Mandela `diep teleurgesteld' over handel met EU

De Europese Unie zou Zuid-Afrika helpen na de opheffing van de apartheid. Maar een handelsakkoord is er na vijf jaar nog steeds niet, ook al leek dat vorige maand dichtbij.

Zuid-Afrika was er begin vorige maand heilig van overtuigd: de Europese Unie had eindelijk ingestemd met iets wat niets minder was dan een vrijhandelsovereenkomst. Minister van Handel en Industrie Alec Erwin kwam glimmend van trots terug van het World Economic Forum in Davos, waar hij het en marge met EU-commissaris João de Deus Pinheiro eens werd. Tenminste, dat dacht hij. Tot de Zuid-Afrikanen vorige week ruw wakker werden geschud: een akkoord met een EU-commissaris is nog geen akkoord met de EU. Pretoria besefte niet dat alle lidstaten nog moeten instemmen en dat gebeurde dus niet. Spanje, Portugal, Frankrijk, Griekenland en Italië konden zich niet vinden in de deal. Erwin sprak namens de regering van president Nelson Mandela zijn ,,werkelijk zeer diepe teleurstelling'' uit.

Zuid-Afrika onder de apartheid was jarenlang de paria van de internationale politiek en handel. Hoewel het blanke minderheidsbewind nog altijd, clandestien dan wel openlijk, handel dreef met Europa - zo verstrekten Duitse en Zwitserse banken belangrijke leningen - was het land door boycots eind jaren tachtig in een groot isolement geraakt. Dat zou allemaal anders worden, beloofde de Europese Unie, na de democratische omwenteling van 1994. Maar de feiten zijn anders: niet de afzonderlijke landen van de EU zijn de grootste investeerders in het land van Nelson Mandela, maar Maleisië en de Verenigde Staten.

En over een handelsakkoord met de EU wordt nu al weer vijf jaar gepraat. Alle directe investeringen van de EU-leden bij elkaar opgeteld (Nederland stond vorig jaar op de negende plek met investeringen ter waarde van ongeveer 200 miljoen gulden) zijn de vijftien lidstaten wel goed voor de helft van alle buitenlandse investeringen.

In Zuid-Afrika gelooft men niet dat het verschil van mening werkelijk gaat over de termen `port' en `sherry', alcoholische dranken die ook in de Zuid-Afrikaanse wijnstreek worden geproduceerd. Rob Davies, voorzitter van de parlementaire commissie voor handel en industrie, spreekt over een ondoorzichtige situatie. ,,Nooit eerder werden de termen port en sherry exclusief opgeëist. En wat moeten we dan met Gouda- en Cheddar kaas.'' Davies onderstreept dat de concept-overeenkomst zeer lang en ingewikkeld is. ,,Het heeft de dikte van een telefoonboek.''

Sipho Ngcobo, economisch analist, wijst de beschuldigende vinger in de richting van ,,de luizige verliezers'' Italië en Spanje. Volgens Ngcobo konden de twee Zuid-Europese landen het niet verkroppen dat ze vorig jaar twee grote orders uit Zuid-Afrika misliepen, voor de levering van korvetten. Pretoria koos om technisch en financiële redenen voor andere leveranciers, bedrijven uit Groot-Brittannië en Duitsland. ,,Italië en Spanje dachten dat het binnenhalen van een order voor een klein land in de zuidpunt van Afrika zoiets als een wandeling door het park zou zijn. Men had niet gedacht dat Zuid-Afrika een zo verfijnde benadering zou hanteren'', zegt Ngcobo. ,,Ze voelden zich vernederd en besloten op een dag wraak te nemen. Wat een pathetisch stel verliezers.''

De Europese bureaucratie en besluitvorming is voor Zuid-Afrika erg ondoorzichtig. Wie trekt er in de EU aan de touwtjes: `Brussel', de individuele regeringen of nog iemand anders. Zo deed een delegatie van het Europese parlement onder leiding van de Italiaan Roberto Mezzaroma het tijdens een bezoek aan Zuid-Afrika gisteren voorkomen alsof een handelsakkoord op een oor na gevild is. Volgens de Europarlementariërs zal de overeenkomst deze maand alsnog door alle vijftien lidstaten worden gesteund, zonder verdere concessies van Zuid-Afrika.

In een onderhoud van de Europeanen met minister Erwin benadrukte deze dat het `Davos-pakket' het uitgangspunt moet zijn. Vandaar dat de regering-Mandela er vooralsnog vanuit gaat dat de nu op tafel liggende concept-overeenkomst ook het uiteindelijke akkoord zal zijn.

Het Davos-pakket bevat een aantal belangrijke concessies van beide zijden, die de bilaterale handel tussen de EU en Zuid-Afrika, met een huidige waarde van 17 miljard euro per jaar, een belangrijke impuls moet geven. Over een periode van tien jaar zal de EU de heffingen op 95 procent van de import uit Zuid-Afrika opheffen. Zuid-Afrika doet hetzelfde met 86 procent van zijn import uit Europa, in een tijdsbestek van twaalf jaar. Over port en sherry werd in Davos het volgende afgesproken: Zuid-Afrikaanse fabrikanten zullen voor de exportmarkt de beide termen over een periode van vijf jaar geleidelijk vervangen. Voor de binnenlandse markt (waartoe ook enkele buurlanden worden gerekend) mogen de Zuid-Afrikaanse producenten `port' en `sherry' nog twaalf jaar gebruiken. Daarna zullen beide partijen opnieuw over de naamgeving onderhandelen, in afwachting van wat de Wereldhandelsorganisatie (WTO) hierover zal besluiten. Dit laatste heeft de achterdocht opgewekt van de Zuid-Europese lidstaten van de EU. Men vreest dat Zuid-Afrika via een achterdeur naderhand alsnog zijn versterkte wijnen `sherry' en `port' mag blijven noemen.

In het Davos-pakket krijgen de Kaapse wijnboeren als tegenprestatie van de EU een extra heffingvrij wijnquotum op de Europese markt van 32 miljoen hectoliter met een toegezegde groei van 3 tot 5 procent per jaar. Op wijn boven het quotum zijn de normale importtarieven van toepassing.

Over de andere landbouwproducten bereikte men een brede overeenstemming. De EU schrapt de invoertarieven op 75 procent van de Zuid-Afrikaanse agrarische producten, waaronder pluimveevlees, eieren, knoflook en paddestoelen. Zuid-Afrika doet hetzelfde met de heffingen op 82 procent van de EU-invoer, waaronder paardenvlees, tomaten en kruiden.

De EU zal geen liberalisatie van tarieven toepassen op 300 producten, onder meer rund- en varkensvlees, graanproducten, suiker en zuivelproducten. Zuid-Afrika handhaaft heffingen op 112 landbouwproducten.

De twee partijen kwamen ook overeen dat mensenrechten en `goed bestuur' van groot belang zijn bij het handeldrijven.