Kijken met je neus

`Als je er drie van de zes mocht houden, welke zouden dat dan zijn?' Hier spreekt niet een Serviër tot een wanhopige Bosnische vader, maar de staatssecretaris van Cultuur tot de directeur van een kunstacademie. De vraag is welke van die academies mogen blijven bestaan, een maatregel ten behoeve van 's mans kiezers op het schellinkje. Het gaat deze populist uiteraard om zieltjes winnen, want de ingreep zelf zal zoals gewoonlijk minder opleveren dan je zou denken. Als de popi's geld willen, waarom dan geen belasting op Poortvliet, Bastin, Pieck en dergelijken? Er is toch ook accijns op tabak en jenever?

Heb ik net een paar jaar op de bres gestaan voor de wetenschap, moet ik – als gastdocent aan de Gerrit Rietveld Academie – ook nog gaan opkomen voor mijn studenten in de kunst. Even tussendoor, voor de niet-Nederlandse helft van mijn klas op de Rietveld: jullie zijn uit Japan, Rusland, Israel, Polen, Engeland en weet-ik-veel naar hier gekomen omdat Nederland wijd en zijd als het land van de kunst bekend staat. Maar misschien wil je nu vluchten naar een veiliger land. Voor de Nederlanders: je hebt afgelopen woensdag mogen stemmen, meer kun je niet doen.

Eigenlijk kun je niet leren om wetenschapper of kunstenaar te worden. Niemand weet hoe dat moet. Op zijn best kunnen wij de studenten technische zaken bijbrengen: de eigenschappen van elektronen, differentiaalvergelijkingen of olieverf. Eenmaal gewapend met deze kennis, is het niet zo'n ramp dat je daarna vaak in een ander beroep terechtkomt. Van de kunst kan bijna niemand leven, en van de wetenschap ook niet. Als je naar de inkomsten kijkt, en ze vergelijkt met die van een lemming-met-leasebak op de beurs, weet je meteen: dit is geen beroep, het is een roeping (dat geldt trouwens ook voor staatssecretarissen, dus dat hebben we toch gemeen). Dat iemand in een ander vak belandt dan dat waarvoor-ie gestudeerd heeft, is eerder regel dan uitzondering, en is iets anders dan ``opleiden voor werkloosheid''. Je verwijt de Chief Executive Officer van een chemie-gigant toch ook niet dat-ie geen directeursopleiding heeft gevolgd, maar bijvoorbeeld jurist is?

Wat leren studenten dan wél bij mij? Het onderwerp van de lessen eindigt op een reeks vraagtekens, want het wezenlijke van kunst en wetenschap – het ontdekken van radicaal nieuw inzicht – is niet studeerbaar. Wel kun je de studenten scherpen door confrontatie, bijvoorbeeld door te eisen dat zij hun bevindingen op anderen overbrengen. Kunstenaars en wetenschappers hebben een soort voorstellingsvermogen dat anderen niet hebben. Als zij hun talenten niet willen verspillen, moeten zij hun vondsten overdragen. Daarbij kun je zelden een direct beroep op de waarneming doen, omdat zo veel van dat nieuwe buiten het bereik van onze zintuigen ligt. Kun je op anderen iets overbrengen wat jij alleen kan `zien'?

Ik denk dat dat kan, en geef een voorbeeld. Wij zien kleuren doordat de kegelcellen van ons netvlies drie pigmenten bevatten die reageren op rood, groen en blauw. Er bestaat een soort kreeft die niet drie van die stofjes heeft, maar zeven. Een beetje kunstenaar vraagt zich dan af: hoe ziet zo'n dier de wereld? En vooral: hoe laat ik aan mensen zien wat nimmer zichtbaar is?

Wel, laten we eens kijken. Kleur is als toonhoogte, letterlijk. Het gaat om het aantal trillingen per seconde: de frequentie. Hoe groter de frequentie van trillingen in de lucht, hoe hoger de toon. Hoe hoger de frequentie van het elektrische veld in de ruimte, hoe blauwer het licht. Kleuren zijn dus als de toetsen op de piano. Het toetsenbord is een regenboog: rood aan de linkerkant, violet rechts. Het licht van de Zon bevat alle kleuren van de regenboog, dus een ster klinkt alsof er een olifant op het toetsenbord is gaan zitten. (Toen ik dat tijdens een lezing in het Concertgebouw eens voordeed, overstemde het publiek de demonstratie met een bijna-beschaafde kreet van protest). Ons oog heeft drie pigmenten, dus het kan niet méér onderscheiden dan wat je kunt spelen op een piano voor beginners, met drie toetsen.

