Duisenberg: koers euro weerspiegelt kracht van dollar

Hoewel de economische ontwikkeling in de eurozone vertraagt, houden de risico's voor de prijsstabiliteit elkaar volgens de Europese Centrale Bank nog steeds in evenwicht. De rente blijft daarom onveranderd op 3 procent.

Met deze boodschap nam ECB-president Duisenberg gisteren na afloop van de vergadering van de raad van bestuur van de ECB de hoop weg dat de centrale bank een verlaging van zijn rentetarieven zou doorvoeren. De voortdurende verzwakking van de Europese munt, de euro, tegenover de dollar had er al voor gezorgd dat weinig partijen op de financiële markten meer met een renteverlaging rekening hielden.

Duisenberg noemde de afglijdende koers van de euro een uitdrukking van de kracht van de Amerikaanse dollar. De euro stond vanmorgen op 1,0815 dollar per euro, en is daarmee acht procent onder zijn koers van begin dit jaar beland. De ECB-president wees er op dat dit echter niet veel afweek van de koers die de Duitse mark voor een groot deel van vorig jaar tegenover de dollar noteerde. Geruchten over steunaankopen van euro's door de Europese centrale banken op woensdag wees hij van de hand. Wel bevestigde hij dat er een niveau is van de wisselkoersen waarop de ECB zou kunnen ingrijpen, maar noemde dat niveau niet.

De raad van bestuur van de ECB concludeerde dat de risico's voor economische tegenvallers die eerder waren gesignaleerd, zich in het vierde kwartaal van 1998 ook voor een deel daadwerkelijk hebben voorgedaan. Hoewel nog op cijfermatige bevestiging voor het gehele euro-gebied wordt gewacht, gaat de ECB er van uit dat ,,de groei in het vierde kwartaal is verzwakt vergeleken met een kwartaal eerder''. Duisenberg ontkende echter dat de houding van de ECB tegenover de rentepolitiek is verschoven van neutraal naar een voorkeur voor een renteverlaging. De licht veranderde toon van de ECB, vergeleken met voorgaande verklaringen, duidt daar volgens analisten echter wel op.

De sterkere geldgroei in de eurozone, die in januari is opgelopen naar 5,7 procent (boven de referentiewaarde van 4,5 procent die de ECB als wenselijk ziet) werd door Duisenberg gerelativeerd met verwijzing naar de beweeglijkheid van dit cijfer op maandbasis. Hij zei te vermoeden dat de kredieten aan de private sector, waarvan de toename de oplopende geldgroei kan verklaren, gebruikt kunnen zijn door de financiële sector om mee te investeren op de Amerikaanse financiële markten. Zo zou de hogere geldgroei in de eurozone direct kunnen samenhangen met het oplopen van de dollarkoers tegenover de euro.

Gevraagd naar zijn ervaring met de Duitse minister van Financiën Lafontaine, die twee weken geleden de ECB-vergadering in het kader van het Duitse voorzitterschap van de Europese Unie bezocht, bagatelliseerde Duisenberg de ontmoeting.

Lafontaine dringt al maandenlang aan op een lagere rente, maar bleek ,,luidruchtiger in de media dan tijdens een directe confrontatie'', aldus Duisenberg.