Barok-kruistocht met hindernissen

Wie weet nog dat Johann Adolf Hasse (1699-1783) in de achttiende eeuw één van de meest geliefde componisten was? En dat 1999 dus niet alleen een Poulenc- en een Straussjaar, maar ook een Hassejaar is? Om onbekende barokcomponisten te ontdoen van het onverdiende stof van eeuwen en hun muziek uit te voeren naar de gebruiken van toen, werd onlangs de Opera Seria Foundation opgericht.

Hoe lovenswaardig het streven 'een brug te slaan tussen wetenschap, musici en publiek' ook is, zelfs een kruistocht staat of valt met een goede organisatie. En juist die liet op het eerste concert waarmee de stichting zich gisteravond presenteerde in de Grote Zaal van het Concertgebouw, veel te wensen over. Om de programmaboekjes moest worden gevochten en zelfs met het losbladige boekje in de hand was ontreddering onvermijdelijk. Wie weet nog welk werk van welke onverdiend onbekende barokcomponist klinkt als de programmavolgorde zonder gedrukte errata volkomen gewijzigd is?

Zulke praktische bezwaren kunnen als ondergeschikt worden afgedaan als de kwaliteit van de uitvoerenden en de inhoud van de gespeelde werken een duidelijke meerwaarde hebben boven de vele concerten van uitstekende, reeds bestaande barokensembles. Maar de hoorns van het per project samengestelde Orchestra Seria bleken technisch niet opgewassen tegen de Sinfonia van Hasse waarmee werd geopend. En hoewel de strijkers in veel van de door vocalisten Emma Kirkby, Derek Lee Ragin en Xenia Meijer uitgevoerde aria's overtuigden met genuanceerde dynamiek en tempi, ontstegen de geleverde instrumentale prestaties niet het niveau van innemende betrokkenheid.

De aria's van componisten als Giacomelli, Vinci, Porpora en Graun waren geprogrammeerd met de bedoeling de aandacht te vestigen op de vocale versieringen die in de bloeitijd van castraatzangers als Farinelli gebruikelijk waren, maar die in de huidige uitvoeringspraktijk doorgaans veel soberder worden ingevuld. Hoewel sopraan Emma Kirkby, countertenor Derek Lee Ragin en mezzosopraan Xenia Meijer zich zonder strubbelingen kweten van de octaafsprongen en halsbrekende sequensen, ontbeerden hun vertolkingen de vervoering die zulke stem-acrobatiek teweeg hoort te brengen. De techniek was er maar de spanningsopbouw ontbrak. En dan is, juist in muziek waar vocaal vertoon een hoofdbestanddeel vormt, de scheidslijn tussen kunst en een kunstje gevaarlijk smal. Alleen in de laatste aria van Leonardo da Vinci (1690-1730) lichtte Meijer met haar heldere hoogte en zwoele laagte even de sluier van de tijd op en werd virtuositeit muziek.

Concert: Orchestra Seria o.l.v. Rachel Podger en Richard Egarr m.m.v. Emma Kirkby (sopraan), Xenia Meijer (mezzo), Derek Lee Ragin (countertenor). Werken van Hasse, Graun, Pergolesi, Vivaldi e.a. Gehoord: 3/3 Concertgebouw, Amsterdam.