Dat ben ik! ...Ben ik dat?

Deel uitmaken van de Britse filmgeschiedenis, wie wil dat niet? In ruil voor een geringe investering mocht Dick Wittenberg figureren in een verfilming van King Lear.

In de Britse zondagskranten geen woord over King Lear van regisseur Brian Blessed, met hemzelf in de hoofdrol. In de Londense metrostations geen enkele aankondiging van de film die de maker toch als `meesterwerk' bestempelt. Ik weet ook wel dat deze versie van Shakespeare's noodlottige louteringstragedie maar 600.000 pond gekost heeft, nog geen twee miljoen gulden. Dat ze qua bezetting en middelen niet in de schaduw kan staan van eerdere King Lear-verfilmingen, van Brook, Kozintsev, Kurosawa, Elliots, Godard. Wie heeft ooit gehoord van de actrices die de koningsdochters spelen: Caroline Lennon, Claire Laurie, Philippa Peak.

Maar daarom hoeft deze Lear-verfilming van de jaren negentig toch niet te worden doodgezwegen? De interpretatie is eigenzinnig, het acteren acceptabel. Nooit eerder werd de koning met zoveel brute kracht gespeeld. Ik weet dat ik niet objectief ben. Ik heb de film bekostigd. Ik heb erin gefigureerd.

Ik besef ook dat de vooruitzichten voor de film niet bijster gunstig zijn. De voltooiing heeft een jaar langer geduurd dan voorzien was. De film is anderhalf keer zolang als gepland. Bij de eerste vertoning van de film, vorig weekend in Londen, ontbrak de directeur van het productiebedrijf. De regisseur zat in Venezuela. Of ik mijn geld nog ooit terug zal zien?

Erger is dat ik tijdens de marathon-vertoning niet één keer mezelf, of mijn vrouw of onze zoon in beeld heb gezien. Terwijl we toch twee dagen lang door het glooiende landschap bij Stratford-upon-Avon hebben geploeterd. Als Engelse soldaten. Als Franse soldaten. Als verpauperde onderdanen van King Lear.

Bijna twee jaar geleden is het dat ik de advertentie zag in de respectabele Britse krant The Daily Telegraph. Mijn aandacht werd getrokken door de afbeelding van een ridder die een stervende vorst ondersteunde. Daarboven: `Neem deel in een nieuw opwindend hoofdstuk van de Britse filmgeschiedenis'.

De begeleidende tekst maakte duidelijk dat `de makers van Macbeth' een `volgende belangrijke film' aan het voorbereiden waren. Dat `de buitenkans' zich voordeed om een obligatie in het project te kopen. Al voor 500 pond, circa 1600 gulden, was je medefinancier van de productie. Dat gaf je niet alleen recht op terugbetaling van de inleg en een aandeel in de eventuele netto-opbrengst. Als figurant mocht je ook meedoen in de film. Je naam zou op de titelrol verschijnen. Bij de première zou je één van de eregasten zijn.

Verweerde kop

Het aanbod leek te mooi om waar te zijn. De investering was zo armzalig, de voorgespiegelde oogst zo overdadig. Gretig, overgretig, liet ik me meeslepen door mijn fantasie. Ik zag me al voorop staan bij de opnamen voor een bioscoopproductie. Een Britse film nog wel, wat toch als waarborg voor kwaliteit beschouwd mag worden. Gebaseerd op één van de grootste werken van dit millennium. Ik zag ook al mijn verweerde kop in close-up. Hoe alleen al mijn aanblik verduisterde zalen tot stomheid zou brengen, of liever nog, ontroeren. Wat ik aan tekst moest missen, zou ik compenseren door intentie en expressie. Ik vroeg een obligatieprospectus aan.

