Vlieland hoog

Tweespalt op Vlieland. De kleine gemeenschap van ons kent ons is deze winter opgeschrikt door een reeks affaires. Politici en zakenlui gaan iets te innig gearmd en `dan heerst er even anarchie op het eiland', zegt de oud-burgemeester. Tel je vrienden, niet je vijanden – anders kun je op Vlieland niet overleven.

Inloopspreekuur bij de politie van Vlieland. De deur staat open, de koffie pruttelt, maar de wachtkamer blijft leeg. Alleen uit de brigadierskamer klinken gedempte mannenstemmen. Een eilander die problemen heeft met zijn werkgever, zegt inspecteur Auke Poppema kortweg.

Stemverheffing, de man knettert van verontwaardiging. De naam van de gemeentesecretaris valt, maar iedere context vervliegt. Poppema schuift zenuwachtig met zijn koffie: ,,Ik wil over dit geval niets kwijt. Het is ingewikkeld. Het betreft namelijk de gemeente.'' En even later: ,,Laat ik u zeggen dat agenten op Vlieland vooral optreden als maatschappelijk werker. Met elfhonderdzestig inwoners kun je niet de boeman uithangen en de wet zwart-wit nemen. Je moet hier ook nog leven.''

Brigadier Floris Sinnema geeft een voorbeeld: ,,Op de Wallen in Amsterdam kon ik rustig klootzak tegen iemand zeggen. Ik kwam die gast toch nooit meer tegen. Hier niet.

Inspecteur Poppema: ,,Want 'savonds sta je weer tegenover hem. Bij het roeien, tijdens de bridge-drive of op het zeemanskoor.''

Rust, ruimte en natuur zijn het handelsmerk van Vlieland. Maar van dat eerste is het deze winter nog niet gekomen. Er ging geen maand voorbij of het eiland haalde de pers. Een gemeentelijke delegatie bezocht staatssecretaris Faber om onder het jachtverbod uit te komen – burgemeester Rob van der Mark: ,,Ja zeg hé, heb ik gezegd, kunnen we niet af van dat rigide gedoe, anders krijgen we hier konijnen tussen de boterham.''

De gemeente ging naar de bestuursrechter om strandpaviljoen Het Badhuys van Harry Westers, broer van een van beide wethouders, het hele jaar open te houden. Vlielander Jan Nanninga, voormalig secretaris van de Stichting Monumentenbehoud Vlieland, verweet in het verenigingsblad zijn voorzitter, burgemeester Rob van der Mark, onbehoorlijk bestuur en (financiële) laksheid. En tot slot kocht de gemeenteraad na een spoedvergadering voor 815.000 gulden grond inclusief het recht op erfpacht van een eigen raadslid, projectontwikkelaar B. Hazenberg (VVD). Daardoor ontkwam het raadslid op het nippertje aan een faillissement. Pikant detail: de taxatie werd in alle haast uitgevoerd door een partijgenoot van Hazenberg, makelaar Visser.

De burgemeester wil van geen affaires weten. Stoïcijns: ,,Het zijn stuk voor stuk raadsbeslissingen.'' Neem het strandpaviljoen. Dat wil de raad het hele jaar openhouden omdat dat past bij de door B en W nagestreefde seizoensverlenging. Dat de eigenaar de broer is van de bakker/wethouder doet er niet toe, ,,wel dat Harry op dit eiland een belangrijke bijdrage levert aan de economie''. Dan de kritiek van de voormalig secretaris van de Stichting Monumentenzorg Vlieland. ,,Die weerspreek ik. Ik heb de indruk dat de man zeer verbolgen is over het feit dat we het zeventiende-eeuwse Armhuis een horecabestemming hebben gegeven. Er zit nu een galerie in. Want met monumenten moet je ook geld verdienen.''

En die overhaaste grondaankoop? Een VVD-raadslid ontloopt op het nippertje een faillissement. Dat riekt naar vriendjespolitiek. De burgemeester geeft toe dat dit besluit alle schijn tegen zich heeft, maar onderstreept dat de raad gemeenschapsbelang voor ogen stond. Zo verkeert de gemeente in grote ruimtenood want ze heeft de zeggenschap over slechts acht procent van de 32.050 hectare op Vlieland, de rest behoort aan de overheid en wordt deels beheerd door tuinman staatsbosbeheer. Het plan is om de 31 are met staatsbosbeheer te ruilen tegen een perceel aan de oostkant zodat er meer gebouwd kan worden. ,,Daar kunnen we de noodzakelijke nieuwe begraafplaats kwijt.'' Dat er vervolgens haast geboden was en spoorslags de enige eilander-makelaar werd ingeschakeld, kwam, aldus de burgemeester, doordat er twee kapers op de kust waren.

