DE ENIGE ECHTE CLUB VAN HET VOLK

Oude sentimenten herleven morgen in Eindhoven als PSV in de kwartfinales van het bekertoernooi tegen Eindhoven speelt. Rood-wit tegen blauw-wit. Nu is PSV favoriet, vijftig jaren geleden was de beste club van de stad EVV Eindhoven, de club van Jan Louwers, het genie van de Aalsterweg.

Met duizenden trokken de Eindhovense voetballiefhebbers op de fiets naar Den Bosch. Het ene deel was aanhanger van Eindhoven, het andere van PSV. In stadion De Vliert speelde de volksclub tegen de club van Philips. Ruim 30.000 Brabanders waren er in de zomer van 1953 getuige van hoe Eindhoven zich zoals gewoonlijk in die jaren de betere ploeg toonde en daardoor afdelingskampioen werd. En toen moesten ze met z'n allen terug naar Eindhoven. Weer op de fiets, een lange stroom van fietsers tussen Den Bosch en Eindhoven. Het ene deel zong, het andere deel huilde.

Dat waren nog eens tijden, herinnert Jan Louwers (68) zich, destijds de ongrijpbare rechtsbuiten van Eindhoven. ,,De mensen zaten op de daken toen de ploeg Eindhoven binnenkwam.'' Zo gek heeft hij de mensen in Eindhoven alleen nog meegemaakt toen de ploeg vervolgens in een beslissingswedstrijd om de landstitel in het Feyenoord-stadion tegen RCH moest spelen. ,,Op de markt in Eindhoven stonden duizenden mensen te luisteren naar de radioreportage van Dick van Rijn en Leo Pagano.'' Hun krakende stemmen weerklonken uit luidsprekers die rondom waren opgehangen. Maar Eindhoven verloor. Eindhoven treurde.

Een jaar later werd Eindhoven alsnog kampioen van Nederland. In de nacompetitie van 1954 werd Eindhoven eerste voor DOS, PSV en DWS. Eindhoven was toen nog, in de laatste jaren van het amateurvoetbal, EVV Eindhoven. Blauw-wit was toen veel beter dan rood-wit. Het voetbal van de wijk Stratum was toen nog populairder dan het voetbal uit de wijk Strijp, het Philipsdorp. Het stadion aan de Aalsterweg werd regelmatig bevolkt door 16.000 toeschouwers. De mensen kwamen vooral voor Jan Louwers, een geniale en grillige voetballer die de verdedigers tot wanhoop bracht en het publiek in extase. Waar is de tijd gebleven dat het publiek kon genieten van een solist, van een voetballer die mag doen waar hij goed in is?

Louwers kijkt met genoegen terug. ,,Het publiek zat tot aan de lijn van het veld. Als ik een hoekschop moest nemen, moest ik tegen de mensen zeggen: ga es weg, ik mot effe een corner nemen.'' In Eindhoven, bij PSV en bij EVV, herinneren ze Louwers nog als de beste rechtsbuiten die er in Brabant is geweest – in zijn tijd misschien wel van Nederland. Een echte rechtsbuiten was hij niet, eigenlijk een zwervende rechtsbuiten. Liever speelde hij midvoor of binnenspeler, zijn bijzondere techniek en inzicht tonend. ,,Maar omdat Noud van Melis beter in de spits was en meer scoorde, ben ik naar de rechtsbuitenplaats gegaan. Noud en ik vonden elkaar blindelings. Zo'n goed koppel hebben ze in Eindhoven niet vaak meer gezien.''

Van Melis speelde wel in het Nederlands elftal, evenals Frans Tebak en Dick Snoek, Louwers nooit. Te eigenwijs, weten mensen in Eindhoven, grillig en als mens ongrijpbaar. ,,Hij liet zich niet voorschrijven hoe er gespeeld moest worden, hoe laat er getraind moest worden, hij had zijn eigen manier'', zegt Frans van der Putten, die in de jaren vijftig tussen het eerste en tweede elftal pendelde en nu commercieel manager is van de club. ,,Hij was een keer zo kwaad omdat hij niet door Van der Leck werd opgeroepen voor het Nederlands elftal dat hij in de wedstrijd tegen NAC linksback en international Kees Kuijs helemaal zoek speelde. Toen Kuijs in de tweede helft rechtsback werd om een vernedering te voorkomen, vroeg Jan of hij linksbuiten mocht spelen. Daar deed hij precies hetzelfde met Kuijs. Het was fantastisch om te zien. Het publiek werd gek van Louwers. Zo was hij. Maakte je hem kwaad, dan kon hij alles.''

Louwers lag vaak dwars. ,,Als hij een keer te laat kwam op de training, zette de trainer, Wim Groenendijk, hem ernaast. Dat maakte Jan niks uit. Dan speel ik toch lekker niet, zei hij. Eindhoven verloor en dus werd Jan de volgende wedstrijd toch weer opgesteld en dan won Eindhoven gewoon weer. Soms had je het gevoel dat het voetbal niks voor hem betekende. Maar dat is een verkeerd gevoel. Hij was gek op voetbal, maar wel op zijn voetbal.''

