De opmars van geilneef en positivo

Geilneef, positivo, vieze man, krasse knar, oudere jongere. Het zijn slechts vijf van de circa veertig woorden en uitdrukkingen die Kees van Kooten en Wim de Bie in de periode 1969-1993 aan de Nederlandse taal hebben toegevoegd. Volgens journalist Ewoud Sanders, die de taalkundige invloed van het televisieduo beschrijft in het vandaag verschenen boek Jemig de pemig! (Uitgeverij Contact), zijn Van Kooten en De Bie daarmee productievere taalmakers dan bijvoorbeeld Marten Toonder, Wim T. Schippers en André van Duin.

Voor zijn onderzoek baseerde Sanders zich niet op woordenboeken (waarin onder meer `doemdenken', `regelneef' en `bescheurkalender' zijn opgenomen), maar maakte hij gebruik van recente jaargangen van een groot aantal kranten en weekbladen en steekproeven op Internet – in totaal een corpus van een paar honderd miljoen woorden. Achttien woorden, vierentwintig uitdrukkingen en elf soortnamen (van door het duo gespeelde typetjes) bleken regelmatig te worden gebruikt, soms tientallen jaren na hun introductie en meestal zonder verwijzing naar hun herkomst. Onder de spreekwoordelijk geworden creaties van Van Kooten en De Bie, die blijkens Sanders' boekje hun gouden jaren als taalvernieuwers beleefden tussen 1977 en 1985, bevinden zich professor Akkermans (de ijdele politicus wiens naam bij iedere benoeming `wordt genoemd'), doctor Clavan (de nietszeggende tv-deskundige) en Tedje van Es (de archetypische vrije jongen). Sanders beschrijft hoe hun namen doordrongen in het spraakgebruik en wie er met hen werden vergeleken, en vroeg Van Kooten en De Bie naar hun inspiratiebronnen. Zo werd Clavan vernoemd naar een linksbinnen van ADO en Van Es naar een rechtsbuiten van Sparta.

De Haagse vrije jongens Jacobse en Van Es (`voor al uw dameswensen', `voor het winterklaar maken van uw tuin') waren taalkundig de invloedrijkste typetjes van Van Kooten en De Bie. Zij verbreidden twaalf woorden en uitdrukkingen, en worden op afstand gevolgd door De Klisjeemannetjes (zes uitdrukkingen, vooral variaties op `bonken' en `van wippenstein gaan'), en de overjarige hippie Koos Koets (vijf uitdrukkingen, waaronder de titel van Sanders' boekje).