Een leeuw met burn-out verschijnselen

Het idee om onderweg van Dar-es-Salaam naar Nairobi een paar dagen te stoppen in Tanzania's safari capital Arusha was al onterugdraaibaar in mijn reisplan verwerkt, toen ik thuis zappend zicht kreeg op een zwaar gehavend landschap en een leeuw met duidelijke burn-out verschijnselen. Hij werd omcirkeld door een half dozijn terreinvoertuigen, elk met een bos westerse toeristen er bovenuit die elkaar fotograferend klem persten tegen de rand van het open schuifdak. Dat wachtte mij dus ook. Een paar dagen safari - hoe had ik zo stom kunnen zijn!

Een rondgang langs een reisbureau of twintig leert dat een eenpersoonsgezelschap een safari moet reserveren of het geluk moet hebben dat er net op het juiste moment een auto met een lege plaats naar het juiste natuurgebied vertrekt en na het gewenste aantal dagen weer terug zal zijn. Quod allemaal non. Maar voordat ik terug ben op mijn basis weet half Arusha dat een van de gasten van Hotel Naaz op zoek is naar een billijk geprijsde maatwerk-safari - toevallig de specialiteit van John Henry (41), vader van acht kinderen en sinds een half jaar president-directeur van het door hemzelf opgerichte African Culture & Nature Treks. ACNT blijkt een klein, sympathiek bedrijf dat zich toelegt op bijna alles wat geld oplevert, maar daar wel kwaliteit tegenoverstelt. Het briefhoofd meldt specialisatie in trekking, hitch hike, hiking, walking, climbing, canoeing, fishing, boating, scuba dives, bird watching etc. In een recent schrijven liet John me weten dat hij nu ook cycling treks en camel riding organiseert, maar daarvan was nog geen sprake toen hij zich in het restaurant van Hotel Naaz bij mijn tafel vervoegde.

Wel dus van dat hitch hike. Sneller dan ik kan zeggen wat ik wil, heeft hij een sluitend tweedaags programma à tachtig dollar in elkaar gezet, met liften als een van de kostenbesparende elementen. We logeren bij hem thuis in Ngurdoto, dat scheelt ook. En we blijven net buiten het Arusha National Park (ANP) zodat we geen entreegeld hoeven te betalen. Confrontaties met buffels, giraffen, zebra's, apen, Masai herders en ongerepte dorpelingen zijn zeker, met olifanten bijna zeker. De essentie van zijn voorstel: een `grass roots experience`, een echte ontmoeting met het echte Afrika.

We vertrekken acuut, kopen op de markt wortels, brood, een doosje La Vache Qui Rit en wat mango's uit Zanzibar voor de maaltijden te velde, en haasten ons naar een textielzaak om met Nederlandse subsidie een laken te kopen. ACNT bezit twee slaapzakken, maar die zijn toevallig uitgeleend, wat niet handig is als je, zoals John, halverwege een berghelling een soort B&B drijft. Kent hij wellicht iemand met een deken te leen, vraag ik John in de bus. `No. You wanted a grass roots experience!' reageert hij enthousiast.

Vanaf de halte lopen we een uur over een zandpad, arriveren precies drie tellen voor het losbarsten van een wolkbreuk bij Johns vloerloze driekamer huis van planken en golfplaat, en gaan na de bui in versneld tempo verder terreininwaarts. In de tussentijd heeft de reisleider de randen van mijn kamer en en passant ook delen van mijn rugzak en bed bestrooid met Doom!, een soort Vim waarvan kleine dieren zeer snel dood gaan. ACNT werkt strikt ecologisch, behalve als het welzijn van de cliëntèle gevaar loopt.

Het is twintig kilometer heen en terug naar het deel van grens van het ANP waar we wezen willen: tussen akkers, door bossen, langs hellingen van dode vulkanen, soms door tunnels van groen, vaak met adembenemende uitzichten op de Kilimandjaro of de iets kleinere maar minstens zo mooie Mount Meru, en met een voortdurend wisselend gezelschap van ACNT-vrienden die meelopen tot de belangrijkste berichten zijn uitgewisseld. Soms ook vijanden: in Marewu trekken een paar aangeschoten dorpsautoriteiten Johns bevoegdheid om toeristen rond te leiden luidruchtig in twijfel. `You're a bad man!' schreeuwen ze hem of mij of ons allebei na terwijl we ons naar de rand van een torenhoog oerwoud reppen. Daar is het weer gezellig: schitterende zwartwitte colobusapen springen gratis door de boomtoppen, terwijl een plaatselijke ACNT-relatie ons over glibberige paden voorgaat naar een bron tussen grote brokken lava waar gisteren een olifant met jong rondstruinde. Nu niet natuurlijk.

Na een koude, slapeloze nacht is de eerste hitte van de zon niet onprettig. Bij strijklicht lopen we twee uur tussen de velden van Ngurdoto en andere dorpen naar de openbare verkeersweg die het ANP doorsnijdt, kopen daar voor een tientje aan shillings een lastige soldaat om en hebben in een oogwenk een lift van een tractor. Johns lift-loop formule is een regelrechte vondst: meerijden tot je een dier ziet, te voet verder tot je geen dier meer ziet, duim omhoog, et cetera. Zo nemen we tientallen buffels, giraffen, zebra's en gazellen te grazen, terwijl Mount Meru half in de wolken maar majestueus het halfopen landschap domineert. Alleen moet je soms even een paar kilometer doorlopen als fauna en verkeer het beide laten afweten.

Ook een sterke formule: zelf een terreinauto huren. Aan gene zijde van het park, in Ngare Nanyuki, heeft de chauffeur/exploitant van de slechtste nog rijdende Landrover van Tanzania net niks te doen, en na een kwartiertje onderhandelen scheuren we verder noordwaarts, naar de wildrijke Songuni-vlakte. Tijd om de gids van Ngare Nanyuki op te sporen ontbrak, maar in de berm staat na een kwartier gelukkig Masai krijger Ngititi, op schoenen van oude stukken autoband, omhuld door een roodzwart geblokte cape en met grote gaten in zijn oorlellen. Hij blijkt de weg in het labyrinth van paden zo feilloos te kennen dat John ter plekke zijn eerste employé in dienst neemt, zij het voorlopig op freelance basis. ,,Dit is een heel goede dag voor mij'', zegt hij later bij de stilstaande terreinauto, midden in een onmetelijk wijd, leeg landschap met een horizon vol vulkaankegels en enorme acacia's. ,,Deze Ngititi weet werkelijk alles van dit gebied en hij spreekt vloeiend Swahili. Hij wordt hier mijn vaste gids, we zijn er helemaal uit.'' In de verte rent een hyena, een kudde Thompson-gazelles doet stof opwaaien en voor de tweede keer op deze mooie dag strijkt zonlicht laag over Oost-Afrika.