PRIMAIRE PREVENTIE IS EFFECTIEFST TEGEN ACUTE VERWARDHEID

Acute verwardheid (delier) komt betrekkelijk vaak voor bij zieke bejaarden. Verschillende bronnen melden dat tussen de 11 en 24 procent van de oudere patiënten in het ziekenhuis een delier krijgt. De aanval van verwardheid ontstaat altijd abrupt en kent een breed scala van symptomen. Concentratie-, oriëntatie- en geheugenstoornissen kunnen voorkomen naast waanvoorstellingen en hallucinaties. De stemming van de patiënt kan binnen een paar uur enkele malen radicaal omslaan. Angst slaat dan plots om in woede, somberheid in euforie. Omdat de patiënt tussen vlagen van verwardheid door normaal reageert, kan het moeilijk zijn om de juiste diagnose te stellen. De aandoening wordt bovendien makkelijk aangezien voor een vorm van dementie, schizofrenie of manische depressiviteit. Het delier is een ernstige complicatie, die altijd sporen nalaat, soms dodelijk afloopt, maar vaker leidt tot een langdurige ziekenhuisopname of een verblijf in een verpleeghuis.

Veel onderzoek is gedaan naar de vraag hoe potentiële delierpatiënten zijn te herkennen. Hierdoor is een aantal risicofactoren bekend geworden. Een team van internisten en epidemiologen van de Yale University heeft nu onderzocht of interventies gericht op een aantal bekende risicofactoren de kans op een delier verminderen (New England Journal of Medicine, 4 maart).

Patiënten van 70 jaar of ouder die bij opname in het ziekenhuis niet verward of dement waren, werden bij de opname onderzocht op een zestal erkende risicofactoren: oriëntatieproblemen, slaapgebrek, bedlegerigheid, slecht zien en/of horen en uitdroging. Bij de helft van de patiënten werden deze risicofactoren meebehandeld. De andere helft werd alleen behandeld voor de klachten waarvoor zij opgenomen waren.

Het aanpakken van de risicofactoren bracht het aantal patiënten dat een delier kreeg significant terug: van 15% in de controlegroep naar 9,9% in de behandelde groep. Van de 426 patiënten in de laatste groep kregen er 42 minstens één delier. Zij maakten bij elkaar 62 episoden van verwardheid door met een totale duur van 105 dagen. In de even grote controlegroep traden bij 64 patiënten 90 episoden van tezamen 161 dagen op.

Deze cijfers laten zien dat de interventies weinig effect hadden als het erom ging een tweede of volgend delier te voorkomen. Ook was er tussen beide groepen geen verschil in de ernst van de ziekteverschijnselen. De onderzoekers concluderen dat primaire preventie waarschijnlijk de meest effectieve strategie tegen het delier is. Met een natte vinger rekenen de auteurs voor dat deze benadering waarschijnlijk kosten-effectief is, doordat de risicofactoren vaak tamelijk eenvoudig te behandelen zijn.

(Huup Dassen)