De brochure maakte een bijzonder degelijke indruk, ook door de accountantsverklaring die was bijgevoegd. In achttien pagina's werden opzet en uitgangspunten van het project op zakelijke en toch enthousiasmerende manier uiteengezet. Speciaal voor de productie was de `NV King Lear' in het leven geroepen. Moederbedrijf Cromwell Productions had al meer dan honderd historische en culturele documentaires vervaardigd. De NV King Lear zou er alles aan doen om investeerders hun geld in negen jaarlijkse betalingen vóór het jaar 2008 volledig terug te bezorgen, beloofde de directie. Maar zekerheid kon onmogelijk worden gegeven. ,,Investeren in film is uiterst riskant. (..) Als uw oogmerk overwegend commercieel is, raden we u aan niet mee te doen.''

Mijn lust om in King Lear te investeren werd alleen maar groter, nadat ik een video van de laatste speelfilm van Cromwell, Macbeth, had besteld. Al snel raakte ik onder de indruk van de stemmige, sexy verfilming van Jeremy Freeston. En ik vergaapte me aan de massascènes die vaart en grandeur aan het spektakel gaven. Voor het eerst werd me duidelijk hoe vitaal figuranten voor een film kunnen zijn. Als toegift volgde op de film ook nog een mini-documentaire over het maken van Macbeth. Ik zag hoe een figurant de klep van zijn helm opzij schoof om koffie te drinken uit een plastic beker. Ik keek naar beelden van de première. Limousines en een rode loper. Vrouwen in avondjurken en mannen in smoking. En ik wist dat ik verkocht was. Dat ik maar wat graag mijn spaargeld in King Lear zou steken. Mijn obligatie draagt nummer 483 en is getekend op 8 augustus 1997. Had ik kunnen weten dat het met de film zo vreselijk mis zou gaan?

Massascènes

Terwijl de verfilming zo energiek van start ging. Tegelijk met de obligatie viel een uitnodiging in de bus om het eerstvolgend weekend al voor de eerste opnames op te komen draven. Tijdens twee weekends in augustus en september zouden de massascènes worden gefilmd, niet ver van de geboorteplaats van Shakespeare. Ons figuranten werd het idee gegeven dat we niet alleen welkom waren maar absoluut onmisbaar. ,,We roepen u dringend op om als het maar enigszins mogelijk is ten minste één van de twee weekends te verschijnen. Als het in uw menselijke macht ligt, kom dan alstublieft beide. Het geeft niks als u later komt of vroeger moet vertrekken. De professionals worden betaald om zich zorgen te maken. Het is uw film, dus ontspan u en geniet van de productie zoveel of zo weinig als u wenst.''

Vriendelijk werd de figuranten verzocht om zelf voor passende kostuums te zorgen. Door zich te hullen in oude lappen en dekens. Aan de hand van gekleurde illustraties gaf het productieteam uitgebreid kledingadvies. Mannen kregen de raad een blauwe, zwarte, grijze of bruine trainingsbroek te dragen, met daarboven een kraagloze trui of sweater in dezelfde kleuren. Helm en zwaard waren dringend gewenst. Bijgevoegd was het telefoonnummer van een winkel die houten en metalen replica's te koop bood voor tussen de 130 en 350 gulden. ,,Voor wie per se een souvenier aan de muur wil.'' Maar je kon net zo goed volstaan met een plastic zwaard van Woolworths, de Britse Hema. Voor 50 pence, 1,60 gulden. Op film was het verschil toch niet te zien.

Mannen kregen ook het verzoek om baard en haar te laten groeien. Hoe onverzorgder hoe beter. Blote voeten en een ontbloot bovenlijf werden van harte toegejuicht, zoals ook een Keltische snor. Ik herinner me dat het me pas bij het lezen van al die adviezen opviel, hoe onverbloemd het Engelse woord voor `figurant' is: `extra'. Een afkorting van `extra body', `extra lijf'. Niettemin besloten mijn vrouw, mijn kind en ik in het tweede weekend van september naar Stratford-upon-Avon te gaan.

Verkleedpartij

Het was een vreemd gezelschap dat die zaterdagmorgen zijn auto's op een weiland bij Cutlers Farm parkeerde. Vrouwen in pastelkleurige pakjes, mannen in donkere kostuums verlieten hun Vauxhall, Rover of Mercedes. Uit de kofferbak lichtten ze tassen en zakken die lappen en lompen bevatten. Decent, discreet, zich verschuilend achter lakens, gaven ze zich over aan een grootse openlucht-verkleedpartij.

