Hollands Dagboek: Irmgard Vluggen-Bergmans

Irmgard Vluggen-Bergmans (42) is hoofd van het ANWB-steunpunt in München. De afgelopen week heeft zij zich beziggehouden met de coördinatie van de hulp aan Nederlanders in het lawinegebied. Ze is gehuwd en moeder van Jeanine (11).

Woensdag 24 februari

Na een onrustige nacht gaat om 05.30 uur de wekkerradio. Flarden van de vorige werkdag hebben de hele nacht door mijn hoofd gespookt. Meer en meer is het besef gekomen dat zich in Galtür een ramp voltrekt. Via het ANWB-steunpunt München verloopt de directe hulpverlening. De binnenkomende berichten zijn afschuwelijk. Totaal ontredderde en huilende mensen aan de telefoon. Verhalen snijden door mijn hart. Ik besef dat ik één en ander steeds op mezelf projecteer. Je zult, in mijn geval, je man en je dochter verliezen. Wat een intens verdriet.

Ik roep om 06.45 uur mijn dochter Jeanine uit bed, vertel haar dat boterhammen en melk in de keuken op tafel staan, dat mam vandaag een stuk vroeger moet vertrekken, dat ze goed haar best moet doen op school en geef haar een extra dikke knuffel.

Om 07.00 uur ben ik op het steunpunt waar alle telefoons rinkelen. De eerste helik

kopters zijn onderweg naar Galtür, de reddingsoperatie is gestart. De spanning is te snijden omdat de kans op nieuwe lawines ongekend hoog is. De weersomstandigheden willen bovendien maar niet verbeteren. De mensen in Galtür, lijkt het, zitten als ratten in de val.

Gedurende de ochtend heb ik diverse keren contact met de ambassade in Wenen en met Tjitske Hammer die namens de ANWB in de kazerne te Landeck bergen werk verzet bij de opvang en hulpverlening van de getroffen landgenoten. De berichtgeving van de eerste gearriveerde Nederlanders aldaar geeft een vollediger beeld van de omvang van de gebeurtenissen in Galtür. In de loop van de ochtend blijkt dat de ramp en situatie veel erger zijn dan de eerste berichten deden vermoeden.

Aan de hand van de informatie van Tjitske en de Nederlandse ambassade, besluit de ANWB om 11.00 uur om een crisisteam richting Innsbruck te sturen. Dat bestaat uit een psychotherapeut, een verpleegkundige, een hulpverlener en een persvoorlichter. Om 16.00 uur komt het ANWB-team aan in Landeck. Tjitske krijgt eindelijk hulp. Al snel bepaalt de arts uit het team dat op medische gronden een extra repatriëringsvlucht die avond nog noodzakelijk is.

De aard en de toon van de hulpaanvragen en telefoontjes worden grimmiger. Mensen worden agressiever, eisen van ons plaatsen in helikopters en andere zaken waar wij geen invloed op kunnen uitoefenen. Als omstreeks 17.00 uur de eerste berichten over een nieuwe lawine in Valzur binnenkomen en ook toeristen in Galtür hiervan horen, verslechtert de situatie met het uur. De beschaving, besef ik, bestaat soms maar uit een flinterdun laagje.

Om 20.15 uur vertelt Tjitske dat de eerste extra vlucht richting Nederland is vertrokken. Alsof Tjitske het aan mijn stem gehoord heeft dat ik een hart onder de riem wel kan gebruiken, voegt zij eraan toe dat het aangrijpend was om te ervaren dat er ook mensen zijn die dwars door het verdriet heen dankbaarheid tonen over het organiseren van deze operatie. Na het beëindigen van het gesprek verzink ik voor een paar minuten in innerlijk peinzen en vraag de God waarin ik geloof een einde te maken aan deze nachtmerrie.

Na 20.00 uur is het aantal telefoontjes uit Oostenrijk snel afgenomen. Men berust erin, dat gezien de weersomstandigheden (het sneeuwt dat het rookt) de evacuatie stopgezet moet worden. Om 21.00 uur neemt Den Haag het voor de rest van de nacht over.

Vanavond, op weg naar huis schenken de mooie, besneeuwde dennenbomen, waar we sinds we in München wonen zo van genieten, mij weinig vreugde. Thuis vertelt Jeanine dat ze voor haar proefwerk Duits, een taal waar ze tot nu toe veel moeite mee had, een zeven gehaald heeft. Ze glundert van oor tot oor, ik geef haar een extra knuffel en besef dat ik hier vandaag meer steun aan heb dan zij. Ik kijk nog naar wat beelden van de Oostenrijkse tv, stop mijn dochter in bed en als ik terugkom in de woonkamer wil ik geen tv meer zien. Ik neem een glas wijn en dwing mijzelf in het boek De Paardenfluisteraar te lezen.

Donderdag

Vannacht goed geslapen. Ik schenk een kopje thee in en kijk om 06.00 uur naar het extra journaal van de Oostenrijkse tv. In Landeck schijnt de zon en zoals het er nu uitziet gaat de evacuatie vandaag op volle toeren verder. Ik wek om half zeven mijn dochter en ontbijt samen met haar.

