De innerlijke scherprechter

Het onderscheid tussen publiek en privé, of het gebrek aan onderscheid daartussen, het is een hype in de beeldende kunst.

Film mannen terwijl ze hun natte zwembroek uittrekken en ze worden schichtig als pubermeisjes. Dat ontdekte de Australische kunstenaar Tracey Moffatt toen ze surfers die zich tussen auto's stonden om te kleden, dicht naderde, met de filmcamera op kruishoogte. Zelfs de grootste macho sprong, met zijn handdoek stijf om zijn heupen, verschrikt als een vlo in het rond.

Moffatts filmpje, dat deel uitmaakt van de tentoonstelling Public Private in het Amsterdamse media-centrum MonteVideo, toont ook nog iets anders: de heren zijn toch gevleid. Geen van hen maakt een agressief gebaar naar de opdringerige Moffatt, in tegendeel, hoe hardnekkiger de camera op hun schaamdelen gericht blijft, hoe koketter ze zich gaan gedragen. En onverbiddelijk registreert de camera dat hun uitsloverij gemeend, en dus naïef is. Klaarblijkelijk weten ze niet dat wie het goed wil doen voor de camera een vorm van dubbelheid moet kennen: hij moet de camera vergeten, en zich tegelijk bekeken weten. Hij moet, met andere woorden, zijn eigen voyeur kunnen zijn.

Vrouwen, het is al vaker opgemerkt, kennen die gespletenheid des te beter. Zij hebben (niet omdat de natuur dat wil, maar uit culturele noodzaak, ik zeg het er maar bij) een mannelijk scherprechtersoog ontwikkeld waarmee ze continu hun eigen verschijning bespieden en kritiseren. Die innerlijke scherprechter heeft tegenwoordig vaste vorm gekregen in de alom aanwezige camera en zelfs de mannen ontkomen daar niet aan. Je hoeft maar naar de Jerry Springer Show te kijken om te zien dat vrouwen én mannen nu gevangen zitten in een dubbel zelfbewustzijn: met grote ijver speelt ieder wie hij denkt dat hij is, of geacht wordt te zijn.

Dit verschijnsel en alles wat eraan vastzit, wordt in de literatuur en de filosofie al jarenlang beschreven en geanalyseerd, maar in de beeldende kunst is het nu een hype. Telkens duikt er ergens wel een tentoonstelling op als Public Private, al gaat niet iedereen zo ver als samenstelster Hedwig Fijen, die in het bijbehorende bulletin glashard beweert dat kunstenaars nu ,,het publieke territorium infiltreren en de wirwar ontrafelen van wat eens als `privé' werd beschouwd''. Dat zouden die kunstenaars wel willen! Vooralsnog illustreert de actuele kunst veel meer `het publieke territorium' dan dat ze er invloed op uitoefent.

Niet pluis

Neem de grote kleurenfoto's van de in Nederland wonende Braziliaanse Alexandra Tessensohn. Het zijn stuk voor stuk tableaus van een huiselijk leven: pa en ma 's morgens in ondergoed in de badkamer, een peuter in de box en ma op de bank met de buurvrouw. Alles doodnormaal op een enkel, beslissend detail na: ma heeft een blauw oog, de spijlen van de box lijken wel tralies en de buurvrouw is ma's geliefde. Dat is leuk, maar ook niet veel meer dan een goed gemaakt, luxe stripverhaal, titel: `Het is niet pluis in huis'. Dramatisch wil het maar niet worden, hoezeer de kunstenaar ook beweert dat zij de verstikking van het huiselijke leven zelf heeft ondervonden en daarom samen met haar zoontje voor de foto's heeft geposeerd.

Het idee dat een werk automatisch diepgang krijgt als de kunstenaar er zelf in optreedt, heeft de laatste tijd stevig postgevat. Dat maakt het natuurlijk een stuk eenvoudiger om een kunstwerk te maken, maar er zijn tegelijk ook weer meer woorden voor nodig om de diepgang onder de aandacht te brengen. Een voorbeeld daarvan is een filmpje van de Engelse Tracey Emin dat enige tijd geleden in De Appel was te zien. Veel had het niet om het lijf: je zag hoe de kunstenaar een komkommer heen en weer bewoog in haar geslacht. Maar voor tentoonstellingsmaker Fijen blijkt het, zo lees ik in het vouwblad bij Private Public `een metafoor te zijn voor het verschijnsel dat vrouwen zich, met lichaam en geest, onbeschaamd openstellen voor de maatschappelijke, emotionele en huiselijke veranderingen.' Ik hoor ze lachen bij SBS 6. Daar zie je dat dit soort `metaforen' al lang afgelebberd zijn. Wie nu nog iets nieuws over onbeschaamdheid wil zeggen staat nog maar één weg open: opnieuw over schaamte spreken.

Emin doet op deze tentoonstelling onbedoeld een gooi in die richting. We zien haar tijdens een zes minuten durend filmpje op een houten vlonder voorovergebogen op haar knieën zitten. Zes minuten lang schijnt een maanachtig licht op haar naakte rug en bijna zes minuten gebeurt er niets. Alleen in de laatste secondes spat een lamp uit elkaar als een ster, begeleid door een ijselijke gil. Ik moet bekennen dat ik schaamte voelde, plaatsvervangende schaamte voor zoveel melodramatische onbenulligheid.

