Heel Frankrijk knuffelt de boer

Franse politici zijn blij dat Europa het nog niet eens is over de bezuinigingen in de landbouw. Nu kunnen ze nog rustig bij de boer te gast op de belangrijke Salon de l'Agriculture in Parijs.

Heel Frankrijk was er deze week, en wie er niet was komt morgen. Zondag wordt de Salon de l'Agriculture 1999 gesloten door president Chirac. Een kans voor het staatshoofd het record `koeien zoenen, darmpastei proeven en boeren bij hun naam noemen' weer op zijn naam te brengen.

Gisteren was de hoogste bezoeker premier Jospin. De stadse socialist vertoefde meer dan drie uur te midden van Frankrijks geurend erfgoed. Daar gaat het in ieder geval om voor de honderdduizenden die zich door de hallen van de Porte de Versailles persen.

Driekwart van de Fransen woont in de stad. Op de Salon zweren zij jaarlijks trouw aan hun denkbeeldige afkomst, waar ver van de Brusselse subsidiemolens ganzen worden vetgemest voor een heerlijke paté de foie gras.

Het eigen land als themapark. Zo is het voor de burgers, soms zijn ze van heinde en verre toegestroomd. Op de foto met een metershoge koe tegen een ruig decor. Verderop zijn bomvolle tribunes voor demonstraties en concoursen. Voor de mooiste Charolais koe, de potentste Normandische fokstier. Het zwaarste rund op de salon is dit jaar een Maine Anjou van 1701 kilo.

Voor de boeren is het geen uitje. Kaplaarzen en paardenwagens kunnen ze ook in het dorp uitzoeken. Zij komen om Parijs te laten zien hoe populair ze zijn. Waag het niet ons te laten vallen! Daarom trof het dat het Duitse plan voor een nieuwe Europese landbouwpolitiek niet tijdens deze Salon werd aangenomen.

Salonvijand nummer één was nu minister van Milieuzaken Dominique Voynet. De leidster van de Groenen werd donderdag voor `slet' uitgemaakt door een boeren jagerman. Een Europese richtlijn heeft het jachtseizoen iets verkort. Een jonge graanboer waagde even later: ,,Ik wil je wel es in je slipje zien, zo heb je ons gestript!''

Verderop werd de Groene minister hartelijker ontvangen: de milieuvriendelijke landbouwhal haalt de traditionele in omvang snel in. Bio-vlees, -wijn, -thee, -koffie, -zuivel. Het is een nieuw Frankrijk, dat groeit als kool.

Voynet zei overal dat zij niets tegen boeren heeft. Net als de leider van de communisten, Robert Hue, die een groeiende aanhang onder de anti-Europese jagende boeren heeft ontdekt. Ieder zoekt zijn publiek, geholpen door driemaal daags tv-beelden met glaasjes heffende burgers.

Wie zijn parcours tijdens de Salon de l'Agriculture handig uitzet kan de hele dag goed gevoed doorkomen. Bij politici wordt vooral gemeten of ze veel naar binnen werken en hoe lang zij het uithouden. Dat geeft aan hoeveel zij van het land houden. En wie land zegt, bedoelt het leven zelf.

Geen politicus waagt het deze hoogmis van nationaal zelfbewustzijn over te slaan. Wadend door de mensen, soppend in de dampende vlaaien denken zij aan die 15 procent van de kiezers die verbonden zijn met de boerderij, ook al is het maar 3,5 procent van de beroepsbevolking. Het is een imago-tango zonder verliezers, gebaseerd op hetzelfde mechanisme dat maakt dat niemand echt optreedt als boze boeren vrachtauto's met Spaanse aardbeien omkiepen, of het ministerie van Milieuzaken kort en klein slaan, zoals vorige maand.

Alleen Jacques Chirac kent de boeren persoonlijk, althans uit zijn adoptieve thuisland, de Corrèze, in zuidwest-Frankrijk. Hij was vroeger minister van Landbouw. Zijn politieke vangstgebied valt het meeste samen met de boerenstand, en wie daar in de stad geestelijk bij wil horen. Door in het Frankrijk van de traditionele waarden als nationale figuur te paraderen kan Chirac de twisten binnen de rechtse partijen overbruggen, en de linkse coalitie terugdringen in haar grootstedelijke bastions.

De ijzersterk georganiseerde boerenwereld ziet nauwlettend toe dat ook iedere andere belangrijke bezoeker van de Salon even een politiek correcte verklaring aflegt. De camera's leggen alles vast. Voor twijfel of kritiek is geen ruimte. Hier wordt geen afbreuk gedaan aan de romantische notie dat boeren `zelfstandige ondernemers zijn' al leven velen voor de helft of meer van susbsidies. Laat staan dat aan het licht komt dat in Brussel tegenstrijdiger belangen op het spel staan dan die van `de landbouwnatie Frankrijk'. De grote graan- en koeienboeren in het Ile-de-France en ten zuidwesten van Parijs beuren het meeste Brusselse geld. In Bretagne, het Zuidwesten en in Provence Alpes Côte d'Azur gaat het om niet veel meer dan tienduizend gulden per boerderij per jaar. Daar klagen ze niet over het gemeenschappelijk landbouwbeleid, hoogstens over open grenzen, zeker als het gaat over fruit uit Spanje, Italië of het Westland.

In Gascogne doen ze het al sinds eeuwen vooral zelf. Deze streek (ten zuidoosten van Bordeaux) die de departementen Gers, Landes en Hautes-Pyrénées omvat, is beroemd om vleesproducten en Armagnac, het jongere broertje van de cognac. Helemaal achterin de onmetelijke hal 7 van de Salon de l'Agriculture vertellen de Gascons dat zij iets nieuws hebben bedacht want de Armagnac loopt terug. De Japanners, die er water bijgooiden, zijn twee jaar geleden weggevallen. Europeanen drinken sowieso steeds minder glazen waar 40 procent alcohol in zit. Nu mikken de 2000 kleine wijnboeren uit de streek op Floc d'Armagnac. Floc betekent boeket bloemen. Deze Floc bestaat voor een derde uit Armagnac, aangevuld met jonge Gascognewijn. De rode (wat portachtige) versie wordt aanbevolen bij geaderde kaas, of bij chocoladetaart. De witte gaat goed bij paté de foie gras. Beide versies moeten sterk gekoeld zijn. Geen slecht idee op deze oververhitte smaak- en geurkermis met een politiek sausje.