De Haagse Staat

WAT ANNENARIE JORRITSMA KAN EN NIET KAN

Wat wist ze, wat wist ze niet? Wat kon ze, wat kon ze niet? En wat ondernam ze en wat ondernam ze niet?

Vrijdag moet Annemarie Jorritsma voor de parlementaire enquêtecommissie verschijnen die de vliegramp in de Bijlmermeer onderzoekt. Zij is onmiskenbaar een hoofdrolspeler, zo niet dé hoofdrolspeler. Niet om wat ze is – minister van Economische Zaken – maar om wat ze was – minister van Verkeer en Waterstaat.

Hoe ernstig heeft ze zich in de vorige kabinetsperiode ingespannen om de waarheid boven tafel te krijgen? Hoe serieus heeft ze de Tweede Kamer genomen in het nader onderzoeken van de lading die de verongelukte El Al Boeing vervoerde? Twijfels en vragen, aarzelingen en suggesties zwermen als hinderlijke muskieten om de minister heen.

Vrijdag mag ze haar lezing geven of liever: zal de commissie haar lezing testen. Wat kan er gebeuren? Belandt de vice-premier van het tweede kabinet-Kok met haar verhoor in de gevarenzône en sluit het net zich om de minister die zelf al heeft gezegd dat ze ,,natuurlijk' opstapt als zou blijken dat ze ,,fouten' heeft gemaakt? Maar hoe natuurlijk is opstappen in de Nederlandse politiek, en wat zijn fouten die haar in redelijkheid kunnen worden aangerekend?

De minister heeft al langer kunnen nadenken wat ze de enquêtecommissie zal zeggen. Maar meer nog heeft ze zich kunnen beraden wat haar te doen staat als de enquêtecommissie enkele weken later het eindrapport op tafel legt. Want vanaf dat moment zal niet langer alleen de publieke opinie, maar ook de Tweede Kamer zich een oordeel aanmatigen over het handelen of juist het niet-handelen van de minister.

Wat kan ze, wat zijn haar mogelijkheden nog? Jorritsma is niet de eerste minister die de hete adem van een parlementaire enquête in de nek voelt. Wat deden collega's in soortgelijke posities: aanblijven, excuses aanbieden of opstappen. En hoe deden ze het – uit vrije wil of gedwongen door de Kamer, de coalitie of de eigen fractieleider?

DE VRAAG DWINGT: BLIJVEN OF GAAN

Het kan altijd erger. Eén mogelijkheid is Jorritsma bespaard gebleven. Ze is niet al weggestuurd voordat de enquête begon. Het overkwam in 1986 de CDA'er Gerrit Brokx, staatssecretaris op Volkshuisvesting. Hij werd door zijn geestverwante fractieleider Bert de Vries gemaand op te stappen omdat een enquête naar onregelmatigheden met bouwsubsidies de positie van de staatssecretaris zou doen ,,afbladderen'. In een vertrouwelijk, maar snel bekend geraakt amice-briefje aan minister-president en partijgenoot Lubbers velde De Vries zijn oordeel: Gerrit moest weg. Het vertrek van Brokx ging daarna niet vanzelf: de straatvechter Brokx wou niet wijken, zijn premier wilde hem niet kwijt, maar de fractieleider van het CDA hield vol. Uiteindelijk moest ook Brokx vaststellen dat een bewindsman politiek dood is als hij de steun van zijn eigen fractie in de Tweede Kamer mist.

Interessant is ook de casus-Van Aardenne. De vice-premier in het eerste kabinet-Lubbers kreeg in 1984 van de enquêtecommissie die de ondergang van de scheepsbouw in Nederland onderzocht het oordeel mee dat zijn handelen op één punt ,,ronduit misleidend en onaanvaardbaar' was geweest. Een zwaardere conclusie is niet denkbaar, maar de minister bleef. Hij vond dat hem in gemoede niets kon worden verweten, dus waarom zou hij opstappen? Met steun van zijn eigen partij en de voorwaardelijke steun van coalitiepartner CDA was hij weliswaar ,,aangeschoten wild', maar zat hij zijn termijn als minister van Economische Zaken en vice-premier namens het VVD-smaldeel in het kabinet gewoon uit.

