`Pseudo-onderwijs wordt aangepakt'

Staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) moet de komende jaren structureel bezuinigen op het kunstvakonderwijs.

Staatsecretaris Van der Ploeg (Cultuur) heeft afspraken gemaakt met de hogescholen over de bezuinigingen die ze moeten doorvoeren in het kunstvakonderwijs. Deze opleidingen moeten vanaf 2001 jaarlijks 25 miljoen gulden bezuinigen op een totaalbudget van 250 miljoen. Voor volgend jaar is de korting slechts 18 miljoen gulden, waarvan dertien miljoen niet bij de opleidingen zelf vandaan komt. Alle scholen met kunstopleidingen dragen een deel bij aan de miljoenenkorting. Gisteren heeft Van der Ploeg de Tweede Kamer daarover in een brief geïnformeerd.

De belangrijkste troef van Van der Ploeg in de onderhandelingen met de HBO-raad over de bezuinigingen is het doorschuiven van een deel (tien miljoen gulden) van de opgelegde korting tot na 2000. Dan is het eindrapport er van de projectgroep kunstvakonderwijs dat voor deze zomer gepland staat. Deze projectgroep heeft tot taak het kunstvakonderwijs te reorganiseren.

Van der Ploeg hoopt dat hij op grond van het advies van de projectgroep de bezuinigingen vanaf 2001 `op inhoudelijk gronden' kan doorvoeren. Van der Ploeg: ,,De projectgroep is nu op de hoogte van het precieze budget voor het kunstvakonderwijs. Ze moeten daarmee in hun advies rekening houden, anders kan het meteen de prullenbak in.'' Desondanks vindt de HBO-raad de opgelegde bezuinigingen een onevenredige aanslag op de sector.

Deze bezuinigen komen bovenop de algemene bezuinigingen van 160 miljoen gulden op het HBO deze regeerperiode. De instellingen zeggen: we zitten aan de kritische grens, we moeten docenten ontslaan.

,,Voor het komende jaar hoeven de instellingen uiteindelijk zelf maar 5 miljoen te bezuinigen. Dat is 2 procent van hun budget. Het lijkt mij dat je daarvoor niet direct mensen hoeft te ontslaan. Dat moet te doen zijn met de kaasschaafmethode.''

Maar in de jaren daarna wordt het een stuk meer.

,,Mijn indruk is dat het kunstonderwijs veel doelmatiger kan worden georganiseerd, de projectgroep moet daarover adviseren. Het is te gek voor woorden dat we in een klein land dezelfde opleiding aanbieden op enkele tientallen kilometers afstand van elkaar.''

Opleidingen willen juist zelf een breed pakket aanbieden, om aantrekkelijk te blijven voor studenten.

,,Als ik directeur was van een kunstacademie zou ik dat ook willen. Maar ze zullen keuzen moeten maken, net als Joop van de Ende en Morris Tabaksblatt dat moeten doen. Het is beter een paar opleidingen te hebben waarmee je uitblinkt, dan dat je alles hebt, maar de kwaliteit matig is.''

Instellingen zeggen niet meer voor de kwaliteit van het onderwijs in te kunnen staan bij nog meer bezuinigingen. Kunstonderwijs is nu eenmaal duur omdat er naar verhouding veel docenten nodig zijn.

,,Vergelijk het kunstonderwijs eens met de rest van het hoger onderwijs. Bij sociologie en economie krijgen studenten helaas met honderden tegelijk college. Natuurlijk moet een schilderles uit een klein groepje bestaan, maar dat kan wellicht in plaats van vijf ook wel zes studenten bevatten. De kunstopleidingen mogen ook best eens opzij kijken, want zo slecht hebben ze het niet.''

U bezuinigt ook door studenten die van buiten de Europese Unie komen een hoger collegegeld te laten betalen - geen drieduizend gulden maar vijfduizend. Waarom worden juist deze studenten zo hard aangepakt?

,,Het stikt op onze kunstacademies van de buitenlandse studenten. Waarom? Omdat hier, vergeleken met het buitenland, de kwaliteit zo hoog is. Bovendien zijn we relatief nog steeds spotgoedkoop. Deze maatregel loopt al enkele jaren en heeft nog niet geleid tot een daling van de instroom. Overigens kunnen behoeftige maar talentvolle buitenlandse studenten in aanmerking komen voor een beurs.''

Daarnaast wilt u de komende jaren flink korten op de zogeheten pseudo-opleidingen. Waarom?

,,Zowel universiteiten als de hogescholen hebben opleidingen die de suggestie wekken een kunstopleiding te zijn, maar die dat in werkelijkheid niet waarmaken. Ik noem bijvoorbeeld de studie theaterwetenschappen aan de universiteit. Op hogescholen heb je opleidingen als `Kunst en Management'. Vaak komen daar studenten terecht die niet door de toelatingsexamens komen van het kunstvakonderwijs. Je kan je afvragen of dat een goede ontwikkeling is, want juist die studenten hebben vaak moeite met het vinden van een baan. Het is dan niet eerlijk om wel op de kunstvakopleidingen te bezuinigen en deze buiten schot te laten.