`Fonds op naam' blijkt steeds populairder

Opnieuw is het aantal fondsen op naam, ondergebracht bij het Prins Bernhard Fonds (PBF) in Amsterdam, flink gestegen. Vorig jaar mei waren het er nog 58, eind 1998 beheerde het PBF 82 van deze particuliere fondsen, waarvan de rente-opbrengst bestemd is voor cultuur en natuurbehoud in Nederland. Inmiddels hebben zich dit jaar, na een vertoning van een tv-documentaire over dit onderwerp in januari, weer zeven nieuwe fondsstichters gemeld.

Bij de nieuwkomers van 1998 blijken vooral gelden te zijn gereserveerd voor talentvolle jonge musici. Andere nieuwe fondsen, die ten minste honderdduizend gulden groot moeten zijn, richten zich op plaatselijke of regionale projecten. Verder zijn er fondsen voor de relatie Nederland/Turkije, de relatie Nederland/Denemarken bijgekomen en een fonds dat aankopen van hedendaagse Nederlandse kunst door Europese musea moet bevorderen.

Enkele meer specifieke fondsen beogen de aankoop van historisch waardevolle geschriften en de restauratie van schilderijen van onder meer de Haagse School. Het rendement van de nieuwe, uiteenlopende vermogens ligt tussen de 4.000 en 75.000 gulden per jaar. Dat laatste bedrag ontvangt voortaan de monumentenzorg in de gemeente Wassenaar. In 1999 heeft het PBF, mede dankzij deze particuliere fondsen 31 miljoen gulden aan subsidies te vergeven, een stijging van 500.000 ten opzichte van vorig jaar.

Vanaf begin jaren negentig bestaat de mogelijkheid een eigen fonds bij het PBF onder te brengen. Na een nogal sloom begin, heeft deze vorm van `modern mecenaat' vooral de laatste twee, drie jaar mede dankzij de vergrijzing in Nederland, de beursresultaten en de publiciteit een vlucht genomen.