MANNELIJKE DASSEN MET HOGE STATUS KLUSSEN VEEL IN HUN BURCHT

Voor dieren heeft het leven in sociale groepen potentiële nadelen. Volgens gedragsonderzoekers met een evolutionair perspectief zou de relatieve fitness van onbaatzuchtige individuen kunnen kelderen. Bijvoorbeeld wanneer zij zich inspannen bij activiteiten die de hele groep ten goede komen en dieren die geen poot uitsteken daarvan ook profiteren. Maar zelfs bij uitstek sociale en schijnbaar onbaatzuchtige dieren als dassen zijn wel wijzer. Britse onderzoekers bestudeerden de rollen van individuele Euraziatische dassen (Meles meles) bij het arbeidsintensieve onderhoud van hun burcht. Daarbij keken ze naar het gravend uitbreiden daarvan of het verzamelen van nestmateriaal voor de gemeenschappelijke rustplaatsen. Een klein deel van de dieren in de soms omvangrijke groepen blijkt dat werk vooral op zich te nemen. Maar zelfopoffering is er niet bij (Animal Behaviour, 57/1).

Voor sommige dassen, die zich in een niet verstoord landschap vrijuit over grote afstanden kunnen verplaatsen, fungeren de burchten als doorgangshuizen. Anderen zijn daarentegen vrijwel permanent bij dezelfde burcht te vinden. Dassen met een hoog percentage aan dagen die ze in een burcht doorbrachten, bleken ook naar verhouding meer graaf- en onderhoudswerk te verrichten. Zowel jonge als volwassen dassen die wat minder trouw waren aan de burcht en de echte passanten die snel weer door reisden, scoorden lager. Ook onder de vaste bewoners waren er afgetekende verschillen. Terwijl het verzamelen van nestmateriaal tussen de seksen niet verschilde, bleken mannelijke dassen meer te graven dan vrouwelijke. De ijver van mannetjes met hoge status – vaak de grootste, en de meest frequent copulerende dieren – spande daarbij de kroon.

Mannetjes met lage status droegen weinig bij, en dat had vrijwel niets te maken met de mate waarin zij trouwe bewoners waren. De onderzoekers veronderstellen dat mannetjes met hoge status flink investeren met hun werklust als huis- en klusjesman. Door het uitbouwen van de burcht zouden zij vruchtbare vrouwtjes ertoe willen aanzetten langdurig te blijven in hun groep en de overlevingskans van door hen verwekte nakomelingen willen verhogen door riante huisvesting. Ook trouwe bewoners van de burcht onder de vrouwtjes zijn gebaat bij goed onderhoud. Hygiëne van nestmateriaal is belangrijk, voor zowel hun eigen comfort als de kansen van hun jongen. En zelfs het met mate door hen verricht graafwerk is volgens de onderzoekers evolutionair te verklaren: door uitbreiding van de burcht zouden zij al te directe competitie bij de voortplanting vermijden.

Andere categorieën individuele dieren zijn van de burcht afhankelijk voor beschutting en veiligheid, maar hebben weinig te winnen bij uitbreiding en onderhoud ervan. Zij hebben, zacht gezegd, een minder actieve rol: als calculerende burgers beperken zij hun bijdrage. Zo kan bij elkaar eenvijfde van de dassen verantwoordelijk zijn voor tot negentig procent van het gemeenschapswerk.

(Frans van der Helm)