Rekkelijken en preciezen

Maar de tweespalt op het eiland is gezaaid. Een vijftiental eilanders onder wie oud-SMV-secretaris Nanninga, zijn voorganger T. Pronker en het hoofd Plantsoenendienst J. Bankras acht de kwesties dubieus genoeg om herbenoeming van de burgemeester op 1 juli te dwarsbomen. Ze beklaagden zich bij de Friese commissaris van de koningin over het gebrekkig functioneren van de enige professionele bestuurder op het eiland, burgemeester Van der Mark. En passant beschuldigden ze hem ook van drankmisbruik – een verwijt dat volgens Van der Mark teruggaat op een incident uit 1994 toen hij in kennelijke staat met een hoofdwond in het duin werd aangetroffen.

Inmiddels heeft de gemeenteraad zich voltallig achter de burgemeester geschaard en distantiëren ook andere eilanders zich van de `onruststokers'. Waarom verdeeldheid zaaien om een burgemeester die zijn fouten heeft (Strandjutter Jaap Haan: ,,ik roep na vijf jaar nog steeds: he Rob, steek je knar 'ns op'') maar die wel vecht voor de vrijheid van het eiland? Gemeentesecretaris Bob Oosthoek vermoedt dat een ambtenaar die met strafontslag is gestuurd ,,de raddraaier van het verzet is''.

In Het Baken, het huisorgaan van de drumband, schrijft hij: ,,We moeten het product Vlieland zeker naar buiten toe niet nodeloos schaden.'' Dorpsomroeper Piet Stuivenga voegt daar in de kerkbode aan toe: ,,Het lijkt wel alsof het hier altijd raak is de onaardigheden van het leven uit te vechten via de kranten (...) Jammer dat wat mensen de zaak opstoken.'' De burgemeester zelf zegt erover: ,,Ik houd het op een strijd tussen rekkelijken en preciezen. Meer niet. Ik tel mijn vrienden, niet mijn vijanden. Anders kan je op dit eiland niet overleven.''

Op Oost-Vlieland, het enige dorp op het Waddeneiland, heerst de wet van het kleine getal. Van de veerboot loop je zo de Dorpsstraat in: langs VVV, postkantoor, huisarts, gemeentehuis, bakker, slager en de kruidenier die op woensdag stunt met vla en op donderdag met groente. De eilanders rijden auto, toeristen fietsen. De postbode brengt met haar baby in een buggy de brieven rond. En in het restaurant vragen ze nog ,,of het soms vies was'' als een klant de helft van zijn omelet laat staan.

Dezelfde overzichtelijkheid vind je terug in de levensloop van de meeste eilanders. Na de basisschool gaat een kind naar de dorps-Mavo, die net zo veel leerlingen herbergt als een forse klas in de Randstad – ,,Alleen een paar arrogante eilanders vinden hun kinderen te geleerd voor de Mavo'', weet Suus Soolsma, eigenares van de fotozaak, ,,en brengen ze bij een kostgezin aan de wal.'' Daarna volgt de zoektocht naar een baan, vaak in de horeca (38 procent) of in de ambtenarij (21 procent), waaronder ook Defensie met het militair terrein De Vliehors. ,,Ambtenaar is het hoogste wat je op dit eiland kan worden'', zegt Pieter Tijdeman van de burgerlijke stand, niet zonder trots. En de avonden en weekeinden slijten de Vlielanders binnen de besloten kringen van familie, buren, vrienden en de 30 verenigingen.

Ook de burenplicht ontbreekt niet. Ligt er een Vlielander in het ziekenhuis, dan hangt bij Warenhuis Houter à la minute diens naam en adres boven de toonbank met het verzoek `een kaartje te sturen aan'. ,,We doen altijd wie de meeste reacties krijgt'', glundert Thea Houter. Komt er een eilander te overlijden dan wijst de begrafeniscommissie zes vrijwilligers aan die verplicht zijn de uitvaart te regelen. Maar soms kan die sociale controle ook moordend zijn. Dat ondervond althans vrijwilligster Lies Homan. Zij mag in haar aanleunwoning geen asielzoekerskinderen meer ontvangen. Haar bejaarde buren hadden er te veel herrie van.

