De kracht van schmieren en ellende

Het is niet uitzonderlijk als muziek, poëzie of een ander kunstwerk ons tot tranen toe roert, maar dat hetzelfde ook gebeurt als we getuige zijn van andermans ellende is wel merkwaardig. Waarom vinden we een verhaal `mooi', terwijl er eigenlijk alleen maar narigheid in voorkomt? Misschien omdat huilen zonder lijden hetzelfde genot geeft als huilen bij het aanschouwen van schoonheid. Per slot van rekening is er al eeuwen bestaansrecht voor ellendekunst, die we in haar mindere momenten de bijnaam van `smartlap' geven. Het kan ook dat die aantrekkingskracht van het lijden een teken is van solidariteit en dat wij van nature zo zijn uitgerust dat we vanzelf een traantje laten wanneer we onze medemens zien lijden. Of is het zwelgen in andermans verdriet gewoon het voorrecht van de gezeten burgerij? Want ik denk niet dat misère-lectuur populair is bij het sappelende deel van de bevolking. Eén ding is zeker: met een kind, het symbool van de onschuld, als slachtoffer wordt het verdriet extra mooi, vooral als het door kwade opzet alleen op de wereld staat.

De vondeling of het gestolen kind is in de literatuur een oude bekende. Wie heeft niet van Oedipus, Tom Jones, Mozes of Siegfried gehoord? In zijn klassieke gedaante treedt hij echter maar zelden op als weerloos schepsel, als speelbal van een verdorven wereld. Dat is een creatie van de negentiende eeuw. De beroemdste vertegenwoordiger hiervan is, althans in Nederland en Frankrijk, Rémi, de hoofdpersoon van Hector Malots Alleen op de wereld. Van de onverkorte tekst is nu een nieuwe vertaling verschenen van de hand van August Willemsen, die er ook een belangwekkend nawoord bij heeft geschreven. Dat de bekende illustraties van É. Bayard niet konden worden afgedrukt, is eigenlijk het enige dat men aan deze uitgave moet betreuren.

Toen Hector Malot zijn kinderboek in 1878 publiceerde was het pas een eeuw geleden dat een nog bekender Fransman, de filosoof Jean-Jacques Rousseau, zonder een greintje wroeging zijn vijf kinderen kort na hun geboorte bij een tehuis voor vondelingen had afgegeven omdat hij last van hen had. Toch heeft dezelfde Rousseau er wezenlijk aan bijgedragen dat de negentiende eeuw anders over het kind is gaan denken.

In 1838 had Charles Dickens veel succes gehad met Oliver Twist. Dit boek, in menig opzicht een voorloper van Alleen op de wereld, behandelde de lotgevallen van een roomblank jongetje, dat in de maatschappelijke onderlaag verzeild is geraakt. Ondanks de denkbeelden van de Verlichting was het standsverschil in de negentiende eeuw vrijwel onaangetast gebleven. Het openbaarde zich niet alleen geestelijk in de mensen maar, naar men dacht, ook lichamelijk. Het is een tijd die nog in de waarde van de `fysiognomiek' geloofde, de door Lavater en later door Lombroso gepropageerde opvatting dat men inborst en maatschappelijke rang van de mens uit zijn uiterlijk kon opmaken. De uiteindelijke terugkeer van het verloren kind naar de omgeving van zijn herkomst herstelt dan ook de `natuurlijke' orde, waarin iedereen zijn plaats heeft. Ofschoon Malot de sociale misstanden van zijn tijd wel degelijk waarnam, wordt dit weinig verlichte gedachtegoed ook nog in Alleen op de wereld aangetroffen. Rémi is fijn gebouwd en `geen boerenkind'. Aan de `aristocratische' Vitalis kan men zien dat hij `geen gewoon mens' is. Het uiterste op dit gebied is de welhaast doorschijnende Arthur Milligan, die zijn dagen slijt vastgebonden op een plank. Deze jongen wordt behalve door zijn hoge komaf ook nog geadeld door een scala aan kwalen, waardoor hij dicht bij een louterende dood leeft. Hij had `achtereenvolgens, en soms ook tegelijkertijd, (...) alle ziekten gehad die een kind maar krijgen kan'. De slechte oom, verantwoordelijk voor Rémi's ontvoering, valt op door een vampiergebit met louter puntige tanden. Steeds staat de noblesse of de schurkachtigheid de mensheid op het gezicht geschreven. Een onverwachte uitzondering daarop is Garofoli die, evenals zijn collega Fagin in Oliver Twist, een groep jongens uit bedelen en stelen stuurt. Deze sadistische padrone wordt slechts beschreven als iemand `met een roodaangelopen gezicht.'