Maar een wetenschapper en een kunstenaar moeten kunnen omgaan met een piano die 88 toetsen heeft, en meer. Links van het bekende toetsenbord zitten het infrarood en de radiostraling, rechts het ultraviolet, röntgen- en gammastraling. Een ratelslang kan infrarood zien, een honingbij ultraviolet. Wij niet. Maar meer oogpigmenten betekent niet noodzakelijk een bredere regenboog, want je kunt die stofjes ook gebruiken om binnen een gegeven band meer kleuren te onderscheiden. Dan kunnen we de regenboog nog fijner verdelen. Hoe zou je dan de materie zien?

Je zou de individuele trillingen van de moleculen waarnemen. Dan zie je niet alleen dat een perzik roodachtig geel is, maar ook de details van alle stoffen tussen schil en pit. Het C-groot akkoord op de piano is bijvoorbeeld te vergelijken met een molecuulband van fructose. Een symfonie is te vergelijken met de chemische processen in je lichaam, die je allemaal zou kunnen waarnemen als je maar genoeg kleuren kon zien. Je zou dus met licht, als je het maar voldoende fijn kon opsplitsen, kunnen zien of je rijsttafel erg pedis is zonder een hap te nemen.

Het fantastische is dat ons lichaam dat al kan, maar absoluut niet op de manier die je zou denken. Wij doen dat namelijk met de geur. De neus kan talloze stoffen opvangen en die als het ware betasten, er de chemische vorm van zien. Wij worden dat gewaar als geur. Nog geestiger is, dat dit eigenlijk ook `kijken' is! Want de elektrische velden van moleculen die onze reuk aftast, worden ook overgebracht door het licht, zij het dan op extreem korte afstand. Wat wij `elektrisch veld' noemen bestaat op atomaire schaal helemaal niet, maar is het collectieve gevolg van de uitwisseling van talloze fotonen, de deeltjes waaruit licht is opgebouwd. Daar maken we nu al gebruik van als we sporen van stoffen willen onderscheiden, en het kan nog veel beter. Het explosief in het pakje van de terrorist, het gif in het El Al-vliegtuig: allemaal ruikbaar, allemaal zichtbaar, als je maar fijn genoeg kijkt en snuffelt.

Dus als een kunstenaar wil overbrengen hoe het voelt om extreem veel kleuren te zien, moet hij een beroep doen op de neus. Kijken met je neus: er staat een kunstwerk in De Pont (Tilburg) van bijenwas, dat je al op tien meter afstand, lang voordat je het kunt zien, op mysterieuze wijze bij de kraag vat en je de smalle gang in leidt waar de blokken was zijn opgestapeld.

Kunst en wetenschap gaan beide over het wezenlijke van de mens. Eten, vechten en seks zijn op deze planeet van belang voor alles wat leeft, maar kunst en wetenschap hebben wij alleen. Quintessentieel menselijk, en dus een prima prooi voor des staatssecretaris' populistische prietpraat. Te veel kunst in de magazijnen van de musea? Tja, je hebt toch ook bijna al je boeken in de kast staan, en niet allemaal opengeslagen op tafel. Tenzij je minder dan vier of vijf boeken hebt, nietwaar regelneven?

Dus kunst en wetenschap zijn wezenlijk, de rest is weliswaar nuttig maar blijft plat: zó algemeen dat het nooit bij uitstek menselijk genoemd kan worden. Een chimpansee snapt heel goed wat nuttig is en wat niet, maar van wetenschap en kunst zal hij nooit iets begrijpen. Dus lieden die zich uitsluitend op nut en doelmatigheid beroepen zijn, in dat opzicht, ongeveer zo menselijk als een aap.

Kijken met je neus is een prachtige combinatie van kunst en wetenschap. Nu maar hopen dat de staatssecretaris ooit leert verder te kijken dan zijn neus lang is.