Maar Jorritsma is toch geen minister meer van Verkeer en Waterstaat? Wat kan de Kamer haar nou maken? Moet het parlement niet bij Tineke Netelenbos zijn, want die is als zittende minister toch verantwoordelijk voor alles wat zij heeft overgenomen van haar voorganger, inclusief de fouten. Helaas voor Jorritsma, hier is al geschiedenis geschreven. Zij kan daarvoor te rade bij haar partijgenoot Willem van Eekelen. Die moest in '88 opstappen als minister van Defensie omdat hem werd aangerekend dat hij eerder als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken fouten had gemaakt bij de ontwikkeling van een fraudebestendig paspoort. Niet dat het van harte ging: pas nadat Van Eekelen inzag dat zijn eigen VVD-fractie hem niet meer steunde, trok hij zijn conclusies en kondigde hij in de Tweede Kamer zelf zijn vertrek aan.

POLITIEK KLIMAAT IS IN HAAR NADEEL

Hoe liggen de kansen voor Annemarie Jorritsma? Hoe stevig is haar positie? Grappig genoeg zijn er overeenkomsten met zowel het geval-Van Aardenne als met de zaak-Van Eekelen. Eerst Van Aardenne: die was net als Jorritsma een vice-premier en kon in de toenmalige coalitie van CDA en VVD niet worden gemist. Een vice-premier is tenslotte niet zomaar een minister, maar de eerste man van zijn partij in de coalitie. Van Aardenne kon blijven omdat zijn eigen fractie hem niet afviel en het CDA hem niet durfde laten vallen, waardoor de oppositie in de Tweede Kamer geen kans kreeg de minister weg te sturen.

Hoe anders was het met Van Eekelen: die vond net als Van Aardenne dat hem niets te verwijten viel, maar ging wél heen. Van Eekelen was geen vice-premier, ook geen sterke minister trouwens, en verloor bovendien de steun van zijn eigen VVD-fractie. Fractieleider Joris Voorhoeve steunde hem wel als mens, maar na het scherpe oordeel van de enquêtecommissie niet langer als bewindspersoon. De minister van Defensie kon gaan ondanks het feit dat hij als staatssecretaris in een ander kabinet, op een andere post en met andere verantwoordelijkheden fouten had gemaakt.

Doorslaggevend voor het gedwongen vertrek van Van Eekelen was de cultuuromslag die zich in de tweede helft van de jaren tachtig in de Tweede Kamer had voltrokken. Er was irritatie dat Van Aardenne kon blijven en later Gerrit Braks niet werd afgerekend op het parlementaire onderzoek naar visfraude. Frits Bolkestein – toen nog geen fractieleider – had de roep om politieke zuiverheid ingezet met zijn Carrington-doctrine: een minister is verantwoordelijk voor wat hij weet, maar ook voor wat hij niet weet. Opstappen is geen kwestie van schuld, maar van verantwoordelijkheid.

Die stevige opvatting is daarna in de Nederlandse traditie van plooien en schikken weer verdwenen. Onder Paars-I konden ministers in de problemen als Sorgdrager en Wijers moeiteloos ontsnappen met excuses. Maar de sorry-cultuur heeft zijn beste dagen gehad: alle partijen zien in dat die praktijk niet ongelimiteerd gehandhaafd kan worden. Annemarie Jorritsma moet het zelf ook inzien: haar speelruimte is heel klein.

Braks

In de Haagse Staat (in de krant van maandag 8 maart, pagina 2) werd abusievelijk gemeld dat minister Braks niet aftrad naar aanleiding van onderzoek naar zijn visserijbeleid. Braks trad op 20 september 1990 af, nadat de PvdA-fractie in de Tweede Kamer het vertrouwen in de minister had opgezegd.