Het vluchtelingencomplex

at hebben de varkenscrisis, de afwikkeling van de Bijlmerramp, de chronische groei van de WAO en de kwestie van de asielzoekers met elkaar gemeen? Het zijn vier voorbeelden van de onmacht van het nationale politiek-bureaucratische complex. Nederland, zo lijkt het, is niet in staat om ingewikkelde problemen op een adequate manier aan te pakken.

In de aanloop naar de Statenverkiezingen hebben alle politieke kopstukken zich de laatste weken over het asielvraagstuk uitgelaten, alsof ze nu pas ontdekten wat al jaren zichtbaar is. Ze spraken ferme taal en lanceerden stoere plannen, maar op één na toonden ze geen bereidheid om kritisch terug te kijken op het gevoerde beleid. Terwijl daartoe alle aanleiding is.

Paul Rosenmöller, de leider van GroenLinks, heeft voorgesteld om een parlementaire enquête te houden naar de werkwijze van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de poortwachter voor de toelating van vreemdelingen in Nederland. Ter toelichting zei Rosenmöller dat de problemen met de opvang van asielzoekers voortvloeien uit de falende werkwijze van de IND. Als de IND zorgt voor een efficiënte afhandeling van de asielaanvragen, dan valt de toestroom van asielzoekers heel goed te beheren.

De rest van de politieke partijen wil er niet aan en dus gaat het niet door. Ten onrechte. Asiel- en vreemdelingenbeleid is dit decennium uitgegroeid tot een omvangrijke uitvoerende taak van de Nederlandse overheid en als het daar een organisatorische bende is, dan is het hoog tijd om dat te onderzoeken.

Bij de IND is het al jaren een rotzooi, zeggen kenners. Vorige week kwam een conflict naar buiten tussen de ondernemingsraad en de directie van de IND. De klacht was dat de uitbreiding van de dienst had geleid tot vergroting van de werkdruk. Het Bureau, de bejubelde romancyclus van J.J. Voskuil over het Instituut voor Volkskunde in Amsterdam, schrijft zichzelf in Nederland.

Dit jaar worden volgens staatssecretaris Cohen (Justitie) 60 à 65.000 asielzoekers verwacht. Dat is de omvang van de bevolking van de gemeente Lelystad. Al die mensen beroepen zich op de asielstatus, terwijl bekend is dat het overgrote deel – negentig procent en wellicht meer - bestaat uit volksverhuizers. Mensen die om uiteenlopende redenen hun geteisterde land van herkomst verlaten en in de Europese Unie een heenkomen zoeken.

De nieuwe dapperheid ten aanzien van het asielvraagstuk is door twee veranderingen ingegeven. Cohen is de eerste staatssecretaris op deze post die niet terugdeinst voor de harde werkelijkheid. Hij is niet bang om de politiek correcte stemming, in zijn eigen partij maar ook daarbuiten, te trotseren. Ten tweede zijn de uitgaven voor asielzoekers een begrotingsprobleem geworden. Vorig jaar heeft Nederland 2,2 miljard gulden uitgegeven aan de opvang van vreemdelingen, een miljard meer dan oorspronkelijk geraamd en één procent van de rijksbegroting. Dit jaar moet bezuinigd worden. En dan liever op de asielzoekers dan op het onderwijs en de zorg, waar de loyale achterban van de politieke partijen doorgaans werkzaam is.

Absoluut en relatief komen veel vluchtelingen naar Nederland. Deze keuze is ingegeven door de reisagenten die ze hiernaartoe brengen. Deze bemiddelaars weten precies waar ze moeten zijn – in het land dat de meeste kansen biedt voor een langgerekte toelatingsprocedure. Met hun vluchttarieven houden ze daar zelfs rekening mee.

Maar over mensensmokkel mocht in Nederland niet gesproken worden. Pas sinds heel kort heeft PvdA–fractieleider Melkert dit taboe doorbroken. Hij spreekt openlijk van `mensensmokkelaars' en hiermee verlaat hij de lang volgehouden fictie dat alle asielzoekers op eigen gelegenheid zijn gevlucht voor politieke vervolging. In Europese politiekringen wordt vastgesteld dat de mensensmokkelaars dezelfden zijn die vroeger in drugs deden. Waarom zijn ze van product veranderd? Omdat met vluchtelingen goed te verdienen valt. The Economist (in het nummer van vorige week) schat dat 3 à 4 miljard dollar per jaar in de Europese vluchtelingenbusiness omgaat.

De vraag die een parlementair onderzoek aan de orde moet stellen is waarom Nederlandse beleidsmakers voor deze ontwikkelingen zo lang de ogen gesloten hebben gehouden. Dan gaat het niet alleen over de IND, maar over alle diensten die bij het asielvraagstuk betrokken zijn. Dus ook over de politie, de marechaussee en het openbaar ministerie, die elkaar vooral zo flink mogelijk tegenwerken. Over VluchtenlingenWerk Nederland, dat met subsidie van de overheid en van de Nationale Postcodeloterij geregeld dwarsligt als het gaat om het beleid van de staatssecretaris. Of over de belangen van de advocaten, die per handeling 900 gulden betaald krijgen. Dat is een aanmoediging tot meer bezwaarschriften. Hoe meer ze de procedure rekken, des te groter de kans dat hun cliënt zo lang heeft moeten wachten dat hij automatisch wordt toegelaten.

Het vreemdelingenvraagstuk moet langs Europese weg opgelost worden, vindt Nederland. Zeker, maar vooralsnog ontbreekt het Europese kader daarvoor. En de andere Europese landen doen niet wat Nederland wil. Met als gevolg dat het Nederlandse toelatings- en opvangbeleid ruimhartiger is en Nederland permanent achterloopt bij aanpassingen van het beleid vergeleken met Duitsland of Denemarken.

En zo heeft Nederland een onbeheersbaar probleem voor zichzelf geschapen. Hier ligt de parallel met de WAO, de varkens en de Bijlmerramp. Het politiek-bureaucratische complex van het poldermodel is niet in staat om problemen die de ambtelijke grenzen overschrijden, op te lossen. Dat is een trieste vaststelling.