Naar de top (m/v)

Op de laatste Internationale Vrouwendag van deze eeuw, maandag, is het aantal vrouwennetwerken in Nederland de honderd genaderd. Zo idealistisch-feministisch als vroeger zijn ze niet meer. `Ik kom alleen nog als er iets te halen valt.'

Of het te maken had met haar vrouw-zijn? ,,Dat kun je nooit hard maken'', zegt Bonnie Schop. Maar ze denkt dat haar baas niet dezelfde leugenachtige strategie had gehanteerd als ze een man was geweest. ,,Hij speculeerde er op dat ik geen weerwoord had op zijn aantijgingen. Daarmee heeft hij me onderschat.''

Schop had zich, diëtistendiploma op zak, van onderaf opgewerkt tot manager in de familie-onderneming, een groot vleesverwerkend bedrijf. ,,Ik ben op de werkvloer begonnen, maakte bloedworst en volgde de ham tijdens het productieproces om de kostprijs vast te stellen.'' Na een wisseling van directeur – het bedrijf was inmiddels verkocht – kreeg ze plotseling te horen dat ze niet functioneerde. Veertien jaar had ze in het bedrijf gewerkt, nu werd ze op non-actief gezet.

Ze vocht met succes de ontslaggrond aan – de directeur had aantoonbaar gelogen – maar de rechter besloot toch het arbeidscontract te ontbinden. Wegens verstoorde verhoudingen.

Bonnie Schop is lid van het Vrouwennetwerk Vlees, dat zich richt op het kader binnen de vleessector. Het netwerk telt niet meer dan vijfentwintig leden. ,,In het slagersbedrijf bekleden maar weinig vrouwen een hoge positie'', verklaart Schop. ,,Dat heeft consequenties. Als je als vrouw in een mannenwereld werkt, zijn alle ogen op je gericht. Die aandacht is niet altijd vervelend, er wordt naar je geluisterd. Maar je moet je ook meer waarmaken, voorstellen uitputtend voorbereiden, altijd je beslissingen motiveren.''

De vleesbranche vormt met die schaarste aan leidinggevende vrouwen geen uitzondering. Ook in andere sectoren wil het maar niet vlotten met de doorstroming van vrouwen naar de top. Van oudsher zijn het de mannen die op hoog niveau de dienst uitmaken en elkaar via het old-boysnetwork de bal toespelen.''

Haar netwerkgenoten durfde ze geen details te vertellen over haar arbeidsconflict, zegt Schop. ,,Uit angst voor mijn baas.'' Maar via het netwerk werden haar wel nieuwe vacatures toegespeeld. Inmiddels heeft ze het naar de zin als kwaliteitsfunctionaris bij een vleesbedrijf en begint haar geknakte zelfvertrouwen zich te herstellen.

In reactie op herenclubs als Rotary en Lions, waar dames niet welkom waren, stichtten vrouwen hun eigen besloten gezelschappen. De jaren tachtig zagen een ware boom van vrouwennetwerken. Alle met een eigen missie, al ontbreekt bij geen enkel netwerk het streven naar `een toename van vrouwen in de top'.

De netwerken variëren in grootte van enkele tientallen tot honderden, of zelfs duizenden aangeslotenen. Er zijn landelijke en regionale, algemene en beroeps- of sectorgebonden netwerken, die regelmatig evenementen organiseren. Behalve een ledenlijst en een ontmoetingsplaats bieden ze trainingen, bedoeld om de positie van – hoogopgeleide – vrouwen op de arbeidsmarkt te verbeteren en al dan niet zichtbare hobbels op de weg naar de top te slechten.

Haantjesgedrag

De strategie van de vrouwennetwerken is niet altijd dezelfde geweest. ,,In de jaren tachtig had het netwerk meer een feministische inslag'', zegt Annemieke Traag, waarnemend voorzitter van de Stichting Vrouwennetwerk Nederland (SVN), die 2.300 aangeslotenen en 32 deelnetwerken telt. ,,In die tijd ging het vooral om het gelijkheidsbeginsel. Nu zien we een zakelijker tendens. Jonge vrouwen komen met een duidelijker doel voor ogen.''

