De affaire

Eindelijk zijn daar de vraaggesprekken waarop de wereld al meer dan een jaar wacht. De stagiaire zal zelf spreken. Behalve alles wat anderen over haar hebben gezegd, verraden, afgeperst, uit de tweede en derde hand geroddeld, gegnuifd, weet je niets van haar. Je kent haar alleen van de duizenden keren vertoonde beelden: de omhelzing met de president en het haastig in en uit auto's stappen, op weg naar of komend uit een of ander verhoor. Van het ogenblik waarop hartsvriendin Tripp haar het mes in de rug stak, is ze de prooi geweest van fatsoensrakkers en gluurders. Het verschil tussen die twee is niet zo groot. Afgezien van wat ze verder is, aardig, verstandig, dom, slecht, gun je haar het recht op weerwoord en het fortuin dat haar daarvoor wordt betaald. Beschouw het begin als het kapitaal waarmee ze haar advocaten moet betalen, het vervolg als schadevergoeding en de rest als dividend.

Nu ben je de baas van een omroep die het interview heeft gekocht. Wat doe je, nog vóór het eerste woord is gesproken, het eerste beeld is uitgezonden? Je vertoont een sigaar. Dan verschijnen er twee heren van wie de dikste (ik noem ook maar eens een lichamelijk kenmerk) het commentaar levert waarin honderdduizenden hem zijn voorgegaan. Help, er zit een olifant in de tram! Zo heette het programma dat ik me uit de eerste radiotijd van Barend & Van Dorp herinner. Ik moest er vaak om lachen, een jaar of 35 geleden. Ze hadden bij de radio moeten blijven.

Monica Lewinsky komt uit het interview tevoorschijn als een verstandige vrouw die afstand heeft genomen van haar slecht afgelopen jongemeisjesromance en ondanks alle legalistische en publicitaire barbaarsheden die haar daarna zijn overkomen, niet in de handen van de opvang is gevallen. Ze maakte, samengevat, de indruk dat ze haar eigen boontjes kan doppen. Niet zij is het nieuws maar haar hofhouding, van Kenneth Starr tot haar laatste interviewer. Van het begin is hun dorst naar de waarheid verdacht geweest, gemengd met haat, leedvermaak, schandaalgeslobber.

Wat een prachtige voorstelling gaf Jon Snow met zijn beschaafd gedraai, het omzichtig aandringen, om dan toch maar weer het hoge woord eruit te krijgen, het toverwoord waar al het hele Starr-Report om draait. Ik hoor en lees dat Snow een bekwaam interviewer is. Ik vind hem de gladste lakei die ik tot nu toe in dit werelddrama heb zien optreden.

Het probleem Lewinsky is niet haar affaire met de president, maar wat de media van de wereld ervan hebben gemaakt; liever gezegd, wat ze van zichzelf hebben gemaakt. Tussen januari 1998 en het ogenblik waarop het impeachment vastliep, heb ik een verzameling van hoogtepunten in de kranten aangelegd. Murdochs New York Post is het absolute dieptepunt, oceanografisch vergelijkbaar met de Filippijnen Trog, en ertegenover staat het hoofdartikel in Le Monde na het verschijnen van het Starr Report: L'enfer est américain. Tussen die twee uitersten zijn er allerlei varianten van schijnheiligheid, meeloperij, gluipfatsoen, wat heb je verder.

Maar goed. Genoeg gemoraliseerd. Ik veroorloof me ook wat leedvermaak: de nederlaag van de Republikeinen, vorig jaar november, terwijl ze dachten dat ze hun winst al hadden geïncasseerd; de aftocht van candidaat-Speaker of the House Bob Livingston na zijn angstige zelfontmaskering, het stranden van het impeachment, en, hoop ik van ganser harte, – dat moet nog worden voltooid – het Stalingrad van Kenneth Starr. Dan zal ik, bij leven en welzijn, nog één stukje over de affaire schrijven, kort en in majeur.

De president heeft gelogen. Dat was niet mooi van hem. Er zijn mensen die er waarschijnlijk hun leven lang niet uitgepraat over raken. Ik dacht aan de roman Le voleur van Georges Darien. De dief zegt: `Je fais un sale métier mais j'ai une excuse: je le fais salement.' Een gewone doortrapte leugen is tot daaraantoe; nee, niet netjes. Maar wat te denken van de grootindustrie der schijnheiligheid die het afgelopen jaar tot ontwikkeling is gebracht?

Misschien – dat weet ik niet zeker – zijn de records in deze affaire geslagen. Maar `typisch Amerikaans' is het niet. In Europa, in Nederland kunnen we er ook iets van. Dat was gisteravond nog op de televisie te zien.