NEE ZEGGEN ALS HET TE VEEL WORDT

`ER MOET NU iets gebeuren, anders stop ik ermee', dacht Josien Wissels halverwege het vorig schooljaar. Al negen jaar geeft ze anderhalve dag per week handwerkles aan migrantenmeisjes op een basisschool in de Haagse Schilderswijk. Ze kon steeds slechter tegen de meisjes op en ze was te aardig om straf te geven. ``Het is een luxebaantje, het moest leuk zijn'', zegt Wissels. Maar het wás helemaal niet leuk meer, ze ging met lood in haar schoenen naar school. ``Ik vond dat ik gefaald had.'' Een advertentie in de krant wees haar op de training `Gezond voor de klas', aangeboden door de preventie-afdeling van de Haagse Riagg.

``Als ik deze training niet had gedaan, was ik er mee opgehouden'', zegt Wissels nu. Ze gaat inmiddels weer opgewekt naar school, schakelt haar collega's in als de meisjes het te dol maken en als een les wat rommelig uitvalt denkt ze: de volgende keer beter. Het is gezelliger in de klas geworden, vindt ze. ``Ik neem nu ook af en toe de tijd om even wat persoonlijke aandacht te geven aan de kinderen.''

De preventieafdeling van de Haagse Riaggs – sinds kort maken ze deel uit van psycho-medisch centrum Parnassia – geven al enkele jaren stresstrainingen voor mensen die op het randje van de overspannenheid balanceren of daar al overheen zijn gevallen en ziek thuis zitten. Omdat docenten in het onderwijs te maken hebben met `specifieke stressoren', zoals projectleider Marjan Wesseling het uitdrukt, worden er sinds vorig jaar aparte trainingen voor leerkrachten aangeboden. ``Van alle beroepsgroepen die ik intussen in mijn trainingen heb gehad'', zegt Wesseling, ``is het lerarenberoep wel een van de zwaarste. Dat komt doordat het onderwijs weinig mogelijkheden biedt om invloed uit te oefenen op het werk en zelf dingen te regelen. Die klas met kinderen is er gewoon, daar valt niet aan te ontsnappen. Bovendien is het binnen de school taboe om bij collega's steun te zoeken. Je mag geen zwakte tonen. Eigenlijk een soort macho-cultuur.''

Josien Wissels kan dat laatste geheel beamen, al moet ze toegeven dat het taboe vooral in haar eigen hoofd zat. ``Ik vond dat het aan mij lag als het een puinzooi was, ik moest het dus ook zelf oplossen.'' Op de cursus leerde ze dat het organiseren van `sociale steun' een van de voornaamste buffers tegen stress is. En het werkt. Als ze een van haar collega's raadpleegt over de lastpakjes in haar handwerkles, dan krijgt ze als reactie: `Oh, daar doen we toch wat aan!' Voor het eerst hoorde ze dat andere leerkrachten soms ook moeite hebben om de rust in de klas te bewaren. Een hele opluchting, vindt Wissels.

De training `Gezond voor de klas' die uit twaalf bijeenkomsten bestaat, kent een vijftal vaste onderdelen die – zo is uit onderzoek gebleken – bijdragen aan het verminderen van stress. ``De balans van draagkracht en draaglast zijn verstoord'', legt Wesseling uit. ``En hoe langer die weegschaal uit balans is, hoe ernstiger de klachten zijn.'' De cursisten leren zich assertiever te gedragen en `nee' te zeggen als het hun te veel wordt. Een lastig punt in het onderwijs, waar altijd een groot beroep op de loyaliteit van de werknemers wordt gedaan. In het tweede onderdeel wordt geoefend in `realistisch denken'. ``Als een klas onrustig is'', licht Wesseling toe, ``kun je denken: `zie je wel, ik breng er niets van terecht'. Maar je kunt ook denken: `o.k., de volgende keer beter, het is geen ramp'. Als je het laatste kunt denken heb je aanwijsbaar minder last van stress.'' Het organiseren van sociale steun, het derde onderdeel, is een van de belangrijkste beschermingsfactoren tegen stress. Wesseling: ``In het onderwijs een zwak punt, want leerkrachten hebben een geïsoleerd beroep. Ze praten wel met elkaar over moeilijke kinderen, maar niet over hun eigen moeilijkheden.''