,,Voorheen was het voldoende als het gezellig was'', beaamt Ans Zwerver, Eerste-Kamerlid voor GroenLinks. ,,Nu zijn we kritischer, weten beter wat we willen en hebben minder tijd. Ik kom alleen nog als er iets te halen valt.'' Bijvoorbeeld expertise: ,,Als ik een wet behandel, doe ik dat altijd vanuit een feministisch perspectief. Binnen het netwerk tref ik vrouwen met een specifieke deskundigheid, die ik vraag of ze nog aanvullingen hebben voor die wet. Zo weet ik dat mijn inbreng in de Kamer door maatschappelijke groepen wordt gedragen.''

Zwerver wordt wel betiteld als het succes van het Vrouwenoverleg GroenLinks, dat haar in 1995 voordroeg voor het kandidaatschap van de Eerste Kamer en haar door een actieve lobby van een zetel verzekerde. ,,De manier waarop ik in de senaat ben gekomen, bewijst hoe krachtig een vrouwennetwerk kan zijn'', zegt ze zelf. ,,Het wordt alom gewaardeerd en gerespecteerd binnen de partij.''

Het netwerk schreef ooit een `wedstrijdje' uit voor kandidaat-Tweede-Kamerleden. Wie het meest feministisch was. ,,Het was een enorm succes, iedereen kwam. Wij boden de mogelijkheid aan kandidaten om zich te profileren, daar was behoefte aan.'' De eerste prijs werd in de wacht gesleept door een man: Jan Willem Duyvendak. ,,Het heeft hem helaas geen zetel opgeleverd.''

In de Eerste Kamer ondervindt Zwerver weinig hinder van iets dat op een vrouwonvriendelijke cultuur zou wijzen, hoewel maar vijftien van de vijfenzeventig leden vrouw zijn. ,,Alle Kamerleden hebben al een carrière doorlopen, daardoor kunnen ze anderen de ruimte geven. Hoewel er een door mannen gedomineerde cultuur heerst, vertonen ze geen haantjesgedrag.'' Ook binnen GroenLinks heeft ze weinig weerstand bemerkt.

Dat is elders wel anders. Vaak wordt gesproken van het `glazen plafond', een onzichtbare barrière die vrouwen zouden tegenkomen in een door mannen gedomineerde cultuur, en die hen zou verhinderen tot de echt hoge posities door te dringen.

,,In de geneeskunde is daar zeker sprake van'', is de stellige overtuiging van pedagoge Myra Keizer, die onderzoek verrichtte naar de verschillen in beroepscultuur tussen vrouwelijke en mannelijke specialisten. ,,Bij het glazen plafond denken mensen al gauw aan discriminerende opleiders, die weigeren om vrouwelijke assistenten aan te nemen. Hoewel dat nog steeds voorkomt, is het een groter probleem dat in de geneeskunde nog steeds enorme offers worden gevraagd. Een tachtigurige werkweek is heel normaal. Die productiviteit houd je alleen maar vol als er iemand voor je zorgt, en vrouwen hebben meestal niet zo iemand. Daarnaast zijn vrouwen minder dan mannen bereid om buitensporige offers te brengen. Ze dragen vaker zorg voor de kinderen en ontlenen daar meer identiteit aan.''

Keizer stelde tijdens haar onderzoek vast dat de ambities van vrouwelijke en mannelijke geneeskundestudenten nauwelijks uiteenlopen. Tien jaar na de opleiding is dat drastisch veranderd. ,,Mannen specialiseren zich vaker'', zegt Keizer, ,,en maken meer uren dan vrouwen, die na de opleiding dikwijls parttime gaan werken en meer tijd besteden aan het gezin.''