Er was geen welkomstcomité. In plaats van koffie met cake kregen we een enquêteformulier in de handen gedrukt. ,,Welk stuk van Shakespeare moeten we na King Lear verfilmen? Julius Ceasar? Henry V? Hamlet? Romeo en Julia?'' En: ,,Wat is de reden dat u in King Lear geïnvesteerd heeft? Ik wilde zien hoe een film gemaakt wordt. Voor de lol. Om beroemd te worden. Voor de kinderen.''

In een veel te krappe tent waar alleen maar houten banken en tafels stonden, werden onze handen en onze gezichten voorzien van bruine vegen door grimeurs die ook al uit het leger van investeerders bleken gerecruteerd. Nagellak en lipstick werden genadeloos verwijderd. Ringen en horloges moesten we afdoen. Brillen werden afgezet.

Daarna lieten we ons als vee van de ene naar de andere heuvel drijven terwijl de `crew', de filmploeg die bestond uit niet meer dan zeven mensen, zich in een Landrover en een oude bestelbus voortbewoog. Eerst speelden we de Franse soldaten die aan de kim verschenen, bij een rotspartij van papier-maché die hevig trilde in de wind. Steeds opnieuw moesten we komen aanmarcheren, op wisselende delen van de heuvelrug, om de suggestie van massa te wekken. Later waren we de Engelse soldaten, in dezelfde kleren maar met andere vaandels. Een megafoon riep ons op om toch vooral woest te kijken en wild te gebaren. Eén enkele camera legde onze verhitte verrichtingen vast.

Toen het begon te regenen konden zo'n twintig investeerders onder wapenschilden schuilen. De rest mocht zich later warmen aan het kampvuur in een dorpstafereel. Eerst moesten soldaten worden uitgeleid die vol bravour ten oorlog trokken. Bij gebrek aan passende Engelse tekst, schreeuwden mijn vrouw en kind met verbeten gezichten: `Hak ze in mootjes'. Later moesten de zegevierende strijders weer feestelijk worden ingehaald.

Wij mannen hebben ook nog gevochten. Zwaaiend met zwaarden en bijlen stormden we op elkaar in. Vier van de krijgers met de ruigste koppen en de meest authentieke kleding mochten officieren verbeelden en `aanvallen' schreeuwen. Eén van de officieren vergat om zelf het goede voorbeeld te geven en werd door een onstuitbare horde omvergewalst.

Bij de meeste scènes was het mij volstrekt onduidelijk wat plaats en functie in de film moesten zijn. De filmploeg deed ook geen enkele moeite om opheldering te verschaffen. Terwijl ik in mijn verwarring zeker niet alleen bleek te staan. Later, veel te laat, heb ik het toneelstuk pas gelezen. Massascènes zijn er in King Lear maar weinig en pas tegen het einde. Tijdens de opnames kwam ik er wel in recordtempo achter dat filmen niets anders is dan met minimale middelen illusies wekken. Als ik dat zootje ongeregeld zag, in die gelegenheidskleding die niemand aan een kritisch oog had onderworpen, kon ik me niet voorstellen dat dat een overtuigende achtergrond kon vormen. Ons werd een ontluisterende blik achter de schermen gegund.

Achteraf vraag ik me af of ik die ervaring voldoende op waarde heb geschat. Na dat weekend in september kregen de investeerders nog tien keer de kans om te figureren. Bij de verdeling van het koninkrijk door Lear. Als Gloucesters ogen worden uitgestoken. In de hut waar Lear waanzinnig wordt. Al die mogelijkheden heb ik achteloos laten lopen. Stratford-upon-Avon leek zo'n pokkeneind van Londen. Altijd druk en nooit eens tijd.

