Energiebedrijf uit Italië vestigt zich in Nederland

Een joint venture van het Italiaanse energiebedrijf ENI en de Iraanse staatsoliemaatschappij NIOC die olie gaat produceren in Iran kiest Nederland als plaats van vestiging. Het gunstige belastingklimaat trekt steeds vaker buitenlandse holdings uit de energiesector naar Nederland.

In de praktijk behelst de vestiging van zo'n holding in Nederland niet meer dan inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het openen van een postbus en een klein kantoor. Nederland is een lucratieve standplaats, doordat het in het buitenland gemaakte winsten fiscaal ongemoeid laat. De schatkist profiteert hier dus nauwelijks van; alleen banken, accountants en belastingadviseurs spinnen er garen bij.

De Italiaanse oliemaatschappij ENI en het Franse Elf Aquitaine investeren samen ruim een miljard gulden in een olieveld in Iran dat goed is voor een productie van 148.000 tot 220.000 vaten olie per dag. Elf neemt voor 55 procent deel in de investering, maar staat buiten de joint venture die ENI met het Iraanse NIOC sloot.

De oliemaatschappijen riskeren beide een Amerikaanse boycot. De Verenigde Staten kondigden in 1995 een eenzijdige boycot af tegen buitenlandse ondernemingen die meer dan 20 miljoen dollar investeren in Iran of Libië. Het verbod gold al voor Amerikaanse bedrijven. Sinds de Europese Unie Amerika te verstaan gaf niet gediend te zijn van bemoeienis met de economische politiek van haar lidstaten, zijn de VS terughoudend met het opleggen van sancties. Zo liet de VS vorig jaar investeringen van de Franse oliemaatschappij Total in Iran ongemoeid. In 1995 blokkeerde president Clinton echter een in Nederland gevestigde joint venture van het Ameriaanse bedrijf Conoco met het Iraanse NIOC.