De motor aan de praat houden

Bij Dirk van Weelden maakt het eigenlijk niet zoveel uit wat hij schrijft: een roman of een bundel essays en verhalen, zoals zijn nieuwe boek Van hier naar hier. Klassiek, in de Hermansiaanse zin van het woord, ogen zijn romans nooit. Van plot of karaktertekening moeten ze het niet hebben, evenmin van stilistisch vernuft. Binnen een flexibel kader wemelt het van de verhalen, essays en andere uitweidingen, die de verstrooide kern van het geheel uitmaken. Via zijn personages zie je hem peinzen, worstelen, zich verliezen in redeneringen en anekdotes, en dingen ontdekken met de vasthoudende geestdrift van de jonge onderzoeker.

Literatuur is voor Van Weelden een praktisch middel om filosofie te bedrijven, en omgekeerd. Niet in abstracto, maar proefondervindelijk, met hoofd en hart, verstand en verbeelding. Zijn boeken zijn oefeningen in levenskunst. Op de centrale vraag hoe te leven, komt dan ook nooit een eenduidig antwoord. Alsof het hem er minder om te doen is een antwoord te vinden dan de boel in beweging te houden.

LevenskunstIn Van hier naar hier ontbreekt het romaneske kader, de essays en verhalen zijn de hoofdzaak geworden. Misschien kun je zeggen dat ditmaal de autobiografie de plaats van de fictie heeft ingenomen. Want het middelpunt van de bundel, als er al van een middelpunt kan worden gesproken, bestaat uit een herinnering aan de periode rond 1980, toen de jonge schrijver voor het eerst op eigen benen kwam te staan, als student filosofie in Groningen. We horen iets over een bandje (`Gdansk') dat hij toen met zijn broer had, over de vriendin die later de moeder van zijn kinderen zou worden, over het leven in de studentenflat, over zijn beginnende samenwerking met Martin Bril, over het no future-klimaat van die dagen.

Toch gaat het niet om historische anekdotiek en al helemaal niet om romantische nostalgie. Het verleden levert hoogstens exemplarisch materiaal voor een nieuwe oefening in levenskunst.

Wat Van Weelden interesseert in het cruciale moment tussen jeugd en volwassenheid is de overgang, de ervaring van een nulpunt, waarbij het leven even tot stilstand komt en alles mogelijk lijkt te worden. De overgang belichaamt een breuk met het voorafgaande, noodzakelijk om zelf een nieuwe toekomst te kunnen beginnen. Op allerlei manieren wordt dit moment benaderd en voor de houding die er kenmerkend voor is, heeft Van Weelden diverse termen bedacht.

`Tactisch negativisme', is zo'n term. Het staat in het verhaal `Naar Antwerpen', waarin de schrijver een paar weken ronddwaalt door de Vlaamse havenstad om er, door de vreemde omgeving uit zijn gewone doen gehaald, iets terug te vinden van de suspensie die de context vormt van alle rites de passage. Met somberheid of uitzichtloos pessimisme heeft het niets te maken, verzekert Van Weelden ons. Het `negativisme' betreft alleen de geschiedenis, de gewoonte, de sleur. En `tactisch' is het, omdat alleen zo de mogelijkheid wordt geschapen aan alles een `eigen draai' te geven.

`Die eigen draai is een denkbeweging en leefbeweging tegelijk. Precies die beweging wil ik portretteren, of beter nog, het patroon oproepen dat erin te vinden is. Maar ik ben geen geleerde, ik moet het doen met wat ik zelf heb meegemaakt en met de momenten dat ik een flard of een versie van dat patroon herken in wat anderen doen en maken'.

Deze zin past als een sleutel op alle essays en verhalen in de bundel. Op de navertelling van Jim Jarmusch' film Permanent Vacation (1980) bijvoorbeeld, waarin een `lege' hoofdpersoon zich te buiten gaat aan `beginnersnihilisme', een variant van het zojuist genoemde `tactisch negativisme'.

In een essay met de veelzeggende titel `Nieuwe schoenen' schrijft Van Weelden met dezelfde inzet over het bandje Gdansk, over de beeldende kunstenaar René Daniëls en over de hiphop-artiest DJ Shadow, die zijn `ritmische intelligentie' gebruikt om uit bestaande muziekfragmenten iets nieuws en eigens voort te brengen, net zoals Bril en Van Weelden dat hebben gedaan in hun eersteling Arbeidsvitaminen.

Langzaam maar zeker breidt het autobiografische moment van omslag of overgang zich uit. Het wordt geassocieerd met de kersverse immigranten op Ellis Island in New York, met de ontheemdheid van Georges Perec (die over Ellis Island een film heeft gemaakt), met de uit Zwitserland afkomstige fotograaf Robert Frank, bekend van zijn onorthodoxe fotoboek The Americans uit 1959. Op deze manier wordt duidelijk dat de ervaring van een nulpunt voor Van Weelden niet beperkt hoeft te blijven tot de overgang naar de volwassenheid. Op elk moment kan die ervaring toeslaan, en zij heet dan melancholie, zoals we kunnen lezen in `Vast en vloeibaar'.