Ik voel mij goed en sterk en kijk nu wel geïnteresseerd naar het proefwerk Duits. Terwijl ik naar haar kijk laat ik het laatste half jaar de revue passeren. Een verhuizing van Kerkrade naar München, een gedeeltelijk ontwricht gezin omdat de werkgever van mijn man gedane toezeggingen niet nakomt en de vrees van eventuele aanpassingsproblemen van onze dochter, die in eerste aanleg niet meewilde naar München. De voldoende voor Duits lijkt in alle opzichten een soort symbolische wending in de situatie.

Om 07.00 uur kijk ik opnieuw naar het extra journaal en zie dat de evacuatie volop bezig is. Nu ook met Duitse en Amerikaanse helikopters. Het weer in Landeck is prachtig. Deze informatie bel ik direct door naar Den Haag en vertrek vol goede moed naar het steunpunt. Het geeft me een goed gevoel dat een aantal medewerk(st)ers uit zichzelf eerder naar kantoor is gekomen om te helpen. De eerste heli's met toeristen landen om 07.00 uur bij de kazerne in Landeck en op de Inntal-autoweg. Zelf ben ik alweer druk bezig met het organiseren van vervoer van deze mensen naar Innsbruck en Nederland. Bussen worden gecharterd en het lukt een eerste Boeing 737 te charteren. Deze landt 's middags op Innsbruck.

Ik fungeer gedurende deze ochtend als een soort spin in het web van een op volle toeren draaiende hulpverlening. Soms als organisator van vervoer en verblijf voor geëvacueerde Nederlanders, dan weer als hefboom tussen het ANWB-team ter plekke en het hoofdkantoor in Den Haag.

Opvallend in dit soort noodsituaties vind ik de onderlinge solidariteit die heel snel ontstaat. Nationaliteiten vallen weg en het bijzondere beestje dat hulpverlener heet, is slechts door een ding gedreven: helpen en redden wat er te redden is.

Gedurende de ochtend nemen de drukte en de druk alleen maar toe. Taxi's en bussen regelen valt best mee, een vliegtuig is wat moeilijker. In de loop van de middag wordt besloten een tweede vliegtuig te charteren. Op enig moment hebben we een vliegtuig en geen bemanning en even later een bemanning zonder vliegtuig.

Uiteindelijk hebben we een vliegtuig en een bemanning. Vertrek vanuit München vanavond om 21.30 uur. Passagiers worden met bussen vanuit Innsbruck naar München gebracht. Passagierslijsten moeten ter plekke worden gemaakt. Onze mensen begeleiden een en ander. Rond 14.00 uur bereikt ons het bericht dat de evacuatie drie à vier uur langer duurt dan voorspeld. Maar weinig mensen weten hoe groot het aantal toeristen in Galtür was.

Om 17.00 uur warmen wij een schotel lasagne op, die ik van thuis heb meegenomen. Het verwarmen lukt niet helemaal maar onder deze omstandigheden smaakt zelfs lauwe lasagne. Om 20.30 uur vertrekken de medewerk(st)ers richting vliegveld. Ik blijf alleen achter. De rook trekt langzaam op en ik bel even met het thuisfront. Midden in het gesprek gaat echter de mobiele telefoon en is de rust weer over.

Vrijdag

Het is stralend weer in Ischgl. Van hoeveel van deze mooie dagen hebben we als fervente skiërs niet in het Vorarlgebied als gezin genoten? Deze beelden spelen zich af aan de binnenzijde van mijn netvlies. ,,Mam ik ga naar school'', hoor ik vanuit de deuropening. Ik pak mijn jas en ga samen met Jeanine met de lift naar beneden. We wonen midden in de Altstad van München. Beneden aan de deur gaat ieder zijn eigen weg.

Op het Steunpunt vertellen de eerste medewerk(st)ers mij tussen de telefoontjes door hoe het op het vliegveld verlopen is. Gedurende de ochtend loopt de evacuatie van Ischgl op volle toeren. De opvang van deze mensen verloopt al een stuk soepeler en minder hectisch. De SOS Alarmcentrale heeft inmiddels de coördinatie overgenomen. De dreiging van nieuwe lawines is niet zo groot meer en gedurende de ochtend druppelen alweer de eerste telefoontjes vanuit Nederland binnen van wintersporters die willen weten of Ischgl met de auto te bereiken is.

Om 16.30 uur zal wederom vanuit München een extra vliegtuig richting Nederland vertrekken. Bovendien is een extra trein geregeld die vanavond vanuit Innsbruck naar Nederland vertrekt. Het laatste Nederlandse slachtoffer, een jong jochie, wordt geborgen. De formaliteiten voor het vervoer naar Nederland worden in de loop van vrijdagmiddag geregeld.

De medewerking van de Oostenrijkse autoriteiten is enorm geweest. De druk die zij op diverse fronten uitoefenen doet veel processen versnellen en bespoedigt ons werk.

