Estse politici vergeefs op zoek naar een thema

Estland kiest morgen een nieuw parlement. Premier Mart Siimann zal zo goed als zeker na de verkiezingen het veld moeten ruimen. Maar wie hem opvolgt, is vooralsnog geheel onduidelijk.

Op het eerste gezicht valt er weinig te kiezen, in Estland: alle partijen willen hetzelfde, democratie, aansluiting bij EU en NAVO, een nette markteconomie. Zelfs over de manier waarop die doelen moeten worden bereikt bestaat nauwelijks verschil van mening. President Lennart Meri heeft de Estste politici vorig jaar eens flink de mantel uitgeveegd, want gelijkgezinde partijen kunnen beter fuseren, dat levert geloofwaardigheid op en dat komt de politici zelf uiteindelijk ten goede. Nu, aldus Meri, zijn de Esten niet trots op hun politici, niet trots op hun partijen en niet trots op hun parlement.

De emoties rond de verkiezingen van morgen lopen dan ook niet hoog op. Dat doen ze sowieso niet zo vaak in Estland: Esten zijn als hun broers, de Finnen: nijvere, noeste, solide pragmatici, harde werkers, goede organisatoren. Zwijgzaam, zeer zwijgzaam. Beide voeten stevig op de grond. Geen wonder dat ze met hun no nonsense hervormingen hun Baltische zuiderburen, de wat minder noeste Letten en de wat minder serieuze Litouwers, achter zich hebben gelaten en deel uitmaken van de eerste groep kandidaat-toetreders tot de EU: een model-land, dat zich snel heeft losgemaakt van alles wat naar het gehate Sovjet-verleden riekt. Jarenlang hebben jonge, hervormingsgretige regeringen oude structuren ontmanteld en nieuwe geschapen, de munt is de stabielste in de verre omtrek, de handel is geheroriënteerd op het Westen en er is op grote schaal geprivatiseerd. Estland, met een BNP dat kleiner is dan de omzet van de Nederlandse Spoorwegen, heeft meer dan een miljard dollar aan buitenlandse investeringen aangetrokken en elk jaar forse groeicijfers te zien gegeven. Stabiliteit is de religie en flexibiliteit het wachtwoord.

De Russische crisis heeft vorig jaar een terugslag veroorzaakt, het BNP groeide in het eerste kwartaal van 1998 nog met 9,3 procent, maar in het derde kwartaal nog maar met 1,8 procent, en de begroting voor dit jaar voorziet een groei van vier in plaats van de geplande zes procent, maar dat is niet verontrustend, en de Esten werken hard om zich nog onafhankelijker te maken van de oosterbuur. Nog geen vijftien procent van de buitenlandse handel wordt met Rusland afgewikkeld; nog geen elf procent van de import komt uit Rusland.

Harde thema's ontbraken dan ook in de verkiezingscampagne. De hoogte van de belastingen voor bedrijf en burger vormden het belangrijkste thema. Voor de grootste oprisping zorgde Siim Kallas, kampioen van de vrije markt en leider van de Hervormingspartij, die de bedrijven drastische belastingkortingen beloofde en tegelijkertijd de kiezers voorhield dat zijn partij in vier jaar het gemiddelde maandloon kan verdubbelen, van 4.400 tot negenduizend kroon (634 dollar). Kallas, ex-gouverneur van de centrale bank, staat bekend als ,,de vader van de kroon'', die stabiele munt van de Esten. Zijn voorspellingen zijn door sommigen als populistische verkiezingsretoriek weggewuifd, maar Kallas kan haarfijn uitleggen dat dat gemiddelde maandloon op grond van de verwachte groeicijfers sowieso tot achtduizend kroon zal stijgen, en dat zijn Hervormingspartij er maar een kleine beetje bij doet.

Estland wordt geregeerd door een minderheidsregering onder premier Mart Siimann, van huis uit psycholoog en leider van de Coalitiepartij, in samenwerking met enkele boeren- en bejaardenpartijen. Siimann kan afscheid nemen van zijn functie: zijn Coalitiepartij is snel gezakt in de peilingen, van zeven procent in december tot drie procent deze maand. Hij wordt door velen verantwoordelijk gehouden voor de tegenvallers in het kielzog van de Russische crisis en voor een zekere hervormingsmoeheid, die is vertaald in vertragingen bij de herstructurering van de landbouw, de woningbouw en het onderwijs. Zijn partij haalt morgen waarschijnlijk de kiesdrempel van vijf procent niet en keert dus niet terug in de 101 zetels tellende Riigikogu.

Onduidelijk is evenwel wie hem opvolgt. De Centrumpartij van Edgar Savisaar (premier toen Estland onafhankelijk werd) doet het met achttien procent het best in de peilingen – mede omdat hij van alle Estse politici het best scoort bij de Russischtalige minderheid – maar Savisaar zelf is niet erg populair. Veel Esten houden hem voor een autoritaire intrigant die in het verleden rare dingen heeft gedaan, zoals het afluisteren van collega's. Maar zijn Centrumpartij heeft in de campagne ,,een eind aan de dictatuur van het kapitaal'' en een belastingverhoging voor beterverdienenden voorgesteld (nu betaalt iedereen eenzelfde percentage) en dat kwam goed aan bij de Esten die niet hebben geprofiteerd van de snelle economische groei van de laatste jaren.

Na de Centrumpartij gooit de Hervormingspartij van Siim Kallas met zeventien procent de hoogste ogen. Kallas wil een coalitie aangaan met de Vaderland Unie van ex-premier Mart Laar (vijftien procent in de peilingen) en de Gematigden (veertien procent) van Andres Tarand, alweer een oud-premier. Omdat Laar en Kallas beiden beschikken over een nogal confronterende stijl, zou Tarand – een solide en gematigde centrumpoliticus – wel eens premier kunnen worden als deze drie partijen een meerderheid halen. Die coalitie zou politiek centrum-rechts en economisch radicaal hervormingsgezind zijn. En dat past in de traditie die de Esten de afgelopen jaren hebben opgebouwd.