Charlotte Molenaar, chirurg in opleiding en moeder van een eenjarige zoon, kan dat beamen ,,Ik overweeg om na mijn specialisatie parttime te gaan werken'', zegt ze. ,,Nu kan dat nog niet. De cultuur laat het niet toe, de chirurgie is een mannenbolwerk. Mijn mannelijke collega's hebben het in dat opzicht nog moeilijker dan vrouwen. Van mij wordt het nog wel geaccepteerd als ik tijdens een operatie zeg dat ik weg moet om mijn kind van de crèche te halen, van mannen niet. Zij durven niet eens te vragen om zoiets als ouderschapsverlof, uit angst dat het hun carrière zal schaden.''

Molenaar is lid van de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen (VNVA), een beroepsorganisatie die 2.700 leden telt en die zich tevens als vrouwennetwerk profileert. Deskundigheidsbevordering en het stimuleren van de doorstroom van vrouwelijk talent is het streven. ,,Ik kom uit een artsenfamilie'', zegt Molenaar, ,,mijn moeder is al heel lang lid van de VNVA. Ze werd onlangs gehuldigd omdat ze de meeste leden heeft aangebracht: haar drie dochters. Mijn beide zussen zijn ook arts.'' Molenaars moeder is altijd actief geweest binnen het netwerk. ,,Dat was voor haar toentertijd nog belangrijker dan voor de huidige generatie. `Wij hebben moeten vechten voor onze positie', is haar gevleugelde uitdrukking.''

Voor Molenaar dient het netwerk vooral een praktisch doel. ,,Via het netwerk kan ik trainingen volgen.'' Ook haar vriendin en netwerkgenote Hester Oldenburg ziet het VNVA vooral als ,,goed voor contacten met gelijkgestemden. Nuttig voor vrouwen die een collega zoeken om een duobaan mee te delen. Een vrouw ja – mannen die een halve baan willen, dienen zich niet aan.''

Duwtje in de rug

Het Netwerk Mediavrouwen viert de komende Internationale Vrouwendag haar eerste lustrum. ,,Radio- en televisiemakers zijn veelal freelancers, die moeten keer op keer knokken om zichzelf te verkopen'', zegt Annemiek Wiersma, voorzitter van het Netwerk Mediavrouwen en projectcoördinator van de nieuwbouw van AVRO, KRO en NCRV. ,,Veel vrouwen voelden zich daar aanvankelijk alleen in staan, bij het netwerk krijgen ze steun en kunnen ze hun vaardigheden en kennis uitbreiden. We organiseren workshops en lezingen over vakgerichte en algemene onderwerpen zoals onderhandelen, timemanagement, scenarioschrijven, eindredactionele vaardigheden. Heel divers. Het organiseren daarvan levert vrouwen ook weer belangrijke ervaring op.''

Het netwerk als proeftuintje? ,,Ja, die functie heeft het zeker'', zegt Annelotte Verhaagen, freelancer en lid van het Netwerk Mediavrouwen. ,,Een besloten gezelschap met alleen vrouwen biedt veiligheid, je hoeft je niet waar te maken en doet er zelfvertrouwen en ervaring op waardoor je mensen makkelijker benadert. Ook mannen.''

Gepamperd naar de top. Maar helpt het vrouwennetwerk werkelijk om door het glazen plafond heen te breken? ,,Ik betwijfel het'', zegt Myra Keizer, ,,de geneeskunde is nog steeds een mannenbolwerk, dus ik denk niet dat een netwerk van alleen vrouwen hen in dat opzicht veel verder zal helpen. Om de segregatie op te heffen, zou het effectiever zijn als mannen en vrouwen zich gezamenlijk voor betere arbeidsvoorwaarden zouden inzetten.''

,,Het helpt wel degelijk'', meent mediavrouw Annemiek Wiersma. ,,Een duwtje in de rug betekent veel voor de loopbaan van vrouwen, om stappen te zetten, verder te komen. Maar het gevaar bestaat dat ze zich beperken tot het vrouwennetwerk. Dat is niet de bedoeling. Uiteindelijk moet het netwerk ook leiden tot betere contacten met de heren.''

