NEGENJARIGE

De boodschap in Vincent Icke's `Voor een negenjarige' (W&O, 6 februari) is: `Natuurkunde is niet moeilijk. Kijk maar: Ik kan het heel eenvoudig aan een negenjarige uitleggen.' Icke doet een beroep op de ervaring en gebruikt aanschouwelijk onderwijs om de homogeniteit en de isotropie van de tijd/ruimte, het heelal, aannemelijk te maken. De 37 jaar ervaring in het basisonderwijs van mijn vrouw en de eigen ervaring met drie kinderen hebben mij geleerd dat je een kind zó eenvoudig iets niet wijs kunt maken.

Een wijsneus die, als kabouter op de padvinderij, kennis heeft gemaakt met het kompas, zal wijzen op de anisotropie in verband met het magnetisch veld van de aarde. Haar broertje die uit de zon naar een plekje in de schaduw loopt, demonstreert dat, althans naar zijn ervaring, het heelal niet homogeen is. Icke kan zeggen: `Ja, maar dat bedoel ik niet. Het zit eigenlijk zó.' Dan kan bijvoorbeeld een uitleg komen over een heelal zónder materie. Daaruit blijkt dat natuurkunde écht moeilijk is. Minstens net zo moeilijk als Latijn en Grieks. Overigens voorziet het hedendaagse onderwijs aan pre-VWO-negenjarigen in de leraar Grieks noch de lerares Latijn, op wie Icke een beroep doet voor nadere uitleg van de betekenis van de begrippen `homogeen'en `isotroop'.