Wee de binnenvetters

Het is met bedrijven net als met voetbalclubs: geld moet rollen. Bij Ajax staat het kapitaal op het veld, wil een vergeelde voetbalwijsheid; bij Feyenoord staat het op de bank. Inmiddels zijn de bordjes verhangen en tappen de Amsterdammers uit een ander vaatje: Ajax heeft 200 miljoen gulden op de bank, maar Feyenoord staat nummer een.

Wat heeft een bedrijf aan kapitaal op de bank? Unilever keert binnenkort 16 miljard gulden overtollig kasgeld uit aan zijn aandeelhouders. De pressie op de directie van het Brits-Nederlandse voedings- en wasmiddelenconcern moet de afgelopen maanden krachtig zijn opgelopen. Unilever had zichzelf twee à drie jaar gegeven om de opbrengst van de verkoop van de chemiebedrijven in 1997 te herinvesteren in overnames. Als dat niet lukte, was het voor de beleggers. Nu is het al zover.

Het superdividend is uniek in Europa en direct controversieel. Vakbonden zijn boos omdat Unilever wel doorgaat met reorganisaties en sluiting van fabrieken. Minister De Vries (Sociale Zaken) vindt dat de uitkering ,,wrang'' overkomt op bonden en werknemers.

Grote overnames tegen een acceptabele prijs zijn op dit moment niet te doen, zo verdedigt de Unilever-top zich tegen de critici die de uitkering zien als een teken van falend ondernemerschap. Dat zou terechte kritiek zijn als de onderneming zich opmaakt voor een opheffingsuitverkoop. Unilever geeft maar ongeveer 10 procent van zijn beurswaarde terug aan zijn aandeelhouders. Het overblijvende kapitaal van Unilever en de 267.000 werknemers werken gewoon door.

Verkleint Unilever zijn kansen op de overnamemarkt door de kas leeg te schudden? Nee. De praktijk leert dat overnamekoorts in het bedrijfsleven steevast samenvalt met hoge beurskoersen en dalende of lage rentestanden. Dan is het zinloos veel geld in kas te hebben: beleggers en bankiers zijn, bij een rendementsvolle overname, altijd bereid het geld op tafel te leggen. Philips en Reed Elsevier (waar scheidend Unilever-topman Tabaksblat president-commissaris wordt), die ook miljarden in kas hebben, zijn gewaarschuwd.

Unilevers vrijgevigheid is een krachtig signaal aan Nederlandse en Europese managers: meer ondernemen met hetzelfde kapitaal, of met minder. Laat het kapitaal maar zweten.

Door nu geld uit te keren verbetert Unilever zijn financiële structuur. Dat klinkt paradoxaal, maar is rechtstreeks uit het handboek bedrijfsfinanciering. Het is aantrekkelijker om te expanderen met geleend geld dan met geld in kas. De rente op schulden ligt over het algemeen jaren vast en is fiscaal aftrekbaar (en op dit moment historisch laag).

De ondernemer moet in staat zijn de winstgevendheid van nieuwe activiteiten te vergroten: dankzij de financiële krik van geleend geld komen de stijgende extra opbrengsten hoofdzakelijk terecht bij de aandeelhouders in de vorm van oplopende beurskoersen.

Nederlandse bedrijven bekeren zich de laatste jaren langzaam maar zeker tot scherpere financiering. Achter zijn juridische bescherming tegen grijpgrage opkopers had de Nederlandse manager altijd een voorliefde voor lekker veel eigen vermogen en een gevulde kas. De fiscaal gunstige regeling voor de uitkering van dividend in de vorm van aandelen helpt ook een handje: zo groeit de vermogensbasis van het bedrijf (nodig voor verdere groei) bijna vanzelf. Dat maakt de manager de feitelijke machthebber in het bedrijf, ook al is hij juridisch helemaal geen eigenaar.

Ook menige beursgenoteerde onderneming gedraagt zich als een traditioneel familiebedrijf – binnenvetters die kapitaal met verve vergaren maar uit financieel conservatisme ondernemingskansen laten liggen.

De verhouding tussen het rendement op aandeelhouderskapitaal en de financieringskosten van het bedrijfsleven was tussen 1970 en 1990 in Nederland belabberd, zo concludeerde de firma McKinsey, management consultants, twee jaar geleden in een rapport met aanbevelingen voor hogere Nederlandse groei. Het Nederlandse bedrijfsleven bleef ver achter bij landen als Canada en de Verenigde Staten. Alleen in Duitsland deden bedrijven het nog slechter. De Amerikanen leveren hier ijzersterke prestaties, zoals zij dat ook doen in banengroei.

Waarom de verschillen? Een hoger rendement op het gebruikte kapitaal is niet alleen een kwestie van effectief toezicht op managers (door aandeelhouders en commissarissen) en bedrijfsmatige efficiency, maar ook van financiële efficiency. Nogal wat Nederlandse bedrijven laten de winstkrik liever thuis. CSM (voeding), Grolsch en Heineken, Stork, tot voor enkele jaren bouwer HBG, en nog steeds GTI (installatiebedrijf) bijvoorbeeld. Meest afschrikwekkend voorbeeld is Koninklijke Olie, die te lang te veel geld in kas heeft.

Het succes van Draufgängers als Aegon (verzekeringen), Ahold (supermarkten), handelshuis Hagemeyer en NBM Amstelland (bouw en handel) is mede te danken aan een agressief, maar prudent financieringsbeleid. Zij zijn zuinig op hun schaarse kapitaal, maar zij kunnen dankzij hun gunstige rendement genoeg kapitaal krijgen voor de financiering van extra groei, bijvoorbeeld via overnames. Zij nemen meer financieel risico voor extra groei. Kapitaal braak laten liggen, zoals de binnenvetters doen, is maatschappelijke verspilling.