Landbouwministers: kosten beleid gelijk

Het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid voor de Europese Unie zal niet meer kosten dan de 40,5 miljard euro, die er nu aan wordt besteed. De jaarlijkse uitgaven worden uitsluitend verhoogd met de inflatie. Daarover zijn de ministers van Landbouw van de 15 EU-lidstaten het gisteravond eens geworden. De bewindslieden hervatten hun Raad gisteren na een week onderbreking. De beraadslagingen gaan over Agenda 2000, waarin de Europese Commissie de blauwdruk heeft neergelegd voor een nieuw financieel beleid voor de eerste zes jaar van de volgende eeuw. De landbouwuitgaven vormen 40 procent van het EU-budget.

De ministers waren vorige week vrijdagochtend uiteengegaan, nadat duidelijk was geworden dat een akkoord nog ver verwijderd was. Voorzitter van de Raad, de Duitse minister Karl-Heinz Funke, had toen al wel een aantal compromisvoorstellen geformuleerd voor zuivel, rundvlees, akkerbouw en wijn, dat duurder uitviel dan het huidige budget.

De informele top van Europese regeringsleiders gaf vorige week aan dat alles binnen een scherp afgebakend budgettair kader moet plaatsvinden. Funke legde zijn collega's daarom gisteravond voor ,,aan de andere kant'' te beginnen, dat wil zeggen dat alle bewindslieden zich dienden te committeren aan de `nulgroei plus inflatie'.

Vanochtend ging het plenaire beraad dan ook over de mogelijkheden het nieuwe beleid betaalbaar te houden. Bonn bleek daarbij een zware concessie te hebben gedaan aan Parijs door het plan voor `co-financiering' te laten vallen. Daarmee wordt bedoeld dat boeren bij hun toekomstige inkomenssteun (ter compensatie van verlaging van garantieprijzen) niet voor honderd procent door Brussel worden betaald, maar voor een deel ook door de lidstaten zelf. Voor Frankrijk een belangrijke netto-ontvanger van de EU is die co-financiering onbespreekbaar.