Het veranderen van leefgewoonten is een vierde punt dat aan de orde komt. Niet twintig koppen koffie per dag, wel pauze houden en het liefst dagelijks een half uur lopen. En dan is er tenslotte het onderdeel `time-management', waarin de cursisten geleerd wordt tijdverspillers uit te bannen en prioriteiten te stellen. Door middel van vragenlijsten over stressreacties en check-lijsten over werkomstandigheden gaan de cursisten bij zichzelf te rade waar de grootste problemen zitten. Met een stappenplan en een stressdagboek gaan ze deze knelpunten te lijf.

``Veel van wat in zo'n training aan de orde komt is eigenlijk wel bekend'', zegt Anneke Boender, ``maar door het allemaal eens systematisch uit te zoeken en goed op papier te zetten krijg je helderheid.'' Boender stond tien jaar voor de klas op een basisschool toen het ineens niet meer ging. Achteraf bezien waren er al langer aanwijzingen dat het haar te veel geworden was. Ze sliep slecht, kon zich moeilijk concentreren, had vaak hoofdpijn en voelde zich schuldig omdat ze minder affiniteit met de kinderen kon opbrengen. ``Ik móest een lieve juf zijn en ik móest geduldig zijn.'' Van de ene op de andere dag lukte het haar niet meer. Negen maanden zat ze overspannen thuis. Bij de bedrijfsarts zag ze een foldertje liggen van de stresstraining. ``Ik vond dat ik wel wat steun en begeleiding kon gebruiken bij mijn terugkeer naar school'', zegt Boender. ``Want dat is na zo'n lange tijd een hele grote stap.''

Op de cursus ontmoette ze lotgenoten aan wie ze niets hoefde uit te leggen. En bovendien, vindt Boender, je leerde een hoop van elkaar. Al snel kwam ze er achter dat de grootste stress voor haar in de werkinhoud zat. ``De tijdsdruk om het lesprogramma af te krijgen, de extra aandacht en zorg voor de kinderen met leerproblemen, overleg met remedial teachers, gesprekken met ouders, maar ook aandacht voor de hoogbegaafde leerlingen en kinderen met een slechte werkhouding. Ik had voortdurend een opgejaagd gevoel. Het werk stapelde zich op, het was nooit af, ook niet als ik 's avonds doorwerkte.''

Dat doet Boender na de training dus anders. Ze werkt nog maar vier dagen per week en heeft op aanraden van de bedrijfsarts haar vrije dag midden in de week gepland. ``Ik heb een reëler programma en ik doe gewoon minder. Ik kan tegen mezelf zeggen: nu is het genoeg, jammer dat het niet af is, maar morgen is er weer een dag. Vroeger had ik maar één gedachte: het móet af.'' Als ze het heel erg druk heeft maakt ze een prioriteitenlijstje. Dat leerde ze bij het onderdeel tijdmanagement. ``Ik had er nooit over gepeinsd om me met zoiets als `tijdverspillers' bezig te houden, maar het was een heel goed onderdeel van de training.'' Langzamerhand groeide het contact met de leerlingen weer. Boender kreeg het plezier in lesgeven terug. ``Ik sta nu meer ontspannen voor de klas en dat slaat natuurlijk ook op de kinderen terug.''

De vraag naar werkstresstrainingen neemt toe, zegt projectleider Wesseling. Het is een laagdrempelig aanbod, benadrukt ze, dat de cursist, afhankelijk van het aantal bijeenkomsten tussen de honderd en tweehonderd gulden kost. En, zo wordt in de folder vermeld: deelnemers worden niet als Riagg-cliënten geregistreerd. De bijeenkomsten worden in de avonduren gehouden, want vrij vragen betekent een extra stressfactor, weet Wesseling. Veel leerkrachten willen niet aan de grote klok hangen dat ze deze training volgen. Daarom wilden Josien Wissels en Anneke Boender niet met hun eigen naam in de krant. Zelf hebben ze het taboe op zwakheid overwonnen, maar ze zijn bang dat dat niet voor iedereen geldt.