Hoogovens is de cyclus voorbij

Hoogovens heeft een opmerkelijke verandering ondergaan. Zelfs een neergaande staalmarkt lijkt het bedrijf niet langer te deren. Hoewel problemen met de Belgische dochter Boël de winst van Hoogovens onder druk zet.

In de staalindustrie kan het snel verkeren. Wat dat betreft herinnert de huidige topman Fokko van Duyne van staal- en aluminiumconcern Hoogovens zich nog als de dag van gisteren het `nachtmerrie-scenario' van begin jaren negentig toen Hoogovens aan het infuus van de banken lag. Door de moeilijke situatie na de hereniging van Duitsland, de effecten van dumping op de Europese markt van goedkoop staal en aluminium uit Oost-Europa, de Golfoorlog en een hardnekkige staalcrisis was het eigen vermogen van Hoogovens halverwege 1993 teruggebracht tot de orde van 2 miljard, een solvabiliteit (vermogen als percentage van het balanstotaal) van minder dan 20 procent.

Gisteren bleek tijdens de presentatie van de jaarcijfers dat dit percentage inmiddels is geklommen naar 43,4 procent. Hoogovens is daardoor weer tegen een stootje bestand. Het bedrijf werd door voormalig topman Maarten van Veen voorbeeldig door de crisis geloodst en Hoogovens dankt de verbeterde resultaten aan een hogere afzet, een verdere verbetering van de marktpositie, hogere opbrengsten, maar vooral aan een betere productmix, waarbij het bedrijf zich steeds meer richt op hoogwaardige staalsoorten zoals verzinkte producten.

Het afgelopen jaar leek Hoogovens daarmee af te stevenen op een recordwinst van rond de 700 miljoen gulden. Maar in september moest het bedrijf met een winstwaarschuwing komen. Het tempo waarin de staalmarkt halverwege 1998 verslechterde verraste de branche volledig. Met name door de Azië-crisis daalde de vraag naar staal in die regio sterk.

Goedkope valuta stelde de staalfabrikanten uit Azië bovendien in staat de overproductie goedkoop te exporteren naar Europa. Brussel werd door de Europese staalfabrikanten om anti-dumpingmaatregelen gevraagd tegen Azië, maar ook Rusland en de Oekraïne. Die zijn weliswaar nooit geëffectueerd, maar Van Duyne denkt dat het schrikeffect voor de `vervuilers' groot genoeg is gebleken om de situatie weer enigszins te normaliseren.

Tekenend is dat het bedrijfsresultaat bij Hoogovens ondanks de kritische situatie op de staal- en aluminiummarkt is toegenomen met 7 procent naar 753 miljoen gulden. Hoogovens denkt dat dit met name te danken is aan het feit dat het bedrijf een specialist is in verschillende metalen, waarbij staal, alluminium elkaar bij de toepassing in eindproducten steeds meer vervangen en aanvullen. Dat de nettowinst niettemin met 17 procent slonk tot 415 miljoen heeft andere oorzaken. Hoogovens heeft voor 174 miljoen moeten reorganiseren bij de Belgische dochter Boël, waarin in 1997 een belang werd genomen van 50 procent.

Hoogovens heeft zich op die acquisitie zwaar verkeken. Om Boël in de eigen activiteiten te integreren zijn nog voor honderden miljoenen aanvullende investeringen nodig. Hoogovens wil in België een elektro-oven en een koudwalserij sluiten, hetgeen op zwaar verzet stuit van de bonden en de Waalse overheid die fel gekant zijn tegen de afslanking van Boël. Die arbeidsonrust zet de winst bij Hoogovens onder druk. Op de toch al overspannen staalmarkt is dat voor Hoogovens een allesbehalve aanlokkelijk perspectief.