`Mijn taal is die van het zuiden'

Boeken hebben haar, dochter van arme blanke zuiderlingen, gered. Dorothy Allison woont daar al lang niet meer. Maar haar hart trekt nog altijd die kant op. Daarom keert ze in haar nieuwe roman terug naar haar natuurlijke terrein: Carolina.

Dorothy Allison ziet er fris en energiek uit, op de vroege ochtend nadat ze uit Amerika in Nederland is gearriveerd om een lezing voor het John Adams Instituut te houden. Een complimentje daarover wuift ze hard schaterend weg. ``Iedereen zegt tegen me dat het hard werken is wat ik hier moet doen, interviews geven, een lezing houden, sociaal dineren. Hard werken? Weet je wat hard werken is? Als serveerster in een restaurant in Amerika. Daarbij vergeleken is dit een luxe leven.'' Ze kan het weten, want Dorothy Allison heeft een poor white trash achtergrond en ze is de schaamte daarover ver, ver voorbij.

Boeken hebben haar leven gered. Tegenwoordig schrijft ze ze zelf, maar als kind begon ze al lezende te ontdekken dat er twee Amerika's zijn. ``Het ene Amerika haat de armen, haat vrouwen, verkwist constant zijn toekomst voor welk bedrag aan geld dan ook. En het andere Amerika, het beste, is in boeken te vinden. Als je als kind zo'n boek vindt, waarin de mogelijkheid wordt blootgelegd van een bestaan temidden van mensen die liefhebben en die een geweten hebben, dan heb je daarmee iets om zelf naar te streven. Wij waren heel arm, er was veel geweld in onze familie, en ik heb keer op keer op het punt gestaan er een eind aan te maken; en als ik het niet zou doen zou iemand anders het wel voor me gedaan hebben... Maar als je eenmaal een boek hebt gelezen dat begint met de woorden `I am...' en dat vertelt hoe iemand ontsnapt is aan zijn of haar situatie, dan kun je ook je eigen ziel intact houden en overleven en ophouden te geloven dat je het monster bent dat anderen zeggen dat je bent.''

Allebei uw romans zijn heel nadrukkelijk in het zuiden gesitueerd waar u zelf vandaan komt. In `Holbewoonster' gaat de vrouwelijke hoofdpersoon Delia niet alleen terug maar gaat u zelf, opnieuw na `Bastaard uit Carolina', als schrijfster terug. Is het uw natuurlijke terrein?

``Ik ben een schrijver uit het zuiden, jazeker, maar een andere dan de generatie voor mij. Er bestond heel lang de neiging personages uit het zuiden tot karikaturen te maken. Kijk naar Erskine Caldwell, Lee Smith en ook Eudora Welty. Maar ik voel me heel erg deel van een stroming van arme zuiderlingen die de kant van het leven daar beschrijven die niet altijd geapprecieerd wordt. Ik probeer mensen te beschrijven zoals ik ze ken en heb gekend, ik steel hun leven als het ware en dat ziet er niet altijd uit zoals lezers dénken dat mensen in het zuiden er uitzien. Ik ben nu al 18 jaar uit het zuiden weg maar mijn verbeelding blijft er naar toe trekken. Mijn dromen spelen zich er af, mijn taal is die van het zuiden. Ik schrijf nu een boek dat in San Francisco speelt, maar wat ik ook doe, de personages blijven zuiderlingen.''

In een van de essays in de bundel `Huid' schrijft u dat `overleven' uw minst sterke verlangen is. Ik vond dat merkwaardig te lezen, omdat het zo ongeveer de gemene deler is voor alle vrouwen in uw boeken, zo niet voor de vrouwen in het werkelijke leven in het zuiden.

``Maar natuurlijk! En daarom heb ik dat juist geschreven. Overleven is mijn basisdrift zoals van alle vrouwen die ik heb gekend, maar ik wil een hele hoop meer! Het is simpelweg niet rechtvaardig dat vrouwen daar genoegen mee moeten nemen. Neem Delia, de hoofdpersoon in Holbewoonster. Het is niet rechtvaardig dat zij naar een stadje terug moet gaan waar ze gehaat wordt en waar ze zich kapot moet werken voor haar kinderen en alles op moet geven waar ze zelf altijd van heeft gedroomd. Dat is de meest essentiële reden waarom ik mezelf nog feministe noem, omdat ik vind dat vrouwen hogere aspiraties moeten kunnen hebben.''