De Stichting Vrouwennetwerk Nederland heeft contacten met mannennetwerken om te onderzoeken of ze iets voor elkaar kunnen betekenen. ,,Er gaan stemmen op om het netwerk in de toekomst ook voor mannen open te stellen'', zegt Annemieke Traag van SVN. ,,Daar bestaat bij een aantal leden behoefte aan. Bij traditionele organisaties als Rotary en Lions blijft het moeilijk om er tussen te komen.''

Die indruk wil Rotary liever niet wekken. Het magazine Rotarian schrijft deze maand over `Tien jaar vrouwen in Rotary'. ,,Eigenlijk is de vrouw in Rotary voor ons al zoiets vanzelfsprekends'', stelt rotarian Ivonne Seuters vast in het coverartikel. ,,We zijn er toch allang over uitgepraat?'' De organisatie mag dan trots zijn op de emancipatoire mijlpaal, toch telt het old-boysnetwork van weleer nog altijd niet meer dan tien procent vrouwen onder zijn leden. Positieve actie behoort niet tot het beleid. In bijna de helft van de Rotaryclubs zijn vrouwen nog steeds niet welkom.

,,Koudwatervrees'', oordeelt Rotarygouverneur Leo van Atten. Hij is voorstander van integratie en ziet geen heil in vrouwennetwerken. ,,Die leiden tot een hakken-in-het-zandhouding, daarmee zoek je de controverse en dat is niet de bedoeling van Rotary. De emancipatie heeft inmiddels zover wortel geschoten dat een netwerk voor alleen vrouwen niet meer nodig of wenselijk is.''

Hoewel GroenLinks bij Rotary weinig aanhang zal vinden, lijkt de partij dezelfde mening toegedaan. Het Vrouwenoverleg is omgedoopt tot Feministisch Netwerk, waarbij ook – feministische – mannen zich kunnen aansluiten. ,,We denken dat je op het terrein van arbeid, zorg en inkomen grotere resultaten boekt als de mannen meedoen'', zegt Ans Zwerver. ,,Of het werkt moet nog blijken.''

Vooralsnog kunnen de vrouwennetwerken zich verheugen in een grote toeloop van gegadigden. Zolang nog weinig vrouwen hoge strategische posities bekleden, hebben de vrouwennetwerken bestaansrecht, vinden degenen die er gebruik van maken.

Annelotte Verhaagen spendeert gemiddeld een dagdeel per week aan het Netwerk Mediavrouwen. ,,Nu ik tijdelijk een fulltime baan heb, valt me dat zwaar'', zegt ze, ,,maar ik ga ermee door, want als mijn contract is afgelopen, heb ik mijn contacten weer hard nodig. Mijn investering in het netwerk rendeert, ik word steeds vaker voor klussen gevraagd.''

Juist in de omroepsector zou een verandering mogelijk moeten zijn, volgens netwerk-voorzitter Wiersma. ,,De huidige, mannelijke stijl van leidinggeven sluit niet aan bij de organisatie, die voor de helft bestaat uit vrouwen. Die blijken heel geschikt als manager. Om het lot een handje te helpen, moeten er voorwaarden worden gecreëerd, bijvoorbeeld door in topfuncties parttime werken toe te staan.''

In de huidige cultuur is het lastig om met parttimers te werken, vindt Traag, in het dagelijks leven directeur strategie en communicatie bij de gemeente Apeldoorn. ,,Vooral als ze baantjes van twintig uur hebben. Dat zijn dan ook altijd vrouwen in lagere functies. Het zou een oplossing zijn als iederéén 32 uur zou gaan werken, ook mannen. Dan is het algemeen geaccepteerd.''

Wiersma: ,,Uiteindelijk zal die evenredige bezetting er wel komen. We moeten gewoon wachten tot de oude garde heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe generatie, de dertigers van nu.''