Tegelijkertijd hechten de eilanders er sterk aan eigen baas te zijn. Ze wonen zo'n vijftien mijl, anderhalf uur varen, uit de kust –wat begrijpen ze op de wal nou van hun problemen? Bovendien heeft Vlieland het altijd alleen gered. Eerst de strijd tegen de zee (in 1736 verdween het tweede dorp West-Vlieland in de golven), later het gevecht tegen de armoede. Toen de Vlielanders na opening van het Noordzeekanaal (1876) niet meer konden rondkomen van de visserij vatte de overheid in de jaren twintig het plan op het eiland te ontruimen. Ondernemende economische vluchtelingen uit Noord-Holland, Friesland en Groningen wisten dat te voorkomen door het toerisme tot Vlielands levensader te maken (215 van de 564 arbeidsplaatsen, in de zomer zo'n 7.500 toeristen). Samen met de Houtertjes, (zij hebben onder meer een evenementenbureau, winkels en fietsenverhuur) en de families van makelaar Visser, aannemer Tjerk Dijkstra en vrachtvervoerder Pronk hebben de Westertjes (440 hotelbedden, 1 café, 1 strandpaviljoen, 60 vaste personeelsleden) anno 1999 de economische macht op Vlieland in handen.

Nagelaten zilverwerk

Een enkele keer slaat hun vrijbuitermentaliteit door. ,,Dan heerst er even anarchie op het eiland'', zegt oud-burgemeester J.H.G. van de Langenberg. Zoals gebeurde vlak na het aantreden van burgemeester Van der Mark, toen de VVD bij de raadsverkiezingen in 1994 de absolute meerderheid (vijf van de negen raadszetels) behaalde. Er bleek stemfraude in het spel. Justitie achtte het toenmalig VVD-raadslid Jan Houter schuldig aan gerommel met volmachten. Een soortgelijke klacht tegen partijgenoot Harry Westers werd wegens een vormfout ingetrokken.

Een paar jaar later raakten beide heren opnieuw in opspraak. De inmiddels met strafontslag gestuurde ambtenaar bracht in 1997 aan het licht dat Jan Houter aan het eiland nagelaten antiek en zilverwerk in huis had dat het museum toekwam. Horecabaas Westers op zijn beurt werd in 1996 veroordeeld tot een geldboete van 5.000 gulden voor oplichting van een verzekeringsmaatschappij en rijden onder invloed. Een jaar later probeerde hij samen met Vlielander ondernemers appartementencomplex De Vliestroom te kopen om asielzoekers van het eiland te weren. Dat lukte hem niet. De gemeente weigerde als geldschieter op te treden. Inmiddels heeft Westers De Vliestroom zelf gekocht, voor 2.645.000 gulden. Met honderd asielzoekers die er nog hooguit twee jaar blijven. Een goede deal, zegt hij. Drie jaar lang jaarlijks zo'n negen ton beuren voor de verhuur, ,,en daarna kunnen we weer zelf beslissen wie erin komen.''

De meeste dorpelingen hebben vooral moeten lachen om de uitspattingen van beide heren. ,,Vrijbuiters zijn op Vlieland helden, gezagsgetrouwen vinden we mierenneukers'', verklaart Jaap Haan (72). Met gejut hout pookt hij zijn kacheltje op. ,,Pas als je hier je kind verkracht of een moord pleegt, lig je eruit.'' En dus konden Westers en Houter `gevierde eilanders' blijven. Nog elk jaar presenteert het `sociale vliegwiel' Jan Houter met Ron-Brandsteder-enthousiasme de zomeravondshow, midden in de Dorpsstraat. En Harry Westers op zijn beurt heeft met zijn sponsorgeld de roeivereniging nationale faam gebracht, en geldt nog altijd als graag geziene gast op het gemeentehuis. Hij is voorzitter van de VVV en onlangs benoemde de raad hem tot voorzitter van de Stichting Recreatiebelangen Vlieland. ,,Een speciale man die heel veel voor het eiland doet'', lacht gemeentesecretaris Bob Oosthoek, gezeten onder een Friese staartklok, de benen languit op tafel. Burgemeester Van der Mark is explicieter: ,,Harry is een opschieter, wil altijd sneller dan kan. Maar Harry is ook mijn vriend. We spreken elkaar wekelijks. Een horecatycoon van formaat.''

