Aida verplaatst naar het Italië van Benito Mussolini

Niet zozeer de kleine schaal van de Aida van de Nationale Reisopera – de eerste `kleine' schouwburgproduktie van het werk door een Nederlands gezelschap in tweeëntwintig jaar – baart opzien. Dat doet de enscenering van Waldemar Kamer, die de handeling heeft verplaatst van het oude Egypte naar het fascistische Italië van Benito Mussolini.

Deze Aida gaat niet meer over een strijd tegen Ethiopische aanvallers van het Egyptische rijk, maar over de Italiaanse verwerving van een koloniaal rijk in Afrika. De Italianen die ten tijde van de compositie van Aida zich nog maar net aan de Oostenrijkers hadden ontworsteld, bezetten luttele decennia later zelf Ethiopië. We zien het in beelden van het toenmalige filmjournaal en tijdens de triomfscène met de fascistische paradepas. Die ingreep van regisseur Kamer verlegt het perspectief en de implicaties van de handeling van de opera, nu eens geen massa-spektakel, historische plaatjes-voorstelling of tijdloos liefdesdrama.

Het libretto van Ghislanzoni, een van de vernuftigst geconstrueerde die Verdi gebruikte, verstrengelt vaderlandsliefde met de menselijke liefde. De belangrijkste personages – Aida, Radamès en Amneris – hebben niet alleen een driehoeksverhouding maar lijden elk aan een conflict tussen hoofd en hart, tussen plicht en gevoel. Aida is een fatale worsteling met die dubbele loyaliteit, die in de gebruikelijke ensceneringen uiteindelijk wordt gewonnen door het gevoel – Aida en Radamès sterven een gezamenlijke liefdesdood, terwijl Aida's rivale Amneris goddelijke genade voor hen afsmeekt.

Zoals Waldemar Kamer vorige week in een interview in deze krant zei, wordt Amneris in zijn visie op dat moment verslagen door de fascisten, die hun god verheerlijken. In zijn voorstelling wordt dat onontkoombaar totalitaire in de finale overigens niet visueel of auditief echt duidelijk gemaakt. Na de opzienbarende eerste twee actes doen de laatste twee actes na de triomfmars trouwens weinig anders aan dan normaal. Ook hier gaat het dan nog uitsluitend om tragische individuele lotgevallen, en ondanks het fascistische decor hebben ze nauwelijks een andere werking. Verdi blijkt zich toch niet in zijn geheel te laten meeslepen door een bevlogen regisseur.

Maar voor de pauze is deze over de hele linie opmerkelijk goed gezongen en begeleide Aida inderdaad schokkend anders dan anders. De hogepriester Ramfis verschijnt hier in het zwart-glimmende zuilendecor van Ezio Frigerio in de gedaante van Mussolini – schrikwekkend overtuigend gespeeld en gezongen door Jaco Huijpen, die met deze Duce-rol de eerste twee actes volledig beheerst. De Italiaanse koning (Jacques Does) heeft slechts een ceremoniële functie, zijn dochter Amneris (Hermine May) is een blonde wulpse Italiaanse die zó aan het werk kan bij de tv-zender Raiuno. Haar slavin Aida (Lynne Wickenden) lijkt in haar roze bloemetjesjurk met witte schort fysiek sprekend op Gré Brouwenstijn, de beroemde Nederlandse sopraan die zich ook vooral huisvrouw voelde.

De legeraanvoerder Radames (Janez Lotric) is nog ongebruikelijker geportretteerd: hij lijkt op Michiel Romeyn van Jiskefet en wordt tijdens de macabere triomfmars zwaargewond binnengedragen op een stretcher. Het is al even ontluisterend als de dodenherdenking, waarmee deze muzikaal gecoupeerde scène nu begint.

Met het op scherp zetten van het politieke en maatschappelijke decor roept Kamer vragen op. Bijvoorbeeld: zouden deze Italianen te vergelijken zijn met de Nederlanders die na hun bevrijding van de Duitsers zelf de vrijheidsstrijd van de Indonesiërs probeerden te breken met `politionele acties'? Indonesië was bij de Reisopera al eens het decor van Kurt Weills anti-kapitalistische opera Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny. En Jaco Huijpen heeft bij de Reisopera al vaker griezelige en weerzinwekkende personages vertolkt, zoals Klingsor in Wagners Parsifal en de Grootinquisiteur in Verdi's Don Carlo.

Ook zonder een vast gezelschap te zijn, schept de Reisopera op deze manier dankzij een consistent beleid een eigen wereldbeeld.

Voorstelling: Aida van G. Verdi door de Nationale Reisopera en het Noord Nederlands Orkest o.l.v. Niksa Bareza. Regie: Waldemar Kamer. Gezien: 4/3 Twentse Schouwburg Enschede. Herhalingen: 10/3 Eindhoven; 12/3 Maastricht; 16, 18/3 Rotterdam; 23, 25/3 Stadsschouwburg Amsterdam; 27/3 Arnhem; 30/3, 1/4 Utrecht; 7/4 Den Bosch; 9/4 Leeuwarden; 11, 13/4 Groningen.