Redelijkheid

Nog geen half uur sporen van Stockholm ligt Saltsjöbaden, een handvol rode houten huizen en een enorm `Grand Hotel' aan de rand van een besneeuwd meer. Hier werd op een stille decemberdag in 1938 het beroemde `Zweedse Overlegmodel' geboren, de verre voorloper van ons `Poldermodel'. Aan de ronde familietafel in de kleine torenkamer legden regering, werkgevers en vakbonden de basis van een indrukwekkende verzorgingsstaat onder het motto: `geen rijke individuen, wel rijke concerns'. De rest van de eeuw zouden de zaken hier met een wurgende redelijkheid worden geregeld. Het model sloot naadloos aan bij de Zweedse tradities van puritanisme, centraal bestuur en `platte' arbeidsverhoudingen.

Bijna tachtig jaar zijn de Zweedse Wibauts, Vorrinks en Drezen aan de macht geweest, en dat is overal in deze schitterende stad zichtbaar. Daklozen, prostituees en druggebruikers zijn vakkundig onder controle gebracht en opgeborgen in instituten. Fietssloten zijn hier dunner dan waar ook in Europa. Een deel van het oude centrum ziet eruit als een zwaar gebombardeerde Duitse stad – alleen waren het hier niet de Engelsen maar de sociaal-democraten die de boel platgooiden. Het tempo is prettig rustig, overal zie je huismannen achter de kinderwagen, duidelijk het resultaat van het ruime opvoedingsverlof voor zowel vrouwen als mannen. Iedereen kleedt zich hetzelfde, vrijwel niemand doft zich op – maar dat hoort ook bij een boerenland. Een enkeling onderscheidt zich, maar vooral door zijn of haar oogopslag. Die zijn de baas, dat voel je meer dan je ziet.