Gapen in de dierentuin

Gapen is niet zo oud als de wereld. Maar wel bijna zo oud als de dierenwereld. Vissen gapen. Salamanders gapen. Hagedissen en vogels gapen. Maar zoogdieren en mensen gapen het mooist van allemaal.

Gapen is heel aanstekelijk. Als je iemand het ziet doen, ga je vanzelf meedoen. Sommige mensen krijgen het al van een auto waarvan de motorkap wijd happend open staat. Van een foto van een gapend mens. Of van een gapend dier. Wat dat betreft zijn mensen heel makkelijk. Leeuwen, nijlpaarden of brulkikkers: als ze maar wijd genoeg gapen, willen wij het ook wel. Zolang we maar een mensenmond in de dierenbek kunnen zien.

Zien dieren ook iets van hun eigen mond in onze gaapmond? Dat kun je natuurlijk uitproberen. Daarom gaap ik in de dierentuin weleens naar dieren, als ik denk dat niemand anders het ziet (dat valt trouwens soms tegen, als je daarna weer om je heen kijkt.) Langzaam, heel aanstekelijk denk je dan, doe je je mond heel wijd open. Bij de leeuwen. Of bij een grote zeebaars die achter het glas naar je hangt te kijken.

Zelf sta je binnen de kortste keren echt te gapen, dat is er ook zo vreemd aan. Je kunt zelfs jezelf ermee aansteken. Maar zo'n vis? Vissen kunnen heel goed gapen, vooral als ze een beetje in de war zijn en ze niet meer weten wat ze moeten doen. Zo'n mens met wijd open mond interesseerde die zeebaars wel, en hij kwam dichterbij kijken. Hij wierp een koele blik naar binnen. Gapen deed hij niet.

Leeuwen krijg je soms wel aan het gapen, als ze tenminste niet liggen te slapen. Apen reageren ook heel vaak. Dat komt omdat zij niet alleen gapen wanneer ze slaap hebben, maar ook om te dreigen - met een mond vol grote vervaarlijke tanden, die dan mooi te zien zijn. Als jij het doet, vinden ze die tanden wat tegenvallen, maar het blijft wel een beetje bedreigend. Onbeleefd en onvriendelijk.

Bij apen moet je dus eigenlijk je hand voor je mond houden als je gaapt. Tenzij je een foto wilt maken om te kunnen laten zien. Zoals van deze gorilla, die vroeger in de dierentuin van Rotterdam leefde. Salomé gaapt terug. Het is een wat zenuwachtige, onrustige gaap. Geen echte slaap-gaap. Maar ook geen echte dreig-gaap, want je ziet dat ze een beetje vriendelijk haar tanden bedekt houdt. Gorilla's zijn heel beleefd tegen elkaar, en verwachten dat van mensen ook. Als je ze aanstaart, vinden ze dat al vervelend. En als je dan ook nog eens onbeschoft recht in hun gezicht gaat staan gapen ... Salomé vindt het maar niks.

Mensen lijken erg op apen. Daarom heeft dit verhaaltje een heus moraaltje. Het is handig om je hand voor je mond te houden als je gaapt. Je voorkomt dat andere mensen tegen restjes pindakaas en draadjes slijm in je mond aankijken. Maar ook: dat ze je maar een onvriendelijk, vervelend persoon vinden. Die dreigt of slaapverwekkend is.

Om dieren mooi te zien gapen hoef je trouwens niet naar de dierentuin. Zo'n zenuwachtige gaap zie je heel vaak bij honden die sneller zijn dan hun baasje. Als ze beloofd is dat ze mee uitgaan, gaan ze al vrolijk naar de deur. Zo, naar buiten. Maar nee hoor. Veel baasjes gaan dan eerst nog hun schoenen zoeken. Een jas aantrekken. Bijna naar buiten, maar dan weer naar binnen, omdat ze hun sleutels waren vergeten. Zo'n hond wordt er bloednerveus van. Net als die gorilla. En je kunt er om wedden: hij staat te gapen.