Veel van de dagelijkse werkzaamheden zijn blijven liggen en ik besluit in conclaaf met het thuisfront mijn vrije zaterdag in te leveren.

Zaterdag

Om 07.30 uur ben ik op kantoor en neem met mijn plaatsvervanger Sandra Weishaupt een aantal zaken door die zijn blijven liggen. Uit Innsbruck en uit Ischgl horen we goed nieuws. De wegen zouden in de loop van de ochtend opengesteld worden hetgeen voor een aantal landgenoten aanleiding is terug te gaan naar Ischgl om hun achtergelaten auto en bagage op te halen.

Op de autowegen naar zuid-Duitsland en Oostenrijk worden weer veel Nederlandse auto's gesignaleerd. De volgende colonne is al weer op weg naar de wintersportbestemming. De gedachte van `dat gebeurt alleen maar anderen' is meer gemeengoed dan ik voor mogelijk hield.

Langzaam gaat de druk van de ketel. Om 16.00 uur ontstaat de spontane behoefte deze hectische week gezamenlijk af te sluiten. Het wordt 19.30 uur in het Hofbrauhaus, Münchens bekendste brouwershuis. Ik had al besloten mee te gaan zonder overleg met het thuisfront maar gelukkig vinden mijn man en dochter dit soort zaken geen probleem. Na zo'n verschrikkelijk grote pul bier besluiten we nog iets te gaan eten. De gegroeide saamhorigheid is duidelijk te merken. Van een aantal medewerk(st)ers kun je de emoties van de afgelopen week van het gezicht lezen. Na afloop loop ik naar huis door de miljoenenstad München die zo vaak de trekken vertoont van een uit de kluiten gewassen dorp.

Zondag

Vandaag tot 08.00 uur uitgeslapen. Hoewel ik mezelf had voorgenomen me af te sluiten van de buitenwereld, kijk ik teletekst. De omstandigheden in Oostenrijk worden met het uur beter. De rest van de dag besluit ik me alleen om huiselijke zaken te bekommeren. Ik dek de tafel voor een uitgebreid ontbijt en met het gezin maken we plannen voor deze vrije zondag. In het kader van `ontdek München' maken we na het ontbijt een fikse wandeling door de binnenstad. 's Middags fietsen we naar de Englische Garten en verkennen nog enige buitenwijken van de stad.

Maandag

Vandaag weer de gebruikelijke tijd qua wekker, 06.30 uur. Ik voel me fris en in goeden doen. Vandaag worden op het Steunpunt de werkzaamheden van alledag opgepakt. Mensen wier auto stuk is en voor wie vervangend vervoer moet worden geregeld. Mensen die zondags bij het skiën botbreuken hebben opgelopen. Dat soort zaken.

Later neem ik samen met Sandra Weishaupt een aantal sollicitatiebrieven door van mensen die in München als hulpverlener willen werken. Ook een aantal andere dagelijkse beslommeringen die de afgelopen week zijn blijven liggen worden weggewerkt. 's Middags moet ik met Jeanine naar de orthodontist, ze krijgt ter correctie van gebit en kaken een beugel. Op weg naar huis bekruipt me weer datzelfde melancholieke machteloze moedergevoel als ze me aankijkt met van die ongelukkig, vragende ogen waarom dit nou eigenlijk moet.

Dinsdag

Thuis en op het steunpunt is de rust teruggekeerd. Er belt iemand van het Nederlands Consulaat in München over de volgende bijeenkomst van de Holland Club. Typisch een moment dat je beseft dat je in het buitenland zit: leuk voor een paar jaar, maar fijn om daarna weer terug te gaan naar Nederland. De onderlinge band met het personeel is hier sterker, je bent meer op elkaar aangewezen. Het doet mij denken de band die we als Limburgers onder elkaar hadden in Amsterdam.

In de loop van de ochtend en middag neemt het aantal telefoontjes toe van ANWB-leden die informeren naar het ophalen van hun auto's in Ischgl en Galtür. Er zijn zo'n 350 Nederlandse auto's achtergebleven. Uit Den Haag hoor ik dat dit weekeinde massaal chauffeurs worden ingevlogen om ze terug te halen.

Woensdag 3 maart

Het is ineens weer ouderwets druk op het steunpunt. Veel ouderen en mensen zonder kinderen zijn in deze periode met wintersportvakantie.

Na zo'n drukke periode als de afgelopen week bespeur ik die typische vrouwelijke behoefte om mezelf te verwennen met nieuwe kleren en uit eten gaan. Mijn dochter belt of ik vandaag niet wat eerder naar huis kan. In overleg neem ik wat compensatie-uren op. Thuis gekomen ga ik met Jeanine zwemmen in zo'n monumentaal oud zwembad. Aansluitend gaan we bij een van de vele Italiaanse restaurants eten. Ik geniet van de gevoelens van voldoening en van een hechte moeder-dochterband. Het leven kan toch ongekend mooi zijn, realiseer ik mij.