Het oog van de meester

Jan Zeeman heeft zijn zaak van de grond af zelf opgebouwd. Nu houdt hij er mee op. Zeeman textielSupers is zo groot geworden dat het een ander soort leiding nodig heeft. Ook tot die conclusie is hij zelf gekomen – tot het laatst toe de baas. Hij is er trots op.

Voor zijn afscheid had hij de nieuwe directeuren van Zeeman textielSupers graag het boek `Honderd jaar detailhandel' cadeau gedaan. Dan hadden ze kunnen lezen over de textielpoepen uit de vorige eeuw. De Hirschen, de Gerzons, de Dreesmannen, de Brenninkmeijers. Hoe die groot waren geworden en hoe sommigen weer ten onder waren gegaan. En ze hadden kunnen lezen over de pioniers van deze eeuw: Loek Brons, Jan Zeeman.

Maar het boek was nergens meer te koop. Wat had hij de nieuwe directeuren van Zeeman textielSupers – 530 filialen, 600 miljoen gulden omzet – ermee willen zeggen?

Dat een onderneming die zichzelf blijft overleeft. En dat een onderneming die nu eens dit en dan weer dat probeert kapotgaat. ,,Die verliest het contact met de klant.'' Precies waarom C&A nu zo aan het tobben is, zegt Jan Zeeman. ,,Ze twijfelen, blijven niet trouw aan hun formule. De cijfers blijven achter en dan gaat men iets bedenken. Men gaat upgraden naar een segment waar al heel veel aanbieders zijn en dan heeft men een dubbel probleem, want de oude getrouwen blijven weg en de nieuwe komen niet.''

Hij weet het uit eigen ervaring, vroeger, toen hij nog samen met zijn vader een textielwinkeltje in IJmuiden dreef, met beddengoed en bedrijfskleding en knotten wol en heel veel service. De huisvrouw die voor haar man een nieuwe overall kwam kopen hoefde alleen maar te zeggen of hij dikker was geworden. De maten hielden ze zelf bij. Die huisvrouw bleef weg toen de winkel de allereerste textielSuper werd. En de andere huisvrouwen, die nooit bij Zeeman kwamen, begrepen niet waarvoor ze er nu opeens wel heen zouden moeten.

Dat was in 1960.

Maar de tweede textielSuper, in Lisse, vier jaar later, was meteen een doorslaand succes. En de derde, in Haarlem, ook. Een nieuwe winkel in een nieuwe plaats met alleen maar nieuwe klanten die vanaf de eerste dag wisten: bij Zeeman kun je voor de laagste prijs en met je eigen handen onderbroeken uit de bakken graaien, en sokken, slabbetjes, T-shirts, theedoeken.

Tien kinderen, hij was de oudste zoon. En de vertrouweling van zijn vader. Als zijn moeder weer eens zwanger was, werd hij als eerste op de hoogte gebracht. Pas op, mama mag niet tillen. ,,Je voelde je de man in huis.'' Niet dat zijn moeder zwak was, integendeel. Zijn váder had een zwakke maag, zwakke nieren, doorgezakte voeten. Zijn váder liet zijn hoofd hangen als de zomercollectie binnen was maar de loop er nog niet in kwam en het geld begon op te raken. Zijn moeder – meer dan honderd kilo – gooide eens met haar blote handen een dronken kaairidder de winkel uit omdat hij haar kinderen bedreigde. Hij moest daar laatst nog aan denken toen hij een vreselijk gekrijs uit de tuin hoorde komen en dacht dat dat de kat wel zou zijn die achter de krielkip en haar kuikens aan zat. Maar nee hoor. Hij ging kijken en hij zag dat het andersom was. De kip zat achter de kat aan.

Van zijn vader heeft hij het koopmanschap, zegt hij. Van zijn moeder de wilskracht, het vermogen om door te zetten. Hij bewonderde haar, maar voor zichzelf zocht hij een vrouw van het uitsluitend verzorgende type, niets hards en zakelijks. ,,Ik vind: er moet verschil zijn.''

