Milde humor en jeugdig elan in Vlaams ballet

In het eind vorig seizoen geopende eigen theater 't Eilandje bracht het Koninklijk Ballet van Vlaanderen deze week het nieuwe programma Balanchine and Friends uit, waarvan ook een aantal voorstellingen in Nederland gegeven zal worden. Het is een voortreffelijk gedanst programma waarin naast de tijdloze Balanchine-klassieker The Four Temperaments uit 1946, werk staat van een recentere generatie choreografen, Jean-Christophe Maillot en Christopher d'Amboise.

De laatste, jarenlang solist bij Balanchines New York City Ballet, creëerde voor het Vlaamse gezelschap Synchronicities op muziek van John Adams. Een pittig, onpretentieus, stevig in de klassieke danstechniek geworteld ballet waarin het dansplezier voorop staat. Er zitten leuke vondsten in, het heeft een milde humor en vaart, maakt goed gebruik van het jeugdig enthousiasme en technisch kunnen van de dansers, en getuigt van gedegen vakmanschap. Het geheel verliest op den duur helaas aan spanning en de kostumering (waar geen ontwerper van genoemd wordt) is ondanks de strakke lijnen van de maillots en pakjes, rommelig van kleur en stijl.

Nieuw voor het door Robert Denvers met verve geleide gezelschap is Jean-Christophe Maillots Theme et Quatre Variations, dat hij in 1987 voor zijn eigen groep in Monte Carlo maakte en vier jaar later bij Introdans instudeerde. Het Ballet van Vlaanderen geeft er een uitstekende uitvoering van met, in vergelijking met de Introdans-presentatie, net dat extra onsje muzikale en danstechnische nuancering en precisie. Dat maakt het ballet prikkelend en spannend.

Interessant is het om dit werk uitgevoerd te zien direct na Balanchines The Four Temperaments. Beide balletten hebben dezelfde muziek van Paul Hindesmith als uitgangspunt en het is fascinerend met twee interpretaties die zo muzikaal en gevoelsmatig zo verschillend zijn zonder dat er sprake is van een groot kwaliteitsverschil. Bij de dansers waren in dit programma - naast de altijd weer opnieuw verbluffende Aysem Sunal – vooral Rafael Rivero, Giuseppe Nocera, Jeroen Hofmans, Geneviève Van Quaquebeke, Aki Saito en corps de ballet-lid Mieke Wille extra opvallend in hun (half)solistische rollen.

Totaal anders van vorm, stijl en visie is de tweedelige produktie RamDam die het Franse gezelschap van Maguy Marin (helaas) eenmalig in Den Haag uitvoerde. Marin is in Nederland vooral bekend door het `dikkertjes-ballet' Groosland dat zij voor Het Nationale Ballet maakte. Danskenners kennen haar werk ook van haar avondvullende werken May B, Coups d'Etats en Cendrillon en weten dat Marin een volstrekt eigen bewegingsvocabulaire hanteert, dat er uitziet alsof iedere wandelaar in de Kalverstraat zo mee kan doen. Hetgeen niet het geval is, want er is, behalve een ongeforceerd gevoel voor swing en timing, heel wat lichaamsbeheersing voor nodig en een groot bewustzijn van waar en hoe men zich in de ruimte bevindt ten opzichte van anderen.

De twee afzonderlijke delen hebben gemeen dat de dansers zelf de muzikale begeleiding verzorgen. In Ram zijn dat kreetjes, gilletjes, gezoem en flarden tekst, terwijl in Dam de stemmen gecombineerd worden met slagwerk waarop fanatiek gemept wordt.

Al dat geroep, onverstaanbaar gepraat, gekir en slagwerk-geweld vond ik te veel van te weinig. Maar ik moest me toch gewonnen geven aan die zo spirituele, bizarre en inventieve bewegingscompositie, lekker losjes, maar met ijzeren discipline uitgevoerd door een hoogst heterogene groep van twaalf dansers.

Voorstelling 1: Koninklijk Ballet van Vlaanderen: Balanchine and Friends. Gezien: 28/2, Theater 't Eilandje, Antwerpen. Herhaling: 8/3 IJmuiden, 9/3 Den Bosch, 10/3 Utrecht, 5/4 Maastricht, 6/4 Eindhoven, 7/4 Den Haag, 8/4 Oss. Voorstelling 2: Compagnie Maguy Marin: RamDam. Gezien: 2/3 Lucent Danstheater, Den Haag. Eenmalig.