Geen vrije markt zonder democratie

De les van de Aziatische crisis is dat een ,,gelijktijdige ontwikkeling van democratie en markteconomie'' noodzakelijk is. Omdat zonder democratie de ontwikkeling van een markt waar ,,eerlijke en transparante regels'' gelden onmogelijk is.

Dit zijn niet de woorden van een Westerse criticus of een Indonesische revolutionair, maar van Kim Dae-jung, de president van Zuid-Korea. Kim Dae-jung maakte afgelopen week zijn eerste jaar als president vol. Ter viering daarvan organiseerde de Zuid-Koreaanse regering samen met de Wereldbank een congres in Seoul over de relatie tussen democratie en de vrijemarkteconomie. Het idee voor het ambitieuze project was, aldus Wereldbankpresident James Wolfensohn, ,,een jaar eerder bij Kim thuis aan de eettafel'' ontstaan. De Wereldbank was destijds betrokken bij noodleningen aan Zuid-Korea, waar de crisis juist was losgebarsten, vlak voor Kims aantreden.

Aziatische pleitbezorgers van specifieke `Aziatische waarden', die een andere vorm van ontwikkeling mogelijk maakt dan de ontwikkeling die Europa heeft gezien, vinden hun grootste opponent tegenwoordig in een andere Aziaat: president Kim. Het hele debat over politiek of economisch relevante Aziatische waarden is voor hem onzin. De diepere oorzaak van de crisis is, aldus een gedecideerde Kim Dae-jung in zijn openingstoespraak, de corrupte band tussen autoritaire regimes en bedrijfsleven zonder een systeem van ,,checks and balances''. Hij legde zo een direct verband tussen de economische situatie en de oude politieke constellatie van zijn land, dat het laatste decennium langzaam in democratischer vaarwater is gekomen. Democratie en markteconomie zijn als ,,de twee wielen van één wagen'', aldus Kim.

Door het hele congres klonk deze boodschap. Wolfensohns medewerkers hadden hem voor aanvang nog op het hart gedrukt dat hij, als president van een internationaal instituut als de Wereldbank, ,,geen politieke uitspraken kon doen''. Maar de hele discussie over democratie werd simpelweg naar het vlak van doelmatigheid gehaald. Zoals Amartya Sen, de Indiase Nobelprijswinnaar Economie in 1998, pregnant stelde, werkt deze doelmatigheid zelfs op een zeer elementair niveau: nog nimmer is een hongersnood voorgekomen in een democratisch bestuurd land. Sen noemde de wijde opkomst van democratie dan ook ,,de belangrijkste gebeurtenis van deze eeuw''.

Op het praktische vlak van democratie werden participatie van burgers en het duo transparancy & accountability in bestuur de gevleugelde kreten. Niet alleen in het bestuur van landen, ook van bedrijven die net zo goed ,,publieke instituten'' zijn, aldus Joseph Stiglitz, de welbespraakte tweede man van de Wereldbank die op de tweede dag kernachtig de centrale boodschap van het congres uiteenzette. Essentieel voor het succes van landsbestuur is participatie van de burger. En dit geldt net zo hard voor economische ontwikkeling. Projecten in het kader van ontwikkelingshulp blijken pas werkelijk succesvol te zijn als wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke inbreng van de lokale bevolking, zo blijkt uit onderzoek.

Maar ondanks alle positieve aspecten van ontwikkeling, zoals een hogere levensstandaard, het betekent ook verandering waarbij mensen met gevestigde belangen – welgestelden èn arbeiders – soms iets hebben te verliezen. ,,Experts die geen verantwoording hoeven af te leggen negeren dit vaak'', aldus Stiglitz, met ongewenste sociale gevolgen. Dit bracht hem niet alleen tot kritiek op autocratische regimes, maar ook tot het voorzichtig steken van de hand in eigen boezem: aangaande de Aziatische crisis heerst er de perceptie ,,dat de herstelpakketten verder gingen dan noodzakelijk voor het aanpakken van de crisis'' en er ,,geen volledige participatie was'' van betrokkenen. Kritiek die instanties als het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank zelf zich kunnen aantrekken voor de afhandeling van de crisis in Azië.

Het debat in Seoul begon met enige steken van sprekers in de richting van de – opvallend afwezige – pleitbezorgers van `Aziatische waarden'. Dat wil echter niet zeggen dat het eindigde in een overwinning van `Westerse waarden', als die al mochten bestaan. De huidige top van de Wereldbank mag dan mooie woorden spreken, zoals nu in Seoul, de Indonesiër Laksamuni Sukardi gaf de Wereldbank zèlf, en het Westerse bedrijfsleven een flinke draai om de oren wegens het eigen verleden. ,,Indonesië is een goed voorbeeld van een verminkte markteconomie zonder democratie'', zei Sukardi, ,,met een regime dat bovendien jarenlang steun kreeg van de Wereldbank''. Tegelijkertijd ,,concurreerden buitenlandse bedrijven fel om gunsten te mogen ontvangen in het corrupte economische systeem van Soeharto''.