Galavoorstelling

Waar mijn interesse zich op richtte, was de première die voor februari vorig jaar was voorzien. Eerst werd de galavoorstelling tot mei verschoven. Daarna hebben de investeerders een half jaar lang niets meer van het filmbedrijf gehoord. Pas in de zomer van 1998 meldde algemeen directeur Bob Carruthers dat regisseur en hoofdrolspeler Brian Blessed nog steeds zijn handen vol had aan de montage. ,,Hij is nog altijd doende om zijn meesterwerk te vervolmaken. (...) Hij verzekert me dat het allemaal de moeite waard is'', luidde het niet zonder ironie. Dat was net voor Brian Blessed met een vliegtuig neerstortte in Venezuela, waardoor de voltooiing van King Lear opnieuw werd vertraagd.

De afgelopen maanden heb ik tientallen keren naar de NV King Lear gebeld om te informeren hoe het stond met de film. Nooit ben ik verder gekomen dan de telefoniste en een secretaresse. Foto's en informatie werden steeds beloofd, maar nooit gezonden. Directeur Carruthers bleek altijd afwezig te zijn.

Afgelopen weekend is de film toch nog in première gegaan. Hoewel die opeens geen première mocht heten. In het pand van de British Academy of Film and Television Arts (Bafta) aan het Londense Piccadilly werd King Lear uitsluitend voor investeerders vertoond. Een enkeling droeg een vlinderdas. Bij binnenkomst moest je tekenen bij een portier die waarschuwde dat het ,,wel een erg lange zit zou worden''. ,,Drie uur en een kwartier. Dat kan toch niet.'' In een onhandige introductie beklaagde zich ook co-producent Gary Russel twee keer over de lengte van de film. Voordat hij door een zijdeur wegrende en niet meer terug werd gezien. Tevoren had hij nog verklaard hoe blij hij was dat de film eerst door een ,,welwillend publiek'' zou worden bekeken, voordat King Lear aan de boze buitenwereld zou worden blootgesteld.

Maar in een inleidend filmpje kende regisseur Brian Blessed nog altijd geen twijfel. ,,Een meesterwerk.'' ,,Zonder u was deze film nooit tot stand gekomen. Zonder u hadden we het geld nooit bij elkaar gebracht.''

Daarna begon dan eindelijk de film. Een verdienstelijke poging, dat zeker. Met acteurs aan wier inzet onmogelijk getwijfeld kan worden. Maar was ik de enige die zag dat de belichting niet deugde en dat de bedienden er als houten klazen bij stonden? Toen de voorstelling halverwege even werd onderbroken door de woorden `Einde van deel 1' ging er een zucht van opluchting door de murw geslagen meute. Maar het spektakel sleepte zich verder en de eerste investeerders verlieten de zaal. Na afloop applaudisseerden alleen de drie actrices die de dochters van koning Lear hebben gespeeld, en een paar grootmoedige investeerders die nog mededogen kenden. Binnen tien minuten was niet alleen de bioscoopzaal, maar ook de belendende bar volledig verlaten. De drie actrices waren de laatsten die het pand verlieten, ieder een video van de film onder hun arm.

Tijdens de voorstelling kwam het toch nog hard aan dat ik mezelf tijdens die hele lange film niet één keer herkende. Naast me had mijn vrouw opeens geroepen: ,,Dat ben ik.'' Onmiddellijk gevolgd door ,,Ben ik dat?'' Maar al snel kon ik alleen maar lachen, steeds luider. Een ego dat gekrenkt wordt. En het verwerven van inzicht in jezelf. Waren dat niet de thema's van King Lear? Elke gulden die gespendeerd was aan de film, hoe langdradig en teleurstellend het resultaat ook, leek me nog steeds wel besteed.

Eenmaal thuis, toen ik de video nog eens afspeelde, beeldje voor beeldje, kwam ik erachter dat ik in de film wel degelijk ben te zien. Drie hele seconden. En nog eens negen seconden op de titelrol. Het is minder dan Andy Warhol voor ogen moet hebben gestaan toen hij verklaarde dat ,,iedereen gedurende vijftien minuten wereldberoemd zou zijn''. Maar het is een begin.

Mannen kregen het verzoek om baard en haar te laten groeien. Hoe onverzorgder hoe beter

Bij gebrek aan passende Engelse tekst schreeuwden mijn vrouw en kind: ,,Hak ze in mootjes!''