`Lage opkomst van de kiezers niet van belang'

Zodra de uitslagen van verkiezingen binnenkomen, beginnen de politici verklaringen te geven voor winst of verlies. Hoe reëel zijn die verklaringen, zeker als daarbij met nadruk wordt gewezen op de lage opkomst van de kiezers?

De lage opkomst bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten heeft de stembusuitslag niet wezenlijk beïnvloed. ,,Het kan één zetel of restzetel hebben gescheeld, meer niet. De belangrijkste verklaring voor de uitslag is simpelweg dat veel kiezers weloverwogen een andere keuze hebben gemaakt dan vorig jaar bij de Kamerverkiezingen'', zegt de politicoloog Cees van der Eijk. Als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam is Van der Eijk gespecialiseerd in kiezersgedrag.

Slechts 45,5 procent van de kiesgerechtigden heeft gisteren de gang naar de stembus gemaakt. Dat is inderdaad laag, maar nog niet verontrustend, vindt Van der Eijk: ,,Dat de opkomst onder de 50 procent is uitgekomen, is vooral symbolisch van belang, maar feitelijk maakt het niet zoveel uit of 51 procent dan wel 46 procent heeft gestemd. Het wordt pas zorgelijk als de opkomst nog verder daalt en de mensen die wel stemmen werkelijk andere keuzes gaan maken dan de mensen die niet stemmen. Uit enquêtes die wij van tijd tot tijd houden blijkt dat dit nog niet het geval is.''

De daling van de opkomst is zichtbaar in alle generaties. Wel is het zo dat slechts een derde van de mensen tot 34 jaar heeft gestemd, terwijl van de mensen boven de vijftig meer dan de helft dat heeft gedaan. ,,Mensen die de opkomstplicht hebben meegemaakt, stemmen het meest'', weet Van der Eijk.

Traditioneel heet het, dat het CDA met zijn wat oudere kiezers profiteert van een lagere opkomst. Dat het CDA nu iets heeft gewonnen, heeft daar echter nauwelijks iets mee te maken, denkt Van der Eijk. ,,Het CDA heeft in de periode-Lubbers flink wat kiezers gewonnen die zich de opkomstplicht niet kunnen herinneren. Bovendien zijn de oudere kiezers redelijk verspreid over de grote partijen.''

Datzelfde geldt ook voor de spreiding van hoopopgeleiden, die meer stemmen dan laagopgeleiden, en ook voor de spreiding over de stad en het platteland.

De opkomst in de grote steden was zeer laag, maar de tegenvallende resultaten voor de PvdA zijn daaraan niet te wijten. ,,De PvdA zou traditioneel veel aanhang hebben in de grote steden. Nu, dat zou de partij wel willen, dan was de partij heel groot geweest'', zegt Van der Eijk.

De PvdA heeft het minder goed gedaan dan bij de Kamerverkiezingen van vorig jaar, maar beter dan bij de Statenverkiezingen vier jaar geleden. Voor Van der Eijk het bewijs dat het vergelijken van de jongste stembusresultaten met één andere verkiezing riskant is. ,,Als je de resultaten van meerdere verkiezingen naast de Kamerverkiezingen legt, dan ziet het ernaar uit dat het succes van de PvdA vorig jaar een beetje een uitschieter was.'' Ook de zware nederlaag voor het CDA destijds was niet de voorbode van het einde van de partij, maar eenvoudig het gevolg van ,,kiezers die op dat moment niet het CDA prefereerden''.

De Nederlandse kiezers zijn namelijk niet voor hun leven gebonden aan een partij, maar denken iedere keer weer na over een keuze voor een van de grote partijen.

,,Iemand die CDA heeft gestemd, kan best een andere keer weer stemmen op D66'', zegt van der Eijk over de overlapping van de achterbannen. Van de term `zwevende kiezer' houdt hij niet, omdat die suggereert dat de kiezers ,,meewaaien met alles'', terwijl ze juist heel goed weten wat ze willen.

De tegenvaller voor de PvdA is dan ook een uitdrukking van de omslag van de stemming onder de kiezers. ,,Vorig jaar was de sfeer in het land euforisch; nooit was het beter gegaan met het land. Als premierspartij heeft de PvdA daarvan het meest geprofiteerd'', zegt Van der Eijk: ,,Nu is het klimaat wat diffuser, wat minder uitgelaten. Economisch gaat het wat minder, er zijn kwesties die niet opgelost worden en voor de zevende keer op tafel komen zoals de asielzoekers, en ook de Bijlmerenquête speelt er doorheen. Niet dat alle kiezers alle kwesties op de voet volgen, maar de meesten pikken de sfeer wel op. De omslag slaat nu meer terug op de PvdA dan op de VVD, die vorig jaar minder heeft geprofiteerd van de euforie.''

De zogenoemde premier-bonus kon bij de Statenverkiezingen ook niet worden geïncasseerd, ook al omdat Kok zich niet erg profileerde. ,,Als er geen regeringsverantwoordelijkheid op het spel staat, hebben kiezers voor de provincie ook meer de neiging om op de kleinere, verwante partij te stemmen dan bij de Kamerverkiezingen'', zegt Van der Eijk.

De winst van GroenLinks is daarmee voor een deel verklaard. De `crossover' van PvdA naar GroenLinks is volgens van der Eijk vergemakkelijkt door de harde uitlatingen van PvdA-fractieleider Melkert over de asielzoekers: ,,De salto van de PvdA is een inschattingsfout. Je moet nooit tijdens een campagne de koers wijzigen.''

De PvdA is vorig jaar bovendien bijzonder geholpen door het getob van het CDA, dat een zeer matige campagne voerde. ,,Niet dat het CDA nu zo'n briljante campagne had, maar de campagne heeft bij de Statenverkiezingen een minder zware rol gespeeld — de campagne was kort en verbrokkeld'', vindt Van der Eijk.

De kiezers die nu wat teleurgesteld waren in PvdA en D66 konden zo makkelijk overstappen naar het CDA dat als oppositiepartij geen nadeel ondervindt van de verslechterde stemming. ,,De mensen die destijds het CDA hebben verlaten, zijn natuurlijk altijd dicht tegen de partij blijven aanzitten. Er was niet veel nodig om ze weer terug te duwen. Het falen van PvdA en D66 was genoeg.''

Het CDA hoeft zich echter ook niet rijk te rekenen. De zeer lichte oververtegenwoordiging onder de oudere kiezers bieden geen weidse perspectieven nu het land vergrijst. Van der Eijk: ,,De ouderen van straks hebben D66 zien ontstaan en zijn oud geworden met GroenLinks.''