,,Ik was een zelfstandige jongen'', nuanceert Louwers. ,,Ik moest in die tijd een eigen zaak zien op te bouwen. Als voetballer verdiende je toch nauwelijks wat. Dan kwam ik wel eens te laat op de training. Maar aan de andere kant had ik ook een hekel aan mensen die dachten dat ze het beter wisten. Kessler en Cruijff klikte toch ook niet in het Nederlands elftal.'' Wat was dan wel die belangrijke privézaak die Louwers zo na aan het hart lag? ,,Ik liet worst verkopen op de tribunes, repen chocola en zakjes pinda's. Eerst bij Eindhoven en later bij PSV. Dat heb ik uitgebouwd. En nu heb ik al jaren een bedrijf in horecaproducten en -apparatuur.''

Toen Eindhoven in het betaald voetbal de aansluiting met de top (PSV in het bijzonder) verloor, verging Louwers ook steeds meer de lust voor Eindhoven te spelen. Hij wilde graag weg, naar PSV, of naar welke club hem ook wilde hebben. ,,Maar Eindhoven vroeg steeds te veel. Die regels waren zo stom. De club kon vragen wat ze wilde, maar ik moest blijven doorspelen voor hetzelfde loontje.'' In 1959 gebeurde het dan toch: PSV kocht Louwers van eerstedivisieclub Eindhoven, hoewel het al bijna dertigjarige genie niet meer in zijn beste doen was. ,,Het leek wel een aardbeving in Eindhoven'', weet Louwers. ,,Er stonden zeker honderd ingezonden stukken in de krant. Zo kwaad was iedereen op mij en op PSV. Maar ik wilde aan de top voetballen. Ik zei dat ik zou stoppen als Eindhoven me niet liet gaan. We hadden bij PSV een goed elftal: Steiger in het doel, Wiersma, Van Wissen, Brusselers, Van der Kuil, Heerschop, Dillen. Daar leefde ik op als mens en als voetballer.''

Met PSV aan de Aalsterweg tegen Eindhoven spelen was dus een riskant avontuur voor Louwers. Hij kijkt terug op een bekerwedstrijd in die tijd. ,,Ik durfde niet zo goed, ik speelde met de handrem op. Het publiek begon steeds harder op mij te schelden. Vuile verrader en ge kunt er niks van. Toen ben ik gaan voetballen en heb ik toch nog effe gescoord en wonnen we met 2-0.'' Na drie jaar PSV speelde hij nog drie jaar voor Roda en een jaartje bij zijn oude club Eindhoven. Lopen deed hij nauwelijks meer in zijn laatste jaar, de kniegewrichten hadden te veel te lijden gehad. Lopen deden die jonge jongens wel voor hem. Een tikje links, een tikje rechts, af en toe nog zijn oogstrelende techniek demonstrerend, zo beëindigde Louwers zijn loopbaan. Midden in het seizoen stopte hij, 37 jaar oud. Nog even werd hij adviseur van het bestuur van Eindhoven. Maar daar zag hij uiteindelijk toch weinig in. ,,Eindhoven was een club van amateurs, goedwillend maar niet deskundig. Altijd heibel. Ik ben maar weggegaan. PSV trok me meer.''

Enige jaren geleden werd het sportpark aan de Aalsterweg naar Jan Louwers vernoemd. Op de gevel van het stadion, dat wordt gerenoveerd tot een voetbaltempeltje met 5.500 overdekte zitplaatsen, staat de naam van de legendarische voetballer. Het streelt hem echt wel, die naam. Zo onverschillig is hij ook niet. Zoals het hem ook wel goed deed toen Eindhoven met aanvallend voetbal onder trainer Rinus Goossens in de jaren zeventig zowaar nog twee jaar in de eredivisie meespeelde. ,,Eindhoven was een fijne club, een echte club van het volk. Maar de tijden zijn veranderd. Ik ga liever niet meer kijken. Niet om Eindhoven, maar om het voetbal in de eerste divisie. Het is God-zegen-de-greep-voetbal, spelers van in de dertig maken de dienst uit. Dat is niet mijn voetbal.''

Louwers zal morgen zeker in het Philips-stadion zijn, waar Eindhoven (uit financiële- en uit veiligheidsoverwegingen) zijn thuiswedstrijd in de kwartfinale van het bekertoernooi tegen PSV speelt. In de voorverkoop zijn al 20.000 kaarten van de hand gegaan. Het ene deel van het publiek zal blauw-wit zijn, het andere deel rood-wit, net als vroeger. Maar het wordt geen leuke wedstrijd, verwacht Louwers. ,,PSV is veel te sterk. Dat kan nooit wat worden. Ik hou van een lekkere pot voetbal. Spanning, mooie doelpunten en mooie individuele acties. Daar komt het publiek voor. Maar ik zie het zelden meer.''