Melancholie

De titel van dit essay of verhaal (de grens is niet altijd even makkelijk te trekken) verbeeldt de beweging die de melancholie oproept. Of liever: zou moeten oproepen, want de melancholie zelf, de `horror van de stilstand' waarin het leven nog slechts een zinloze herhaling van het immer Gleiche schijnt, acht hij een `grote leugen'. De grootste waarde van de melancholie zit volgens hem in haar `verdwijning', wanneer alles weer `vloeibaar' wordt en de melancholicus zijn zwartgallige cocon verlaat om opnieuw aansluiting te vinden bij de wereld.

Dat neemt niet weg dat melancholie, ook voor Van Weelden, `onvermijdelijk' is. Zij biedt zicht op de eindigheid van het bestaan, en dat kan louterend zijn. Maar wie erin blijft steken, doet zichzelf tekort en heeft een shot `idiotie' nodig. De grote melancholici van de letteren, de poètes maudits, hadden dat goed begrepen, vindt Van Weelden. Zij gaven zich over aan spleen en ennui, maar lieten zich telkens verrassen door de `bliksemflits' van de poëzie, die altijd `ook een overwinning over de melancholie' betekent.

Wie hierin een verborgen oratio pro domo wil beluisteren, krijgt van mij geen ongelijk. Ook al is melancholie geen in het oog springende eigenschap van deze schrijver, het feit dat hij haar `onvermijdelijk' acht, geeft aan dat zijn enthousiaste levenskunst niet enkel naïeve blijmoedigheid wil zijn.

Melancholie, nulpunt, tactisch negativisme, beginnersnihilisme, en hoe het verder ook wordt genoemd – in feite ligt dáár de motor van zijn schrijven, een motor die `werkt' omdat hij steeds opnieuw aan de praat moet worden gebracht. Vandaar dat de nostalgie bij Van Weelden geen kans krijgt. `Van het verleden een verhaal maken is gevaarlijk', schrijft hij zelfs. Wie dat doet, legt het verleden en dus zichzelf vast. `Ik pleit voor Aan en Uit, voor complexe weefsels van Plus en Min, zo snel, zo veelvormig, dat er toeval, willekeur, ja leven insluipt. Nieuw leven.'

`Doorgaan is opnieuw beginnen', konden we al in zijn vorige roman Orville lezen. Hoe mooi verteld ook, het verleden mag geen ballast worden. Daarom concentreert Van Weelden zich op al die nulpunten, unieke momenten die in zekere zin buiten de geschiedenis vallen en thuishoren in een eeuwig heden, dat door de herinnering wordt gereactiveerd. Terecht luidt de titel van de bundel Van hier naar hier, en niet `Van daar naar hier'. De nadruk ligt op het zich herhalende begin, dat telkens een nieuw `hier' betekent. Zo blijft de boel in beweging. Het voorbije is nooit belangrijker dan het komende, dat in deze bundel wordt opgeroepen in een toekomstverhaal over een stad van computer-techneuten (`StripeOne'), die met zijn huizen op stelten aan Constants New Babylon herinnert.

De vertelster van dit verhaal is een zeventienjarig meisje, dat zich in de nieuwe technische wereld van haar ouders volkomen op haar gemak voelt, al heeft Van Weelden wel voor een ironisch tegenwicht gezorgd door haar als studente informatie-technologie de richting `historisch databeheer' te laten kiezen. Ook de jonge jongens in de twee laatste verhalen voelen zich (`ongrijpbaar, maar nooit verloren') thuis in hun wereld en in hun vel. Aan de paternalistische aanvechtingen van de volwassenen hebben zij geen boodschap. Het zijn juist de volwassenen die een lesje krijgen: het is niet nodig de kinderlijke onbevangenheid te corrigeren of te beschermen, het is zaak de eigen onbevangenheid intact te houden.

Knutselaar

Van Weelden ontdekt, zoals men ziet, geen nieuwe of zelfs maar verrassende levenslessen. In een van de essays breekt hij een lans voor de bricoleur, de amateuristische knutselaar, en aan het daarbij dreigende gevaar opnieuw het wiel uit te vinden is hij niet helemaal ontkomen. Maar terwijl ik dit opschrijf, voel ik mij prompt betrapt op precies het soort paternalisme dat in Van hier naar hier op zijn nummer wordt gezet.

Dat zo'n reactie mogelijk is, bewijst hoe goed deze filosofische `knutselaar' erin is geslaagd om met zijn jongensachtige flair oude clichés om te bouwen tot aanstekelijke waarheden. Ook zonder opvallend stilistisch vernuft kun je dat toch alleen maar een literaire kwaliteit noemen.

Dirk van Weelden: Van hier naar hier. Essays en verhalen. Meulenhoff. 272 blz. ƒ39,90