De Partij

I n het verleden heb ik herhaaldelijk mijn verwondering uitgesproken over de wijze waarop vooral PvdA-politici de benoeming van meer vrouwen in leidinggevende functies in het onderwijs meenden te moeten bevorderen. Zo werden in Amsterdam de brieven van mannelijke sollicitanten ongelezen terzijde gelegd, op veel plaatsen kregen scholen iemand opgedrongen die ze niet wilden, er werden onzinnige berekeningen gemaakt omtrent wenselijke quota, maar niemand binnen De Partij die zijn stem tegen zoveel domheid en willekeur durfde verheffen. Het resultaat van dit gehannes zien we nu bij de lerarenopleidingen: dat zijn inmiddels meisjesscholen geworden. Met als uiteindelijk gevolg dat de Nederlandse jeugd opgroeit met het idee dat werken met kinderen een typische vrouwentaak is. Tel uit je emancipatoire winst.

Vorige week was De Partij die de vrouwen zo zeer een warm hart toedraagt dat zij daarbij de redelijkheid zo nu en dan uit het oog verliest, in de gelegenheid om het goede voorbeeld te geven. De Partij kende namelijk een vacature voor de post van voorzitter. Dat was geluk nummer één, en omdat een geluk nooit alleen komt, diende zich al spoedig geluk nummer twee aan, en wel in de vorm van een vrouwelijke kandidaat. De Partij kon haar geluk niet op, zo zou je als argeloos buitenstaander verwachten.

Nu waren er twee jongeheren uit de Randstad die ook graag baas van De Partij wilden worden. Samen schreven ze een sollicitatiebrief. Twee tegen een, dat is op zich al gemeen. Twee jongens samen tegen één meisje, dat zou ongetwijfeld heel wat partijleden mobiliseren om die mannen publiekelijk te kapittelen vanwege hun onacceptabele, vrouwvijandige gedrag. Misschien niet al te hardhandig, want hoe konden die jongens weet hebben van de felle discussies over de benoemingen van vrouwen, want die dateerden van al wel weer zo'n jaar of vijf geleden. Maar niet van dat al. Hun sollicitatiebrief werd niet ongelezen terzijde gelegd. In plaats daarvan kregen de jongens van De Partij zakgeld om iedereen langs te gaan die in de sollicitatiecommissie zat. Geen boos woord, geen moederlijke vermaning. Zelfs de mevrouw die voorzitter was geworden van de Tweede Kamer enkel en alleen omdat men meende dat het nu eindelijk maar eens een meisje moest worden, steunde publiekelijk die twee jongens. Misschien meende ze dat een vrouw dan wel meer waard is dan een man, maar niet meer dan twee mannen bij elkaar. Het volgende voorzitterschap van de Tweede Kamer gaat vermoedelijk dus naar twee mannen.

Ook prominente partijleden als Duivesteijn, Oudkerk en Van der Ploeg namen het op voor de beide jongens. Misschien vergaten ze daarbij dat hun namen ook in de kranten waren gekomen wanneer ze zich voor het meisje hadden uitgesproken, maar ja, zo'n meisje helemaal uit Twente, daar leg je bij je vrienden maar weinig eer mee in. Bovendien schijnt dat eigenwijze ding niet gediend te zijn geweest van publiekelijk uitgesproken liefdesverklaringen. Of misschien was ze wel zo slim zich te realiseren dat supporters als genoemde drie modieuze drollen bij gewone mensen zoveel weerstand oproepen dat hun steun alleen maar averechts kon werken.

Waarmee ik maar wil hebben aangegeven hoe flinterdun dat laagje vrouwvriendelijkheid is waar de bonzen en bonsjes van De Partij goede sier mee maken als hun dat uitkomt, en dat het ontluisterend is te zien hoe weinig diep ze zitten, die principes, waar ze iedereen mee opzadelen behalve zichzelf.