De ruzies met zijn vader begonnen op zijn vijfentwintigste. Hij had er te vaak alleen voor gestaan als zijn vader weer eens ziek was, hij wilde de teugels niet meer uit handen geven. Zijn vader vond dat het nieuwe zomergoed meteen uit het magazijn de winkel in moest als het mooi weer werd. Híj zei: eerst de modeshow waar de klanten op rekenen, anders verkoop je straks nee. Zijn vader vond inventariseren van de voorraad onzin, je rekende jezelf maar rijk. Híj zei: ik wil controle.

Voor zijn eerste eigen zaak, in Alphen aan de Rijn, leende hij bij de bank 125.000 gulden – van zijn vader wenste hij geen cent. Hij heeft er geen moment van wakker gelegen, zegt hij. Het enige waar hij echt niet tegen kon: de maanden tussen de dag waarop hij de winkel kocht, vlak voor kerst, en de dag waarop de winkel openging, 16 maart 1967. Hij moest drie maanden alleen maar geld opnemen om van te leven. Alsof hij in de steun liep. ,,Maar na 16 maart'', zegt hij, ,,heb ik alleen maar geld weggebracht.''

Heerlijk was het gevoel dat hij het goed had gezien: de markt, ook voor textiel, was rijp voor zelfbediening. ,,Het was intuïtie. Eén ding staat vast: mensen worden naakt geboren. En ik verkoop ze basistextiel, beter en goedkoper dan een ander.''

Kinderonderbroekjes: toen 49 cent, nu 1 gulden 95.

Panties: van 2,95 naar 1,45.

Herenoverhemden: nog geen twee tientjes.

,,Zeeman is eenvoudig gebleven, dat is het opvallendst. Het is gebruikelijk om hogerop te gaan, want het is leuker om een mooie winkel te hebben dan een winkel zoals die van mij. Maar ik heb er niet aan toegegeven. Ik ben ook geen confectieman geworden. Ik breng weleens een leuk rokje of jurkje, met zo'n openvallende hals en een leuk dessin. Maar ik ben gebleven wat ik was: een textielman. En het succes merk je in de kassa.''

Of had hij gewoon geluk, omdat zijn markt door de komst van Turken en Marokkanen alleen maar groter werd?

,,Het zijn kroostbezitters hè. Allochtonen zijn bij ons zeer gewaardeerde klanten, ja. Ze zijn zeer prijsbewust. Veel allochtonen in je zaak betekent dat je goed zit.''

Het succes heeft wel wat met hem gedaan, zegt hij. Meer zelfvertrouwen, meer uitstraling. En autoritair gedrag. ,,Maar alleen op het terrein waarop ik een autoriteit ben.'' Hij vindt: als je alles hebt gedaan, magazijnwerk, inkoop, reclame, logistiek, alles – dan mág je autoritair zijn. Toen hij een keer met paardrijden zijn been had gebroken stonden de plaatselijke kranten vol met beterschapswensen van zijn personeelsleden.

Tot 1 maart 1999 was zijn onderneming heel overzichtelijk. De baas was Jan Zeeman. En het doel: heel veel textiel verkopen. De onderneming móest in de greep worden gehouden, zegt hij. Er moest één man zijn die zei: die kant uit. ,,Het oog van de meester maakt het paard vet.'' De Nederlandse taal zit volgens hem niet voor niets vol met dit soort wijsheden.

Maar hij weet ook dat zijn stijl van leidinggeven misschien niet helemaal meer van deze tijd is. ,,Daarom'', zegt hij, ,,ben ik weggegaan.'' Hij is 56. ,,De onderneming is te groot geworden voor mij. Er moesten bestuurders komen.'' En bestuurders overleggen met elkaar en vergaderen en nemen sámen beslissingen. Niets voor hem. ,,Zoals retailers zeggen: niet lullen, maar vullen.'' Er waren drie mogelijkheden. De zaak naar de beurs brengen. De zaak verkopen aan de meestbiedende. De zaak verkopen aan de nieuwe directie.

Naar de beurs gaan was onzin, want Zeeman textielSupers heeft geen geld van buiten nodig. Investeringen kunnen met gemak worden betaald uit de cash flow. Verkopen aan de meestbiedende had hij zeker gedaan als hij geen goede opvolging had gehad, zegt hij. Maar hij wist bij Vendex een man weg te halen in wie hij, zoals dat dan heet, alle vertrouwen heeft. ,,Ik was echt onder de indruk van zijn vision.''