Het is de vraag of de eilandbestuurders op Vlieland in staat zijn de vrijgevochten ondernemers in bedwang te houden. Makkelijk is dat niet, erkennen ze zelf. Politiek is op Vlieland dorpsstraatdemocratie, zegt de burgemeester, ,,soms zelfs ordinaire belangenbehartiging''. Zo'n achthonderdvijftig kiesgerechtigden die negen raadsleden kiezen, van wie er twee deeltijdwethouder worden – familie, vrienden en buren en de achterban is geregeld. Dan moet je niet raar opkijken, zegt PvdA-fractievoorzitter W. Gieles, als die achterban iets van je terugwil. Een bouwvergunning voor een stenen schuur achter het huis. Of alsnog een tweede huis in de Dorpsstraat, terwijl de raad datzelfde eerder aan een Duitse familie uit principe weigerde. Met een politieke functie stel je je kwetsbaar op en maak je vijanden in het dorp, concludeert Cees van de Woestijne, die van 1961 tot en met 1993 op Vlieland gemeentesecretaris was. ,,En dat laten ze je merken ook.'' Desnoods met intimidatie. Zo weigerde een verongelijkte uitbater zijn vrouw en kinderen nog langer bier te schenken.

Een ander, steeds prangender probleem is dat de ambtelijke stukken met de steeds ingewikkeldere provinciale, Haagse en Europese `regelneverij' volgens de burgemeester en diens huidige secretaris steeds moeilijker te begrijpen zijn voor de deeltijdpolitici. Het gros heeft niet meer dan Mavo en snapt er naar eigen zeggen ,,na twee avonden leren'' nog geen jota van. De wethouder Onderwijs kon bijvoorbeeld haar eigen begroting niet uitleggen, vertelt Gerard Pijnenburg van de medezeggenschapsraad op de basisschool. ,,Ze kende de afkortingen niet eens.'' En ook in raadsvergaderingen heeft de kennisachterstand volgens PvdA-fractievoorzitter Gieles grote gevolgen. ,,Het debat ontbreekt, en de controle is zoek. Niemand durft de discussie met de burgemeester aan.'' Zo begrijpt hij nog steeds niet waarom B en W bijvoorbeeld wel geld voor grondaankoop hebben en niet voor het zwembad of de bibliotheek die op woensdagmiddag dichtblijft.

Een slagvast type

Het politiek bedrijf in Vlieland moet drijven op een geschoold ambtelijk apparaat, vindt oud-gemeentesecretaris C. van de Woestijne. Daarbij moet een burgemeester zich boven de partijen opstellen en zich afzijdig houden van het dorpsgewoel. Oud-burgemeester John van de Langenberg beaamt: ,,Je moet op zo'n klein eiland boven de gemeenschap staan, niet erin. Dat betekent sowieso niet langer dan één termijn burgemeester zijn. Net zoals goede agenten na een jaar of zes opkrassen. Zo'n Poppema zit er 16 jaar, veel te lang. Als er zaken worden opgelost door de politie, heb ik hem gezegd, gebeurt dat altijd door mensen van buitenaf. Blijf je langer zitten, dan teken je je doodvonnis en krijgen voor je het weet de vrijbuiters het voor het zeggen.''

Is dat onder de huidige burgemeester nu niet al het geval? Van de Langenberg moet erkennen dat er onder Van der Mark meer affaires spelen dan in zijn tijd. ,,Laat ik zeggen dat ik Van der Mark reken tot de rekkelijken, terwijl ikzelf tot de preciezen behoorde. Dat moest wel, want anders ga je meezwabberen met de liberale gemeenschap en verzuip je.'' Van de Woestijne: ,,Dat kan ik niet goed beoordelen. Als vutter sta ik er te ver van af. Ik weet alleen dat deze burgemeester in tegenstelling tot eerdere burgemeesters wel een sociaal leven met vrienden heeft op het eiland. En dat komt zijn objectiviteit niet ten goede.''

Burgemeester Van der Mark heeft zelf een andere kijk op zijn rol. Hij is lid van de schaatsvereniging, heeft eilander vrienden en haalt regelmatig een borrel in café Rispens. Maar bevoordeeld heeft hij hen nooit. Zegt hij. ,,Ik kan me hier een sociaal leven permitteren zonder mijn onpartijdigheid te verliezen. Ik ben namelijk een slagvast type.'' Die kwaliteit ontleent hij naar eigen zeggen aan zijn verleden. Anders dan zijn voorgangers verdiende Van der Mark niet zijn sporen in de ambtenarij. Hij begon als toiletzeepvertegenwoordiger die zich als eerste rode raadslid in Ermelo opwerkte tot PvdA-wethouder Ruimtelijke Ordening in Lelystad. ,,Ik ontdekte dat het geen reet uitmaakt of je zeep of vliegtuigen verkoopt, dus ik ging de politiek in. Daar heb ik geleerd met macht om te gaan.''

