Streep in het zand

WITTE ILLEGALEN. Een jaar of wat geleden bestond de hele term nog niet. Ze waren er wél, vreemdelingen zonder geldige verblijfstitel die keurig hun kostje verdienden – en daar zelfs belasting en premie over betaalden. Ze hadden een sofinummer maar geen papieren en dus waren ze illegaal en dienden ze te worden uitgezet. De opsporing had zoals dat heet echter geen grote prioriteit. De politie concentreerde zich wijselijk op criminele illegalen.

Dat ging jarenlang zo zijn gangetje maar op een gegeven moment kan de overheid dergelijke mensen natuurlijk niet meer met goed fatsoen het land uitzetten. Niemand heeft last van hen, hun kinderen gaan hier naar school. Ook daarvoor had de gedoogpraktijk een oplossing, legalisering in individuele gevallen door de staatssecretaris van Justitie om humanitaire redenen.

Dat werd niet geadverteerd, maar op een gegeven moment gaf de administratieve rechter aan dat de Staat open kaart moest spelen. Hier was immers in feite een regel gegroeid. De toenmalige staatssecretaris Schmitz (Justitie) codificeerde de gegroeide praktijk keurig in de vuistregel: zes aaneengesloten jaren van ten minste negen maanden wit werk of een reguliere uitkering.

EEN ECHTE REGULARISERING (zoals we nog onlangs weer hebben gezien in Italië) was dit niet, benadrukte de bewindsvrouw, want het gaat steeds om een individuele beoordeling. De basis is het vertrouwen dat de overheid bij de betrokkenen heeft gewekt door hen geruime tijd ongemoeid te laten hoewel ze officieel (sofimatig) bekend zijn.

Toch was Nederland te klein, althans de Tweede Kamer. Mevrouw Schmitz liep ernstige politieke averij op. De grote zorg was dat de witte illegalenregeling een aanzuigende werking zou hebben, ook al betoogde de bewindsvrouw nog zozeer dat zij juist allerlei maatregelen nam om illegaal verblijf te ontmoedigen. Het sluitstuk was de Koppelingswet van vorig jaar. Deze moet illegalen de sleutel tot erkenning – wit werk of een witte uitkering – ontnemen.

De Koppelingswet voorziet daartoe in een controle van de verblijfstitel bij de uitgifte van het sofinummer, het rijbewijs, arbeidsbemiddeling, onderwijs aan niet-leerplichtigen, een woonvergunning, huursubsidie, de sociale verzekeringen en het ziekenfonds. Dus zo ongeveer alles. Tegen deze wet is vervolgens vanuit de samenleving geageerd. Maar ook sceptici kunnen niet ontkennen dat er niet veel valt in te brengen tegen het principe dat mensen zonder verblijfsrecht van overheidsvoorzieningen worden uitgesloten.

Afgaande op eerder onderzoek is het wel de vraag of de systeemgrenzen van de Nederlandse verzorgingsstaat zo gemakkelijk zijn te sluiten. Veel uitvoerders van de wet (en daar zijn er gezien de vele administratieve koppelingen nogal wat van) rekenen het bijvoorbeeld niet tot hun taak om ,,648 verschillende soorten visa en paspoorten te moeten kennen''. Zo drukte een medewerker basiseducatie Delfshaven het uit in een onderzoek van de Erasmusuniversiteit.

DE KOPPELINGSWET wordt in een recente aflevering van het Juristenblad gekritiseerd als ,,een combinatie van utopie'' (uitgaan van de gewenste situatie) en ,,cynisme'' (beperking van de kosten). Is dat echter niet het verhaal van het hele leven?

De wet is nog jong en het effect dus nog onzeker. Een streep in het zand. Het probleem van de witte illegalen helpt deze in elk geval niet uit de wereld. Behalve een aantal Marokkaanse mannen is een groep vrouwen nu al meer dan een maand in hongerstaking in het gebouw van de ATKB (Vereniging van Vrouwen uit Turkije in Amsterdam). De meesten zijn vrouwen van witte illegalen. Ze hebben zelf ook vaak gewerkt, thuis, in naai-ateliers of de schoonmaakbranche, maar komen zelf niet toe aan de zes-jaar-regeling. Schrijnend zijn in het bijzonder de vrouwen die voor hun verblijfstitel afhankelijk waren van hun man, maar die kwijtraakten omdat ze binnen drie jaar scheidden.

HONGERSTAKING geeft een geheel eigen dimensie aan het probleem van de witte illegalen. Het is het ultieme wapen van de machtelozen, dat respect verdient, maar het is ook een chantagemiddel. Burgemeester Patijn van Amsterdam worstelt zichtbaar met beide aspecten. Hij heeft aangekondigd er in het uiterste geval een eind aan te willen maken. Maar wat stelt hij zich daarbij voor? Dwangvoeding van mensen die in het bezit zijn van hun geestelijke vermogens behoort niet tot de bevoegdheden van een lokale autoriteit. Het recht op lichamelijke zelfbeschikking staat in de Grondwet, hoe treurig het resultaat ook mag stemmen.

Het alternatief voor Patijn is een grotere – interne – stem van de burgemeester, per slot van rekening het hoofd van de plaatselijke (vreemdelingen)politie, bij de beslissing over het witten van illegalen. Dit klinkt goed maar het is niet een echt alternatief. Het leidt al gauw tot een Gümüs-effect. Een sympathieke kleermaker uit de Pijp zou kunnen blijven, maar er blijft altijd een categorie van stille ellende die de rekening betaalt.

HET IS HARD , maar staatssecretaris Cohen (Justitie) had gelijk toen hij bij de hongerstaking in de Haagse Agneskerk zei: voor iedere grijze categorie van witte illegalen die we tegemoetkomen, dient zich een nieuwe aan. De recente Italiaanse amnestie bevestigt dit. De overloop van de eerste golf leidt tot een tweede. De mogelijkheden van Cohen bleken dan ook beperkt. Het is na de Haagse actie veelzeggend dat de Turkse vrouwen verklaren dat ,,veel kerken in Amsterdam ons in de steek hebben gelaten''.

DE ILLEGALENWET mag een streep in het zand zijn, maar dat geldt zeker voor deze hongerstaking.

Easy To Love (Charles Waters, 1953, VS). Door Busby Berkeley gechoreografeerde waterballetten in Ester Williams-vehikel, gesitueerd in Florida's Cypress Gardens. Belg.1, 15.00-16.31u.