Uit de hand gelopen schoolreisjes

Rennen zonder remmen is het kenmerk van de Engelse dance-band Underworld. Hun nieuwe cd heet Beaucoup Fish.

Veel vis. Het kan een gelukwens zijn, de vissersvrouw die haar man uitzwaait: Veel vis! Of een vaststelling. Goh, veel vis. Waarom zou de Engelse groep Underworld haar nieuwe album Beaucoup Fish genoemd hebben? ,,Het klonk gewoon goed'', verklaart Underworld-zanger/gitarist Karl Hyde in een interview in muziekblad OOR. ,,Die titel komt uit een opname die Rick een jaar of twaalf geleden maakte van een stel vissers, die ook op de plaat staat.''

Underworld houdt wel van enige willekeur. `Born Slippy', de grootste hit van de groep, was de naam van een windhond, toevallig tegengekomen in een boek – het klonk gewoon goed. Second Toughest In The Infants, de titel van de vorige cd, was een citaat van het neefje van één van de bandleden. Het lijkt een signaal aan degenen die een diepere betekenis in de muziek van de groep willen vinden: neem ons niet te serieus. Of in elk geval: neem onze woorden niet te serieus – het hadden voor hetzelfde geld andere woorden kunnen zijn.

Toch is Beaucoup Fish wel degelijk een serieus – en belangwekkend – album, van een trio dat sinds het debuut Dubnobasswithmyheadman (1993) tot de belangrijkste groepen in de Engelse dance-muziek behoort. Ze onderscheidt zich van andere house- en techno-artiesten door lange, ambitieuze nummers die goed werken op de dansvloer, maar ook mensen aanspreken die van melodieuze popsongs houden. Evenals bijvoorbeeld Chemical Brothers en The Prodigy bracht Underworld de aanvankelijk recht tegenover elkaar staande werelden van rock en dance dichter bij elkaar.

House was vanaf het begin, eind jaren tachtig, in veel opzichten volkomen anders dan de popmuziek die tot dan toe gemaakt werd. Het ging niet meer om liedjes die een emotie opriepen, maar om nummers die naadloos pasten in een urenlang durend, constant ritme, dat grote groepen mensen op dansfeesten in een trance-achtige vervoering bracht – zonder coupletten of refreinen. De platen werden niet, zoals bij rockmuziek, gemaakt door popsterren die bij optredens toegejuicht wilden worden, maar door mensen die anoniem bleven, die hun platen thuis op de computer maakten en geen behoefte hadden om op te treden.

De leden van Underworld hadden, voor ze met dance bezig gingen, al een pop-carrière achter de rug. Karl Hyde en Rick Smith begonnen in 1981 de new wave-groep Freur, die twee jaar later een hit hadden met het nummer `Doot Doot'. De platen van Freur, gemaakt om zo snel mogelijk beroemd te worden, waren snel vergeten. Hyde en Smith gingen verder met een nieuwe groep, Underworld, die in '87 en '88 twee albums maakte die niet veel beter waren; de groep was succesvol in Australië, deed een Amerikaanse tournee in het voorprogramma van The Eurythmics en ging in '89 uit elkaar. Achteraf vindt Hyde dat hij en Smith zich te veel onder druk lieten zetten door hun platenmaatschappij.

De tweede versie van Underworld ontstond toen Hyde en Smith in 1990 de bekende jonge dj Darren Emerson ontmoetten. Emerson bleek de ideale figuur om het duo te helpen de dance-muziek te maken die ze wilden: als dj wist hij precies wat er in de dance-muziek gebeurde, en wanneer een nummer het goed deed op de dansvloer. De combinatie met de rock-achtergrond van Hyde en Smith leverde een nieuw geluid op.

Stammendansen

Een voorbeeld is de tweede single die het trio maakt, `Mmm... Skyscraper I Love You' (1993). Het begint met een avontuurlijk trommelritme dat beelden oproept van rituele stammendansen in verre landen. ,,Mmm, skyscraper, I love you'', zegt een metalige mannenstem keer op keer, waarna een krachtig house-ritme invalt en even later de stem van Karl Hyde, die zingt over de pracht van wolkenkrabbers, over Elvis en een telefoongesprek met God. De vervreemdende maar enerverende stijl van dat nummer is kenmerkend gebleven voor Underworld.