Als het aan Van der Mark ligt gunt Nijpels hem alsnog een tweede ambtstermijn. De commissaris van de koningin zal minister Peper (Binnenlandse Zaken) een dezer dagen adviseren over de burgemeestersbenoeming. Want er is op Vlieland, zegt Van der Mark, voor hem nog meer dan genoeg te doen. Zijn plan heeft hij al klaar. Punt een: kwaliteitsverbetering van toerisme op het eiland. Punt twee: ,,De ruimte die we op het eiland kunnen gebruiken veiligstellen.'' Punt drie: het politieke discussiepeil verhogen door raadscommissies in te stellen. Punt vier: de 35 ambtenaren op het gemeentehuis verder professionaliseren door afgestudeerden van de hogeschool voor de duur van hooguit zes jaar van de wal te halen. En punt vijf: Waken voor de autonomie van het eilandbestuur. ,,We willen niet alleen meeregeren met wat hogere organen ons voorschrijven. Niemand die vraagt of we het goed vinden. We krijgen het gewoon in onze mik. Dat maakt de gezagsgetrouwheid van de burgers er niet groter op.''

Maar is zelfbestuur op het eiland nog wel realistisch gelet op de dorpsstraatdemocratie en de steeds ingewikkeldere regels? Waar Vlieland zijn ambtenarenkorps optuigt, doet een gemeente als Schiermonnikoog met een vergelijkbaar aantal inwoners (1.005) steeds meer zaken met Dokkum: sociale zaken, financiën en ook onderwijs. Dat is behalve professioneler, ook goedkoper. Dat blijkt tenminste uit vergelijking van beide jaarrekeningen over 1997. Op Schiermonnikoog bedroegen de loonkosten voor ambtenaren op het gemeentehuis 819.099,69, op Vlieland 1.231.000,00 gulden. Declareerden de ambtenaren en B en W over 1997 in Schiermonnikoog 27.859,32 gulden, op Vlieland was dat bijna tweemaal zo veel: 46.300,00. Van der Mark is niet onder de indruk. ,,Harlingen wil ons er helemaal niet bij. En wij willen al helemaal niet. Op de wal snappen ze niets van een eiland. En stel je eens voor als je de burgemeester hier weg zou halen. Dan breekt er totale anarchie uit.'' Nee, dan rekent de burgemeester liever op zijn ,,netwerkkwaliteiten''. ,,In Den Haag weten we tot nu toe altijd nog wat extra's aan geld of uitzondering los te peuteren. Want gelukkig denkt men daar nog altijd wat vertederend over de eilanden.''

Zij aan zij

Zo'n 10 mannen-op-leeftijd hebben het avondeten net op als ze door de Dorpsstraat kuieren. Ze zijn op weg naar de Mavo, voor een repetitie van het Zeemanskoor. Lekker met de kerels onder elkaar, vindt brigadier Auke Poppema, die hoopt dat The Fireship op het programma staat – daarin zingt hij een solo. ,,Als je dan maar niet zo schreeuwt'', jent zijn jongste collega, brigadier Rink Beeksma. We komen niet om te kletsen, borst, maar om shantiliederen te zingen, valt de oude meneer Klaas Houter (80) hem in de rede.

De nestor heeft gesproken. Dirigent Suus Soolsma, van de fotozaak, tikt op de lessenaar. Veertig mannen stommelen naar hun plekje. De directeur van de Rabobank, oud-gemeentesecretaris Van de Woestijne , VVD-wethouder/bakker Fré Westers, criticaster Jan Nanninga, onderaannemer Van Houten, en brigadier Poppema, ze zitten gebroederlijk zij aan zij. Om zeemanslied 28 aan te heffen en alle onmin voor even te ontkennen.

Ver buiten 's werelds wild gewoel

ontvlucht door menigeen

Een speelbal van wind en zee

Ligt 't eenzaam oord daarheen

Toch minnen wij dat plekje grond

Wat ook gebeuren moog

Zij't anderen vaak tot spot of hoonWij houden Vlieland hoog