Malot pepert zijn lezers grondig in dat het goedwillend deel van de mensheid de speelbal is van een hardvochtig lot. Daarvoor is een beperkt dramatisch palet voldoende. Ziekte, dood, rampspoed en de slechtheid van de ander: meer heeft hij niet nodig om zijn verhaal telkens van een nieuwe wending te voorzien. Zo vervalt Vitalis in een paar uur tijd van een krasse man van in de zestig tot een stervende, blinde grijsaard. Malot kon hem niet meer gebruiken. Op vergelijkbare wijze – een natuurcatastrofe – worden de goudeerlijke vader Acquin en zijn familie door de schrijver op een zijspoor gezet.

De ellende wordt routine. Altijd is het geld op, maar als het nodig is, wordt het weer makkelijk verdiend. De hoofdpersonen leven bijna uitsluitend op broodkorsten, de landschappen zijn immer troosteloos en grote steden zijn altijd vuil en armoedig. Alleen de rijken hebben het goed.

Als we aan het eind de balans van alle misère opmaken, tellen we honderdtwintig dode mijnwerkers, twee dode honden, een dode aap, een dode leermeester, een dode stiefvader, een verdronken sluiswachter, een rampzalige sneeuwjacht, een dito hagelbui en mijnramp, vier verloren rechtszaken en vader Acquin in de gevangenis. Aan ziektes hebben we onder meer longontsteking, verlamming, stomheid, blindheid. Wanneer de lezer het boek ten slotte dichtslaat, weet hij zeker dat de wereld een tranendal is.

Hoe werkt zoiets op de hedendaagse lezer die in de jaren vijftig Alleen op de wereld voor het laatst heeft gelezen? Destijds heeft zijn geheugen een eigen selectie van zijn favoriete passages gemaakt, die bij herlezing opnieuw het meest in de smaak blijken te vallen. Het hoogtepunt is weer de tocht door de sneeuwjacht, de dood van de honden, het daaropvolgende melodramatische sterfbed van Joli-Coeur en het optreden van Vitalis, die na jaren zwijgen weer zingt om de doktersrekening voor de aap te kunnen betalen. Malot schmiert hier waar hij kan. Toch is de verlaten wereld van het winterse platteland niet slecht beschreven. Ineens lijkt Frankrijk door de sneeuwstormen en de wolven een onverwacht sprookjesachtig land. Ondanks het larmoyante verloop van de geschiedenis blijft de sfeer steeds suggestief. Daarin blijkt Malot een iets betere schrijver te zijn dan ik me herinnerde, al kan dat natuurlijk ook aan het aangename, klassieke Nederlands van de vertaling liggen.

De gebeurtenissen tot aan de dood van Vitalis zijn blijven hangen, maar van wat er daarna gebeurde is het meeste verdwenen. Het tweede deel van het boek blijkt een vrij rommelige aaneenschakeling van anekdotes, waarin de leerzame uitweidingen meer ruimte krijgen dan in het eerste deel. Malot is hier de strakke regie over zijn verhaal kwijt en afgedaald tot het niveau van een doorsnee-feuilletonist. Bij nader inzien is de hoofdpersoon van het eerste deel niet de jongen, maar de ondoorgrondelijke Vitalis. Van Rémi weten we alles, hij is geen bijzonder kind, maar Vitalis' leven blijft, ondanks latere onthullingen, raadselachtig. De lezer komt nooit goed te weten wat de oude man nou eigenlijk drijft. Hoewel er na zijn dood iets van zijn geheim wordt onthuld, neemt hij het wezenlijke mee in zijn graf. Rémi treedt daarna in zijn voetstappen. Maar de magie wil niet terugkeren. Hij is geen Vitalis.

Deze mengeling van ouderwetse romantiek en moderner naturalisme in Alleen op wereld heeft het boek een grote populariteit in Nederland opgeleverd. Liza Tetzners concurrerende Levende Bezems, een schaamteloze aanslag op de traanklieren, en Kruimeltje hebben nooit dezelfde faam gekend.

Of kinderen nu nog zo door dit boek in beslag zullen worden genomen als hun ouders en grootouders is moeilijk te zeggen. In elk geval is de belangstelling voor het kind dat alleen op de wereld staat nog springlevend. Bij het televisieprogramma Spoorloos wacht wekelijks meer dan een miljoen toeschouwers met omfloerste blik op de verlossende omhelzing.

Hector Malot: Alleen op de Wereld. Vertaald en van een nawoord voorzien door August Willemsen. Archipel, 516 blz. ƒ39,90