Ze doen een beetje denken aan schoolreisjes, de nummers van Underworld. Aan het begin is er al enige opwinding, en een vage verwachting van wat je te wachten staat. Een tintelend, licht feestelijk gevoel: vrij! In de dierentuin steekt een klasgenoot zijn hand in de leeuwenkooi en één van zijn vingers wordt afgebeten. In de achtbaan gaan de wagentjes steeds sneller, duizelig makend, angstaanjagend, maar opwindend.

De reisjes van Underworld eindigen niet daar: ze lopen steeds verder uit de hand. Neem het bekendste nummer van de groep, `Born Slippy': de eerste akkoorden, gespeeld op een synthesizer, klinken dramatisch en spannend, en zijn door de constante herhaling bedwelmend. Ogen sluiten. Een harde mannenstem versnelt het tempo met een ritmische aaneenrijging van woorden: ,,Drive boy, dog boy, dirty numb angel boy, in the doorway boy she was a lipstick boy, she was a beautiful boy and tears boy and all in your innerspace boy you had hands girl boy and steel boy, you had chemicals boy I've grown so close to you boy and you just groan boy she said comeover comeover she smiled at you, booooyyyy...''

Er is geen weg terug. Ewan McGregor loopt lachend over straat, op weg naar een betere toekomst. Hij heeft de heroïne achter zich gelaten, hij gaat het land uit met het geld dat hij van zijn vrienden gestolen heeft. De laatste scènes van de film Trainspotting werden passend begeleid door Underworld's `Born Slippy', dat door het succes van de film in 1996 een enorme hit werd. Het nummer paste perfect bij de uitgelaten sfeer van de film, en had eenzelfde wrange ondertoon. Het zette met zijn harde beat dansvloeren op zijn kop, hordes mensen zongen mee: ,,Shouting lager lager lager lager, shouting lager lager lager lager, shouting lager lager lager''. Bier bier bier bier. Het strak denderende ritme werd tegen het eind losser, uitzinniger, een wilde oerdans.

Maar de melancholieke synthesizer-akkoorden bleven naklinken. Hyde vertelde in een interview dat `Born Slippy' gaat over het beroerde gevoel dat je kunt hebben als je 's ochtends vroeg een club uitkomt: te veel gedronken, misselijk, stinkend. ,,Het is een heel ironisch nummer. Het is bepaald geen lofzang op bier.''

Glazen wand

Veel vis. Beaucoup Fish begint langzaam en ingehouden met `Cups', dat geïnspireerd is op de zachte clubhouse die jaren geleden in Amerika ontstond. Het ruim elf minuten durende nummer wordt halverwege iets pittiger, en is een paar minuten later omgevormd tot een heftige, stuwende dance-track. De heftige beat gaat door in het volgende nummer, `Push Upstairs', dat de luisteraar snel binnenzuigt in een sterke draaikolk. In de videoclip bij het nummer, dat op single werd uitgebracht, rent een man door een bos, en, verrassend, door een glazen wand (die je daar niet zou verwachten).

De beelden passen bij de meeste Underworld-nummers, die hetzelfde gevoel uitdragen: het verliezen van zelfbeheersing, van controle – door een wand heen breken. In een recent interview vertelde Karl Hyde dat hij op een gegeven moment met opzet door de straten was gaan dwalen, op zoek naar de onveilige plekken die hij vroeger juist gemeden had. ,,Ik dacht dat de enige manier om de verhalen te vinden die ik naar Underworld wilde brengen, was om genoeg remmingen te laten gaan om mijn gezond verstand te verliezen.'' Tot het echt uit de hand liep en hij een stevig drankprobleem had gekregen dat een zootje van zijn leven maakte. Inmiddels drinkt hij niet meer.

Misschien is dat waarom Beaucoup Fish een grotere diversiteit aan emoties kent: niet alleen rennen en remmingen verliezen, alhoewel dat nog wel het overheersende gevoel is, maar ook, in bijvoorbeeld `Jumbo', `Skym' en `Push Downstairs', kalmte en bespiegeling.

Het best zijn de nummers die de twee uitersten combineren. Zoals `Kittens', dat woest stampend begint, als een kudde losgeslagen stieren, om dan langzaam tot rust te komen met langzame, ijle orgeltonen. Maar het duurt niet lang voor het orgel gezelschap krijgt van aanzwellende, snelle percussie en een straffe house-beat, waarna het eindigt in een wilde climax. Glazen wanden zijn er om doorheen te rennen.

Beaucoup Fish is uitgebracht door V2 Records. Website van Underworld: http:\\www.dirty.org