Spaanse bisschoppen strijden voor het eerherstel van God

Sinds de dood van dictator Francisco Franco in 1975 zijn de Spanjaarden razendsnel van hun geloof gevallen. De Spaanse bisschoppenconferentie heeft nu een offensief ingezet dat de leegloop van kloosters en kerken moet tegengaan.

Het is alweer twee jaar geleden dat zich na lange tijd een aspirant-non meldde bij het Madrileense Benedictijner-klooster van Sint Placido. De moeder-overste, een vrouw met een dun ijzeren brilletje onder haar kap, weet het nog precies.

,,Een meisje van een jaar of vijfendertig'', zegt ze vanachter het ijzeren traliewerk dat het bezoek scheidt van de kloosterlingen. Al snel werd duidelijk dat het niets werd met de non in spe. ,,Ze twijfelde over het leven in afzondering en was niet erg sterk in haar geloof. Ik heb haar uiteindelijk gezegd dat het maar beter was dat ze terugging naar haar ouders.''

Het Convento de Benedictinas de San Plácido is een van de tientallen zeventiende-eeuwse kloosters die bijna onopgemerkt in het centrum van Madrid liggen. Ooit baden en werkten er duizenden monniken en nonnen. Nu resten slechts de rijke kunstverzamelingen.

Het kost de katholieke kerk in Spanje de grootste moeite de kloosters bevolkt te houden. In het benedictijnerklooster wonen nog maar twintig nonnen iedere ochtend de mis bij tussen de religieuze schilderijen van Claudio Coello. En zelfs op zondag is het stil in de kerkbanken: Madrid slaapt liever uit. In het weekeinde dreunt het nachtelijk straatrumoer van het uitgaansleven door tot in de lege kloostergangen. ,,De jongeren missen een oriëntatie in het leven'', sombert de kloosteroudste.

Wat Calvijn, noch Luther, noch de prins van Oranje voor elkaar kreeg, lijkt zich op de valreep van de twintigste eeuw alsnog langs natuurlijke weg te voltrekken: Spanje is razendsnel van zijn geloof gevallen. ,,Spanje is een missieland geworden dat we opnieuw moeten kerstenen'', waarschuwt de Spaanse bisschoppenconferentie al geruime tijd.

De bisschoppenconferentie koos eerder deze week kardinaal Antonio Rouco Varela, aartsbisschop van Madrid, tot haar nieuwe voorzitter. Hij zal het tij moeten keren. Rouco omschrijft zijn missie als ,,de evangelisatie van de vele gezinnen die het geloof verloren hebben''.

De relatief jonge Rouco (hij is 62 jaar oud) geldt als intelligent en ambitieus en is afkomstig uit de aartsconservatieve kerkprovincie Galicië. Een perfecte opvolger voor de huidige paus, zo is hier en daar al gesuggereerd. En in de ogen van de Romeinse curie is hij daarom de ideale man om de Spaanse kerk uit het moeras te trekken.

Het probleem waarvoor de kardinaal-aartsbisschop zich geplaatst ziet is omvangrijk. Zijn voorganger, aartsbisschop Elías Yanes, constateerde vorig jaar dat negentig procent van de Spanjaarden zich katholiek noemt, maar dat slechts dertig procent het geloof serieus belijdt. Een onafhankelijk onderzoek schetst een nog zwarter toekomstbeeld: slechts tussen de tien en de veertien procent van Spanjaarden van onder de vijfendertig jaar verklaart zich praktiserend katholiek. Een crisis die zich weerspiegelt in de seminaries: waar eind jaren zestig nog rond achtduizend leerling-priesters stonden geregistreerd, is dit aantal aantal inmiddels met zesduizend afgenomen.

,,Het snelle verval komt doordat de katholieke kerk niet langer een centraal thema is in de familie'', meent Rafael Díaz-Salazar, hoogleraar sociologie aan de Complutense Universiteit van Madrid en specialist op het gebied van de katholieke kerk.

De nationaal-katholieke opvoeding die onder dictator Franco in zwang was – een bombastisch mengsel van fascisme en katholieke scholing – stond haaks op de algemene ontwikkeling van secularisatie in de rest van Europa. Met de invoering van de democratie was de ontkerkelijking een kwestie van tijd. ,,En inmiddels is er een grote kloof ontstaan tussen het culturele model dat de kerk vertegenwoordigt en dat van de huidige jeugd in Spanje'', meent Díaz-Salazar.

Economisch stelt de kerk in Spanje – ooit de grootste eigenaar van land en vee – weinig meer voor. Alleen met uitgebreide staatssteun kunnen de salarissen van priesters en bisschoppen nog worden betaald. En ook de politieke en morele autoriteit van de kerk is volgens Díaz-Salazar inmiddels vrijwel tot het nulpunt gezakt.

Dat laatste verhindert overigens niet dat de Spaanse clerus zich met enige regelmaat luidruchtig mengt in het politieke debat.

Zo mobiliseerden de bisschoppen vorig jaar hun parochies om te protesteren tegen de versoepeling van de abortuswetgeving. Voorstanders van liberalisatie werden daarbij uitgemaakt voor kindermoordenaars en plegers van genocide. Evenmin erg fijngevoelig is de episcopale reactie op het thema van de gelijkberechtiging van homoseksuele vriendenparen: ,,De enige solide basis van een gezonde samenleving is het heteroseksuele gezin'', aldus een woordvoerder van de prelatenvergadering.

Met de komst van de conservatieve regering van premier José Maria Aznar gloorde er hoop in kerkelijke kringen. Er leken betere tijden aan te breken na de jarenlange stille minachting jegens de katholieke kerk van de kant van de socialistische minister-president Felipe González. Groot was dan ook de teleurstelling toen het nieuwe conservatieve kabinet de abortuspraktijken niet verbood en zich weinig gelegen liet liggen aan de kerkelijke wens de katholieke godsdienstlessen in het openbare onderwijs weer verplicht te stellen.

Onderwijl steken in eigen huis de schandaaltjes de kop op. Uitgerekend de gisteren tot voorzitter gekozen kardinaal Roucu werd onlangs bij de gemeente Madrid op het matje geroepen wegens een kleine honderdduizend gulden aan achterstallige verkeersboetes en gemeentebelastingen. Een bagatel nog vergeleken met de commotie in Barcelona rond aartsbisschop Ricard María Carles – gisteren gekozen tot vice-voorzitter van het episcopaat.

Carles werd enkele jaren geleden door de Napolitaanse justitie opgeroepen voor verhoor in het kader van een omvangrijke witwasoperatie van zwart geld. De aartsbisschop ontkende elke betrokkenheid en weigerde verhoord te worden. Uiteindelijk trad zijn chef financiën af en verdween de zaak in de doofpot.

De Spaanse katholieke kerk heeft niettemin nog steeds veel invloed, vooral in het `rituele' bewustzijn van Spanjaarden. Geboorte, huwelijk en dood worden nog altijd geëerd met kerklijke diensten, om nog maar te zwijgen over de talloze, traditionele feesten in Spanje. ,,In symbolische zin bestaat er een sterk collectief, historisch bewustzijn van het katholicisme in Spanje'', meent socioloog Díaz-Salazar. Maar zolang de wil ontbreekt om zich aan te passen aan de maatschappelijke werkelijkheid, lijkt verder machtsverval van de kerk onvermijdelijk.