Ingrid en Bruin voor het raam

I: Wat doe jij?

B: Ik kijk naar buiten.

I: Waarom zit je te mekkeren?

B: Ik zie iets.

I: Wat zie je dan?

B: Een albatros.

I: Een albatros? Waar? Waar?

B: Daar bij de vijver, een hele dikke.

I: Dat is geen albatros, dat is een mus.

B: O ja? Nou vooruit dan, een mus.

I: Dat is anders lang niet hetzelfde.

B: Ach, ik houd van alle vogels.

Verachting