Stijgt de hypotheekrente door?

Verzekeraars, het ABP en Aegon voorop, namen gisteren het voortouw met een reeks verhogingen van de hypotheekrente.

Is dit het begin van een bredere stijging van de tarieven? De banken beraden zich nog. Argumenten voor en tegen houden elkaar in evenwicht.

Is het laagste punt van de hypotheekrente achter de rug? Gisteren verhoogde het ABP zijn hypotheektarieven met 0,3 procent voor vijf jaar vast en 0,4 procent voor tien jaar vast. Voor lange looptijden voerde Aegon ook een verhoging van 0,4 procent door, en FBTO kwam ook met een verhoging. De banken, die de bulk van de hypotheekmarkt beheersen, beraden zich nog.

Hypotheekrentes hangen samen met de rente op de kapitaalmarkt, waar het rendement op langlopende staatsobligaties het belangrijkste ijkpunt is. En op die kapitaalmarkt gaat het de laatste weken niet best. Forse koersstijgingen van de toonaangevende tienjarige staatsobligaties duwden de effectieve rente vorige maand naar een dieptepunt van ruim onder de 3,8 procent. Maar sindsdien heeft een aangesloten periode van koersdalingen de rente alweer doen oplopen naar 5,25 procent vanmorgen. Dat is een fors verschil, en partijen op de hypotheekmarkt die scherp prijsden, moeten nu haastig mee naar boven. De grote vraag is nu of dit een tijdelijk rentehobbeltje is, of dit het niveau is waarop de rentes zich voorlopig zullen bewegen, of dat het juist nog erger wordt en de rente verder stijgt.

Als de Europese kapitaalmarkt een geïsoleerd bestaan zou leiden, zou de eerste conclusie kunnen gelden: de economie vertraagt, de inflatie daalt nog steeds en de Europese Centrale Bank zal volgens analisten vroeg of laat zijn rentes verlagen. Dat zijn allemaal gunstige factoren voor de obligatiekoersen, waardoor de markt zich zou kunnen herstellen en de rente weer daalt. In het ultieme geval, een stagnatie van de Duitse economie en een periode van deflatie, kan de rente in theorie nog veel verder naar beneden: Japan kende afgelopen najaar een tienjaars-rente van 0,7 procent. Maar dat was extreem, en had plaats in een markt waar de autoriteiten, met name de centrale bank en het Trust Fund Bureau, met hun gedirigeerde obligatie-aankopen de omstandigheden flink verstoorden.

Complicerende factor is dat de Europese obligatiemarkt niet op zichzelf staat. In Japan is de tienjaars-rente, onder invloed van een enorm beroep van de overheid op de kapitaalmarkt en het in omloop brengen van grote hoeveelheden nieuwe yens om de economie aan te zwengelen, opgelopen tot meer dan 2 procent. En, nog belangrijker, de Amerikaanse economie is zo verrassend sterk gebleken dat de tienjaars-rente daar inmiddels is gestegen naar 5,4 procent. Obligatiemarkten hangen wereldwijd sterk samen, en volgen daarom vaak elkaars richting. In die lezing heeft de stijging van de kapitaalmarktrente die de hypotheektarieven nu dreigt op te schroeven zijn wortels niet in Europa zelf. Wat er vervolgens met de rente gebeurt, is dan vooral afhankelijk van de Amerikaanse markt.

Mogelijkheid drie, een verder oplopende rente, is er natuurlijk ook nog. Kernvraag daarbij is of de obligatiemarkt tot drie weken geleden te hoog is doorgeschoten, de rente dus veel te ver is gedaald, en zich nu een correctie voordoet die nog verder te gaan heeft. Rabo International besteedde onlangs veel aandacht aan de gelijkenis tussen nu en 1994. Destijds was de rente ook sterk gedaald, maar toen de zeepbel op de obligatiemarkt knapte liep de rente met 2 procent op.

Deze obligatiekrach van `94 zorgde voor grote verliezen op de financiële markten, en een verloren jaar voor beleggers. Op basis van een technische vergelijking ziet Rabo veel overeenkomsten tussen toen en nu, maar waarschuwt zijn cliënten de vergelijking niet blind te aanvaarden. Niet alleen voor obligatiebeleggers en hypotheekgevers, maar ook voor aandelenbeleggers zou zo'n scenario verstrekkende gevolgen hebben.