The Thing Called Love

Nashville, waar alle serveersters, taxichauffeurs en politieagenten eigenlijk countryzangers zijn, is net Los Angeles, waar iedereen eigenlijk acteur is. Maar afgaand op The Thing Called Love (1993) van Peter Bogdanovich, is er een verschil. Kyle, één van de vier jonge mensen die naar Nashville zijn gegaan om het te gaan maken, zegt: ,,No sarcasm, that's what's so good about country music''. Hier gunnen de mensen elkaar nog succes: ,,Great song, great song'', klinkt het aan de lopende band, ook al is het lied nog zo plat.

James (River Phoenix), Miranda (Samantha Mathis), Kyle (Dermot Mulroney) en Linda Lue (Sandra Bullock) ontmoeten elkaar bij het Bluebird Café, waar ze elke week auditie doen, hopend op de doorbraak. Ondertussen worden James en Kyle allebei verliefd op Miranda.

Bogdanovich' sympathieke film roept mede door de leuke jonge cast herinneringen op aan zijn meesterwerk The Last Picture Show (1971), over een stervend Texaans plaatsje waar de jeugd geen toekomst heeft. In The Thing Called Love houdt Bogdanovich – tegenwoordig als schrijver en filmhistoricus het geweten van Hollywood – de echte wanhoop echter buiten de deur, zoals de muziekindustrie in Nashville dat ook doet. Gewoon doorgaan, lijkt het motto, geheel in de geest van de tijd.

Het echte leven plaatste een ironische voetnoot bij Bogdanovich' film. River Phoenix, wat voor de hand liggend bedeeld met de rol van het grootste talent, stierf kort na de opnames op 23-jarige leeftijd door een overdosis. Wie het weet, ziet zijn drugsproblemen.

Samantha Mathis, destijds Phoenix' vriendin, is het stralende middelpunt van de film, maar uitgerekend zij is nooit doorgebroken. Dermot Mulroney bleef veelgevraagd `third man' in steeds grotere films. En Sandra Bullock, in The Thing Called Love nog gecast als vrolijke verliezer, werd een jaar later door Jan de Bonts Speed een grote ster.

The Thing Called Love (van Peter Bogdanovich, VS'93). Zondag, SBS6, 13.50-15.45u.