Krokodillen op een kokerrok

Toen zesduizend jaar geleden de immigratie vanuit Zuid-China naar de Indonesische archipel op gang kwam, namen de landverhuizers hun Astronesische cultuur met zich mee. De goden, geesten en voorouderverering die in deze cultuur een belangrijke rol spelen, nestelden zich diep in de Indonesische kunst en nijverheid. Vooral vogels, die worden beschouwd als boodschappers van de goden en dragers van de zielen van overledenen, waren een populair onderwerp van afbeelding. Het Tropenmuseum toont in de tentoonstelling Over vogels, goden en geesten een uitgebreide collectie van Indonesische weefsels, houtsnijwerk en koperwerk, waarin de gevleugelde representant van de bovenwereld een centrale rol speelt.

Tegenover de bovenwereld van goden, geesten en vogels staat de onderwereld, die wordt vertegenwoordigd door waterdieren. Vaak staan deze samen met vogels afgebeeld op een en hetzelfde object, aangezien in de dualistische Indonesische kosmologie het evenwicht tussen de twee werelden cruciaal is voor het veiligstellen van voorspoed en geluk. Zo worden op kokerrokken uit Oost-Sumba de in rood, geel en wit uitgevoerde vogels geflankeerd door octopussen, hagedissen, krokodillen en slangen.

In de eerste zaal van de drie ruimtes vullende tentoonstelling worden voorwerpen getoond uit de vroegste Indonesische culturen. Op de in stroken onderverdeelde doeken zijn de vogels uitgevoerd met archetypisch driehoekige lijven, struise poten en ornate staarten. De neushoornvogel op een veelkleurige kralen halsketting is bijna geometrisch weergegeven, maar oogt, mede door de sterke contouren, zeer levendig. De kaketoe op een houten, rituele lepel slingert zich acrobatisch om het handvat heen.

Door de strategische ligging van Indonesië kregen de eilanden al snel te maken met christelijke, islamitische, Chinese en hindoeïstische invloeden, die ook hun weerklank hadden in de kunst. Complexe, gedetailleerde arabische designs werden overgenomen in de ontwerpen van gebatikte sarongs. Een uitzonderlijk druk patroon heette zelfs `ganggung peksi kima', hetgeen betekent `vierkanten bezaaid met vogels'. Op een blauw en gebroken witte wikkelrok worden Arabische teksten, die onleesbaar waren voor de makers en gebruikers van de doeken maar aan welke een bezwerende kracht werd toegekend, afwisseld met abstracte bloemmotieven en krullerige zwaluwen, ganzen en pauwen. De mythische Garoeda, vehikel van de hindoegod Vishnu, is een geliefd model voor afbeeldingen op kledingstukken, koperen olielampen en zeer ornaat houtsnijwerk. Een andere mythische vogel, de feniks, figureert al pikkend aan zijn eigen borst op een voor Nederlanders in Indonesië vervaardigd tafellaken.

Op de weefsels in de laatste ruimte van de tentoonstelling zijn de afgebeelde vogels nauwelijks nog als zodanig te herkennen. De abstractiegraad is zo hoog dat zelfs de experts er niet over uit zijn of het hier wel vogels betreft. De ronde vlekken en uitgerekte silhouetten versmelten met de overheersend dieprode patronen. Alleen in het gelijkmatige ritme van de afbeeldingen en kleuren is misschien nog het regelmatige geklapwiek te herkennen van trekvogels op grote hoogte.

Tentoonstelling: Over vogels, goden en geesten. T/m 30/5 in het Tropenmuseum, Linnaeusstraat 2, Amsterdam. Open: ma-vr: 10-17 u.; za-zo: 12-17 u.