Maar daar hoef je toch geen feminist voor te zijn?

``Misschien niet. Ik geloof dat feminisme altijd een element van humanisme inhoudt. Van het omgekeerde ben ik niet overtuigd.''

De lezer van de roman `Bastaard uit Carolina' die benieuwd is naar het autobiografische gehalte van het boek wordt door u op zijn wenken bediend met de essays in `Huid'. Hoe staat het wat dat betreft met het autobiografisch gehalte van `Holbewoonster'?

``Het boek is natuurlijk fictie. Maar als schrijver ben ik altijd gevangen in de werkelijkheid omdat het daar zo nadrukkelijk vandaan komt. Daar valt geen ontkennen aan en daar kom ik ook altijd voor uit! Maar al schrijvende steel je en steel je. Ik heb heel veel aan mijn hoofdpersonen toegeschreven dat in werkelijkheid mijn zusters is overkomen. Delia is in feite een soort samengestelde van mijn zusters, meer dan van mezelf. Het enige is dat ze nooit zijn weggelopen om rock-'n-roll zangeres te worden.''

In een van de Amerikaanse recensies van uw boek werd, in bedekte termen, opgemerkt dat je het, evenals zijn voorganger, zou kunnen lezen zonder te beseffen dat de schrijfster lesbisch is...

``...alsof ons dat iets kan schelen! Gisteren sprak ik met wat jonge lesbiennes die juist zo graag wilden dat ik een `lesbische' roman schreef. Maar dat is voor mij hetzelfde als een `politieke' roman schrijven. Als ik een liefdesverhaal zou schrijven zou je je stom vervelen, denk ik, of je zou een heel zenuwachtig gevoel krijgen over liefde. Ik word gek van die mensen! Ik kreeg een keer een literaire vrouwenprijs voor een van mijn vroegere boeken; maar deze laatste twee werden niet eens genomineerd, terwijl ze veel beter zijn. Waarom niet? Omdat ze niet lesbisch genoeg zijn, denk ik.''

Delia is een moeder voor wie het `redden' van haar dochters uiteindelijk de belangrijkste opdracht wordt. Haar rock-'n-roll verleden is dan ineens niet meer van belang. Toch doet haar verleden heel erg denken aan bijvoorbeeld Janis Joplin.

``Dat klopt ook. Het boek is begonnen als een fictie over het leven van Janis Joplin. Ik was altijd al gefascineerd door haar en wilde het leven beschrijven van een zangeres in een rock-'n-roll band die zo beroemd wordt en zichzelf alleen maar wil vernietigen. Maar mijn karakters doen nooit wat ik wil. Delia wilde zichzelf gewoon niet kapot maken, ze keek mij, op een gegeven moment, recht in de ogen en zei: ik wil terug naar huis! Dat is het fantastische van schrijven, in die zin is het bijna een religieuze ervaring. Het karakter, het boek neemt het proces over, je hebt als schrijver maar te volgen. Maar ik zal dat boek schrijven, over Janis, geen biografie maar fictie.''

Maar wat als ze opnieuw een eigen leven gaat leiden `and takes off...'

``Nee nee... daarom heb ik het boek over háár juist niet afgemaakt. Het meest fascinerende aan haar is dat ze stierf, dat ze zichzelf liet vernietigen. Waarom dat zo was, dat wil ik beschrijven. Waarschijnlijk zal het een boek worden dat niemand zal bevallen, maar dat doet er niet toe. Je vertelt een waarheid door hem te construeren, door te liegen, en uiteindelijk schrijf je om de grotere waarheid die daarmee ontstaat te vertellen.''

Dorothy Allison: Holbewoonster. Vertaald door Marianne Verhaart. Atlas, 447 pag. ƒ49,90