsof haar tegenstander was gezonden door de duivel. De hele wereld had zich tegen haar gekeerd. Zo keek ze uit haar kattenogen, gemeen en scheel van woede. Met dat plankje in haar hand kon ze een moord plegen. Fel uithalend, krijsend van venijn het balletje als een kogel over de tafel meppend.

Vroeger, toen Bettine Vriesekoop een pubermeisje was, werd ze opgejaagd. Ze moest de beste zijn, ze moest winnen. Waarom begreep ze nauwelijks. Het was omdat haar trainer zei dat ze de beste in tafeltennis moest worden. Omdat hij zei dat niets in het leven belangrijker was dan de beste te zijn. Ze wist nog niet wat leven was. Ze wist zelfs nauwelijks dat ze een meisje was. Ze voelde het niet, dat mocht ze niet. Ze was een marionet in de vingers van een van die kortzichtige mannen die zich opdringen als plaatsvervangende vader en menen van een kind een kampioen te moeten maken.

Idioten zijn het, gestoorde mannen die niet begrijpen dat kinderen van het leven moeten genieten en niet moeten worden klaargestoomd voor de topsport. Lachende kinderen willen we, geen kinderen met strakke gezichten en agressieve karakters. Geen kinderen als het meisje Vriesekoop. Vijandige, mogelijk bange kinderen die niet weten dat sport vooral plezier moet geven.

Gelukkig hebben schade en schande Vriesekoop wijzer gemaakt. Ze ging naar China, waar tafeltennis zoals veel vaardigheden op zenboeddhistische wijze wordt bedreven. Daar leerde ze meer dan welke westerse trainer haar kon vertellen. Bijvoorbeeld dat het leven meer is dan beter te zijn dan een ander. Rivaliteit kweekt vijandschap. Zijn zoals je bent, geeft meer kans op vrede. Eenvoudig aanwezig zijn en ervan genieten. Zo is het toch?

Toch bleef ze tafeltennis spelen, ze hield maar niet op, alsof de essentie van haar leven lag opgesloten in het contact tussen plankje en balletje, in het contact met de partner aan de overkant van de tafel, in het verschil tussen ping en pong. Pingpong, niets leek dommer, maar tegelijkertijd fascinerender. Soms besloot ze niet meer te spelen om op zoek te gaan naar andere richtingen op weg naar het grote geluk. Een partner, met wie ze kon eten en drinken, praten en spelen, vrijen en genieten zonder bang te zijn voor een duivelse sfeer met boze trainers die medailles en titels in de hemel beloofden.

Tafeltennis en sinologie gingen lange tijd bij haar goed samen. Van het een wilde ze zich niet losmaken, aan het andere wilde ze zich verbinden. Mensen die niet beter weten begrepen niet dat deze symbiose haar vredig stemde. Ze was al 37 jaar, werd het niet tijd om met spelen te stoppen en een volwassen vrouw te worden? De publieke opinie was haar niet voordelig gezind. Zo oud en dan nog met een plankje tegen een balletje slaan? Bijna 23 jaar tafeltennissen, 13 keer Nederlands kampioen, twee keer Europees kampioen, twee keer winnaar van het Top 12-toernooi. Dat moet toch genoeg zijn. Nee, nog lang niet, snauwde ze net als vroeger toen ze nog een pubermeisje was. Mocht ze alsjeblieft eindelijk zelf uitmaken wat ze met haar leven deed en wat ze nog wilde veroveren?

Nu is het dan afgelopen. In haar buik groeit een kind. Het sein om een nieuw leven te beginnen. Ze heeft het helemaal zelf gewild. Van het opgejaagde tafeltennismeisje in het pofbroekje is ze een vrouw geworden met een eigen wil. Na al die jaren van gevechten en twijfels viert ze nu haar mooiste overwinning.