Bijlmersyndroom nog niet bewezen

De enquêtecommissie Bijlmerramp kreeg deze week informatie over risico's voor de gezondheid. Er was verontrustend materiaal bij. Maar het biedt de slachtoffers met soms ernstige klachten nog geen duidelijkheid.

Aan het eind van de week van de gezondheid, zoals de Bijlmer-enquêtecommissie de verhoren van deze week had gedoopt, rest er voor de meeste betrokkenen slechts een wat katterig gevoel. Dat geldt speciaal voor de vele honderden mensen, die hun chronische gezondheidsklachten toeschrijven aan de ramp met het El Al-toestel in de Bijlmer in 1992.

Hoewel er volgens sommige deskundigen bij de hevige brand op de avond van de ramp wel degelijk gevaarlijke stoffen zijn vrijgekomen, staat nog altijd in het geheel niet vast dat die de oorzaak vormen van hun gezondheidsklachten. Afgezien van een kleine 100 mensen met psychische klachten is vooralsnog van geen enkele patiënt aangetoond dat zijn of haar kwaal rechtstreeks samenhangt met de ramp.

Het Academisch Medisch Centrum (AMC) werkt thans aan een inventariserend onderzoek naar zulke patiënten. Tot dusverre bieden de resultaten weinig hoop, mede doordat de klachten van de `Bijlmer-patiënten' sterk uiteenlopen. Van een duidelijk patroon onder de circa 1.200 mensen met klachten is geen sprake. De meest voorkomende combinatie is vermoeidheid en hoofdpijn. Daaraan lijden achttien mensen. ,,Er is niet een Bijlmersyndroom. Dat is mijn conclusie op dit moment'', verklaarde C. IJzermans, die het AMC-onderzoek coördineert, gisteren dan ook maar vast voor de commissie.

Intussen doet zich echter wel het merkwaardige feit voor dat er onder de `Bijlmer-patiënten' een uitzonderlijk hoge concentratie van auto-immuunziekten voorkomt. Terwijl verschillende variaties van die aandoening zich gewoonlijk slechts bij 1 op de 4.000 mensen manifesteren, is de verontrustende ziekte door medici reeds bij twaalf mensen die zich in de buurt van de ramp ophielden, vastgesteld. Eerder waren al vier van zulke gevallen bekend, maar gisteren bevestigde IJzermans dat er nog acht andere zijn. Opmerkelijk daarbij is dat er zich veel mannen onder bevinden, terwijl gewoonlijk vrouwen aan deze ziekte lijden.

Het adviesbureau DHV, dat op verzoek van de enquêtecommissie een contra-expertise had uitgevoerd op een eerder onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), gaf gisteren weer voeding aan de theorie dat de ramp gevaar had opgeleverd voor de volksgezondheid. DHV concludeerde dat er mogelijk een grote hoeveelheid dioxines is gevormd tijdens de brand. Deze kunnen zeer schadelijk voor de gezondheid zijn. Ook de toxicoloog F. de Wolff, hoogleraar in Leiden, bevestigde dat er zeer wel gevaarlijke stoffen kunnen zijn vrijgekomen in de vuurzee en het daarna nog uren nasmeulende vuur.

De meeste deskundigen, die de commissie bij de verhoren van donderdag en gisteren verhoorde, rekenden echter eendrachtig af met het vermoeden van veel `Bijlmer-patiënten' dat hun problemen waren veroorzaakt door de radioactieve straling van het verarmde uranium aan boord van het gecrashte toestel. Dat bevond zich in het staartstuk van de El Al-Boeing als contragewicht om het vrachtvliegtuig in balans te houden.

De belangrijkste specialist op dit terrein, A. Keverling Buisman, van het ECN in Petten, vertelde de commissie gisteren dat zelfs de mensen die honderden uren waren blootgesteld aan het stof en de lichte straling van de wrakstukken in een hangar slechts een ,,verwaarloosbaar risico'' voor hun gezondheid liepen. Hij vergeleek het schadelijke effect op hun gezondheid met het roken van welgeteld één sigaret. Wel vond Keverling Buisman dat het bij wijze van voorzorg aanbeveling had verdiend om bij de berging op de plek van de ramp ten minste handschoenen te dragen, hetgeen destijds niet was gebeurd.

Andere deskundigen verklaarden eveneens dat het risico voor de gezondheid dat was veroorzaakt door het uranium bijzonder gering moest worden geacht. Wel oordeelde DHV dat er nader onderzoek was vereist in het geval de nog vermiste 150 kilo uranium in zijn geheel zou zijn verbrand en verstoft.

De Amstelveense internist R. Kurk blijft na dit alles zitten met een raadsel. Hij zette in zijn verhoor uiteen dat hij zestig patiënten heeft, die allen kampen met een chronisch vermoeidheidssyndroom. Ze zijn intens moe, lijden aan geheugenverlies en hebben gewrichtspijnen. De meesten werken op Schiphol en hebben zich langere of kortere tijd opgehouden in dezelfde hangar, waar de wrakstukken waren opgeslagen. Ook Kurk zelf erkende dat hij tot dusverre geen enkel bewijs heeft gevonden voor een samenhang tussen hun aanwezigheid in de hangar en hun aandoening.

De meeste ondervraagden wisten de Bijlmerenquêtecommissie niets beters aan te bevelen dan nader individueel medisch onderzoek van de patiënten met klachten. Het lijkt een advies, dat de commissie eind deze maand dankbaar in zijn eindrapport zal verwerken. Maar het biedt de al jaren in tergende onzekerheid levende `Bijlmerpatiënten' vooralsnog weinig soelaas.