Geen boerenverstand meer, maar studie naar marktsegmenten, en afrekening van het management op vastgestelde targets, en internationale expansie.

Valt het hem zwaar om weg te gaan?

Hij vertelt over een boek dat hij las, `Hoe word ik miljonair' van Bram van Leeuwen. Hij had een postorderbedrijf dat hij aan Vendex verkocht, hij werd er schatrijk van. ,,Commercieel was hij geniaal. Maar toen hij weg was, donderde de hele boel in elkaar.''

Voor hem een spookbeeld.

,,En lees de biografie van Albert Heijn, die man was ook niet gelukkig. Als je ziet hoe die man is afgedankt.''

Dat gevoel heeft u niet?

,,Nee. Ik heb zelf afstand genomen. Ik word ook geen commissaris.''

U bent verstandiger dan Albert Heijn?

,,De tijd zal het leren.''

U bent er trots op dat u het zelf zag dat u moest gaan?

,,Jajajaja. Trots. En ook blij.''

Hij wordt nu ZZP'er, zelfstandig ondernemer zonder personeel. Beetje handelen in onroerend goed. Beetje projecten ontwikkelen. Niet voor het geld, maar om iets na te laten. Zodat de mensen later kunnen zeggen: dat heeft Jan Zeeman gemaakt. Voor het geld hoeft hij het niet te doen, financieel is hij binnen. ,,Financieel was ik allang binnen'', zegt hij. Hij begrijpt niet goed waarom mensen daar altijd zo'n belangstelling voor hebben, hij vindt het zelf helemaal niet belangrijk. ,,Iedereen weet dat mijn broek niet stuk is. Maar wat maakt het uit of het nou 100 miljoen is, of 200 miljoen, of 300 miljoen.'' Hem, zegt hij, zul je nooit gekke dingen zien doen, met dure jachten en dure auto's. Hij is normaal. ,,Mijn zoons zijn ook normaal, die hebben geen sterallures. Mijn schoondochters ook niet, nog niet tenminste.''

Maar wat doet u dan met uw geld? Het wordt alleen maar meer en meer.

,,Nou en? Het is goed voor de economie. Je investeert het, je hebt een leuk rendement en je stapelt het gewoon op.''

Hij vertelt over zijn afscheid, vorige week. Er was een surpriseparty voor hem georganiseerd, in Dronten, met zeshonderd man. En er was een video voor hem gemaakt, waarin familie, vrienden en collega's aardige dingen over hem vertelden. ,,Ze zeiden: ook als hij het moeilijk had, merkte je het privé nooit. Dat klopt. Ik heb altijd zelf de kastanjes uit het vuur gehaald. Nooit zitten uithuilen bij mijn vrouw. Ze zeiden ook wat een flinke vent ik was geweest dat ik in 1981 de winkels van Brons had overgenomen. Zelf had ik er toen 45, hij 160. Daar ben ik nog steeds trots op. En Miep Brons zegt op die video dat ik het geld er nu maar met grote scheppen uit moet gooien, want dat er in mijn laatste hemd óók geen zakken zitten.''

Hij lacht. En dan loopt hij naar de woonkamer, hij wil de videoband graag laten zien.

Michiel Hessels van Vendex vertelt dat hij weleens van Harry Mulisch, ,,de bekende schrijver'', heeft gehoord dat hij zijn witte overhemden altijd bij Zeeman koopt. ,,Ik zie hem alleen altijd gekleurde overhemden dragen en díe koopt hij bij ons.''

,,Hoor je dat'', zegt Zeeman. ,,Dat is ook een echte winkelier geworden.''

Zeemans vrouw vertelt dat ze wél ondergoed van Zeeman draagt, maar nooit spijkerbroeken.

,,Die past ze niet'', zegt Zeeman. ,,Daar is ze te breed voor.''

En Zeemans huisbankier Hessel Lindenbergh van ING vertelt dat er in het leven drie dingen zijn die je nooit inwisselt. Je vrouw, je accountant en je bank.

,,Dat is een uitspraak van mij hoor'', zegt Zeeman. ,,Die heeft hij van mij. Ik zeg altijd: je moet zorgvuldig kiezen. En als je hebt gekozen, dan trouw blijven.''