Hans-Peter Feldmann

Al decennia lang verzamelt de Duitse kunstenaar Hans-Peter Feldmann (Düsseldorf, 1941) uitermate onbenullige foto`s. Sterker nog, hij maakt ze zelf ook. Foto's van verre meeuwen in grauwe luchten op de ,,zoveelste saaie vakantie'', of een serie hotelkamer-uitzichten op plekken waar ook al niets te beleven viel.

Feldmann, een vriendelijke en bescheiden heer die tot voor kort eigenaar was van een Duitse cadeauwinkelketen, presteerde het zelfs om een jaar lang eenzame vliegtuigen te portretteren. Steeds dezelfde wazige, grijze kruisjes in steeds hetzelfde grijze luchtruim. Echt Duits, zo wordt gezegd: onpersoonlijk, afstandelijk en humorloos. Maar geloof het of niet - de droogkomische toelichting op zijn werk, onlangs op een lezing met dia's bij het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam, zorgde voor dezelfde hilarische ernst en ernstige humor als Peter Sellers in Being There.

Ineens paste zo'n vliegtuigstip als een grijze sok bij de conceptuele Einzelgänger Feldmann, `de professionele voyeur', die in zijn fotoblad Ohio, een soort visueel dagboek, opnamen van alles met iedereen combineert: van naakten en rampen tot beesten en groenten. Hij heeft lak aan museumkunst en omarmt alles wat nu `low art' heet als iets natuurlijks. Want die laatste categorie vertelt veel meer over de mensheid dan wat er zoal aan Grote Kunst getoond en verhandeld wordt, vindt hij. Ach, museumkunst: in elk mens schuilt een kunstenaar, dus waar hebben we het over! En een museum bezoeken? ,,Vergelijkt u het museum nu eens met een diergaarde. Daar vindt u exotische soorten zoals tijgers en slangen, en beslist geen koeien. En het zijn nu juist die koeien waar ik in geïnteresseerd ben.''

Bij XX Multiple Galerie in Rotterdam laat Feldmann nu wat objecten zien en de boekjes die hij na dertig jaar nog steeds maakt. Ruim duizend gulden moet men betalen voor twee keurig neergevleide bananen van hooggepolijst messing. Een ei-in-eierdop-plus-eilepeltje, eveneens van messing, kost hetzelfde. En met deze banaliteiten-voor-wat-de-gek-ervoor-geeft bespot Feldmann niet alleen de vercommercialisering van de kunst, hij blijft zijn eigen liefde voor trivialia ruimhartig trouw.

Die instelling om van iets doordeweeks iets blijvends te produceren, kenmerkt ook zijn fotoboekjes. Zijn publicatie `1000 Frauen' staat vol met de meest spanningsloze, stereotiepe familiekieken die men zich kan wensen. Alleen maar anonieme vrouwen; bij de auto, naast de trein, voor het chalet, pal voor de beek, achter het hekje. Ze lijken op vergeten tantes die wel eens overkwamen uit Nieuw Zeeland en die je nooit meer terug zou zien. Feldmann vindt dat er vooral goed gekeken dient te worden. Het liefst ziet hij ons `zinnelijk waarnemen'. Vandaar dat de opnamen geen bijschrift hebben en de boektitel niet meer prijsgeeft dan het thema of de hoeveelheid opnamen tussen de omslag. Elk mens heeft associaties bij die foto's en maakt op basis van zijn eigen levenservaringen - die tante bijvoorbeeld - zijn eigen verhaal.

Uit de beeldoceanen van de media publiceerde Feldmann recentelijk ook nog `Die Toten 1967-1993', met leden, slachtoffers en indirect betrokkenen van de Rote Armee Fraktion. Soms zijn ze zichtbaar dood, soms toont een foto hen nog in leven, een sterfdatum is hun enige overeenkomst. En zo moet de omvang van de terreur gestalte krijgen en de alweer vergeten geschiedenis dichterbij worden gehaald.

Terwijl hij die doodsportretten uit de krant knipte, fotografeerde Feldmann intussen zelf elf jaar lang het uitzicht van zijn appartement in Düsseldorf. De bomen groeiden, de gordijnen veranderden van patroon, er kwam meer verlichting, en de fotograaf zelf werd elf jaar ouder. Dat laatste is een drama, zegt hij, maar die hele serie uitzichten eigenlijk ook. De greep op de tijd was vergeefs. Alsmaar die herinneringen bij het terugzien van die opnamen, alsof hij met terugwerkende spijt destijds een voorschot op zijn geheugen heeft genomen.

Zo hoffelijk als Feldmann je te woord staat, zo onbereikbaar blijft hij voor de buitenstaander. Een eigen analyse zou zijn plaatjesliefde tenietdoen. ,,U moet weten dat ik als kind dolgelukkig was'', zegt hij. ,,En toen kwam er een dag waarop ik naar de middelbare school moest om Latijn en zo te leren. Vanaf die tijd is alles in duigen gevallen. Ik heb mijn leven lang alleen maar naar die eerste jaren terugverlangd en nooit meer vooruitgekeken. Nog steeds kan ik niet vooruitkijken.'' Tevreden is hij vooral over twee eigen foto's van een paar vrachtwagens op een verachtelijke parkeerplaats. De ene is iets meer naar rechts genomen dan de ander. ,,Ja, dat vind ik de mooiste. Want tussen die opnamen door is er helemaal niets gebeurd.''

T/m 4 april bij XX Multiple Galerie, Witte de Withstraat 77, Rotterdam. Do. t/m zo. 12-18 uur.