Vijf van de zeven voor Public Private uitverkoren kunstenaars zijn vrouw, maar het voert te ver om daaraan te verbinden dat vooral vrouwen met deze thematiek bezig zijn. Dat is niet zo (een paar namen: Naumann, Wall en jongere kunstenaars als Michael

Raedeker en Otto Berchem). Wel werken vrouwelijke kunstenaars de problematiek rondom het publieke en private meestal persoonlijker en minder abstract uit dan mannen. Ze tonen daarbij een enorme gerichtheid op het lichaam, op het idee van identiteit en op de directe omgeving.

Die gerichtheid heeft lange tijd in hun nadeel gewerkt, de voornamelijk door mannen gedomineerde kunstwereld moest er niets van hebben. De laatste jaren is het tij gekeerd, door de komst van nieuwe, niet meer op `pure' kunst gerichte tentoonstellingsmakers, maar evenzeer door de vaart waarmee de maatschappij en het mensbeeld veranderen. Omdat geen sterveling weet hoe het menselijk lichaam en de leefwereld er in de toekomst zullen uitzien, in wat voor werkelijkheden de mensen zullen leven en welke vermogens ze zullen hebben ontwikkeld, neemt de aantrekkingskracht van het veilige en meest nabije toe. En juist daar weten vrouwen veel van.

Kunst van vrouwen is niet hetzelfde als vrouwenkunst. Vrouwenkunst druipt van emotie, neigt naar huisvlijt en barst van de details. Kunst van vrouwen heeft dat alles vaak ook, maar is zich daarnaast volkomen bewust van `het foute' daarvan. Kunst van vrouwen is zogezegd opzettelijk in overtreding. Dat kan, zoals De Sade heeft geleerd, zeer bevrijdend werken en het is aardig om te zien hoe ook de mannen daar hun graantje van meepikken. Je ziet ze nu met onderwerpen en materialen werken die voorheen als vrouwelijk, dus als absoluut not done golden. De Franse kunstenaar Annette Messager voelde zich daar een paar jaar geleden zelfs enigszins door bedreigd. ,,Tegenwoordig werken ook mannelijke kunstenaars met poppen en borduurwerk'', klaagde ze. ,,Zo eigenen ze zich het laatste stukje typisch vrouwelijk materiaal toe.''

Onbenullig

Bij de videokunst bestaan er geen verschillen meer. Mannen kunnen, getuige de video van de Belg Honoré 'O, net zozeer onbenullig theater van zichzelf maken als vrouwen. 'O hangt in Venetië over de reling van een bootje met zijn hoofd onder water om `het mystieke landschap van de stad onder de waterspiegel' te benadrukken. De Deen Joachim Koester is meer van het detail. Hij heeft de gezichtsuitdrukkingen van vier viool spelende vrouwen en een groepje luisterende mensen gefilmd en daarbij de rollen omgedraaid: het publiek staat ongemakkelijk te kijk op het toneel terwijl de musici in de zaal zitten.

Erg spannend is dat allemaal niet, maar in Koesters werk komt wel mooi het leidmotief van de hele tentoonstelling tot uitdrukking: iedereen is tegenwoordig publiek én toneelspeler tegelijk. Christopher Lasch schreef het jaren geleden al in zijn onvolprezen boek De cultuur van het narcisme: ,,In het theater van het dagelijks leven (-) is niet alleen bij artiesten, maar ook bij gewone mannen en vrouwen een toenemende cyclus van zelfbewustheid ontstaan – men ervaart zijn ik alsof het optreedt voor de kritische blikken van vrienden en onbekenden.''

Het gevoel voortdurend zichtbaar te zijn, want daar komt deze zelfbewustheid op neer, maakt bang voor spontane gevoelens: ze kunnen ineens aan het licht brengen wat je nu juist verborgen had willen houden. De restaurant-scène van de Engelse vrouwelijke kunstenaar Sam Taylor-Wood werkt op een grandioze manier in op die angst.

Een groot scherm toont het interieur van een sjiek restaurant. Aan alle tafeltjes zitten mensen te eten en je hoort, dankzij kleine luidsprekers, het geroezemoes van hun stemmen. Aan beide zijden van het scherm is, als bij een drieluik, een kleiner scherm bevestigd. Het linker toont een jonge vrouw aan een tafeltje, het rechter een paar mannenhanden in close-up. De vrouw praat ingehouden, maar heftig tegen haar onzichtbare tafelgenoot en je ziet het moment van huilen naderen. De vingers, die al die tijd met een sigarettendoosje hebben gespeeld, reageren ook en pakken als de tranen komen een sigaret uit het pakje.

Het geraffineerde van dit werk is dat het even duurt voordat je de man en vrouw te midden van de andere gasten hebt ontdekt, maar als je ze eenmaal in het vizier hebt werken de zijpanelen als verklikkers.

Boodschap: eet nooit met je geliefde in een restaurant, want voordat je het weet zit je te kijk in een galerie.

Public Private, MonteVideo, Keizersgracht 264, Amsterdam. Tot 21 maart.

Vrouwenkunst druipt van emotie, neigt naar huisvlijt en barst van de details